Hoe gevaarlijk is oorlogsverslaggeving?

7 minuten leestijd

Hoe gevaarlijk is oorlogsverslaggeving?

Geloof

Je leest nu

Hoe gevaarlijk is oorlogsverslaggeving?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 25
  • 2892

De dood van oorlogsfotograaf Jeroen Oerlemans drukt iedereen weer met de neus op de feiten: het vak van oorlogsverslaggever zit vol gevaren. Wordt het steeds onveiliger? Wat zijn de minder bekende gevaren? En zijn er ook nieuwe kansen? Een mini-college van Hans Jaap Melissen, zelf oorlogsverslaggever.

Samengesteld door Hans Jaap Melissen

Wie was Jeroen Oerlemans?

Fotograaf Jeroen Oerlemans maakt alle bekende gevaren in de oorlogsjournalistiek van heel dichtbij mee. Explosies in tal van landen: overleefd. In Syrië, in 2012, ontvoerd door extremisten: neergeschoten maar overleefd. Bevrijd door rebellen: overleefd.

Maar dan: 2 oktober 2016. Oerlemans wordt opnieuw neergeschoten, nu in Libië, door een scherpschutter van IS. Hij is op slag dood.

"Als je door de lens kijkt, ben je gewoon met je werk bezig."

Deel alinea

Is journalistiek gevaarlijker geworden?

Wie puur naar de cijfers kijkt van de Committee to Protect Journalists (CJP) ziet vanaf 1996 een langzaam stijgende lijn in het aantal journalisten dat wereldwijd tijdens of vanwege hun werk omkomt. In 1996 zijn het er 26, in 2001 37 en in 2015 zijn het er 72. Als je kijkt in welke landen de meeste journalisten omkomen, zie je bij de CPJ-meting (vanaf 1992) drie landen hoog genoteerd staan. In Irak zijn sinds 1992 in totaal 178 journalisten omgekomen, in Syrië 105 en 77 op de Filipijnen. Overigens zijn deze journalisten lang niet allemaal slachtoffer van oorlogsgeweld. Het gaat ook om politieke afrekeningen.Er zijn wereldwijd tal van voorbeelden waarbij journalisten spoorloos zijn verdwenen of zijn vermoord. Een bekende zaak is die van de Russische journaliste Anna Politovskaja, die Poetin kritisch volgde. Zij werd vermoord aangetroffen in de lift van haar appartementencomplex. De Filipijnen scoren hoog op de lijst met vermoorde journalisten en zullen daar voorlopig wel blijven staan. De Filipijnse president Rodrigo Duterte, berucht vanwege het inzetten van doodseskaders tegen drugsdealers, liet zich recent ontvallen dat ook "foute" journalisten hun leven niet zeker zijn.

Vooral tijdens de eerste jaren van de Arabische revoluties zie je het totale dodental oplopen:

2011: 48
2012: 74
2013: 73
2014: 61
2015: 72

Deel alinea

Het overlijden van Oerlemans zorgt voor een schok in de Nederlandse media en vooral bij mensen die hetzelfde vak uitoefenen. Ook bij mij. Al komen er in mijn directe, internationale omgeving met enige regelmaat collega’s om tijdens hun werk, westerse en niet-westerse journalisten.

Voor het Nederlandse publiek past de dood van Jeroen Oerlemans in het rijtje Stan Storimans (Georgië, 2008), Sander Thoenes (Indonesië, 1999), Cornel Lagrouw (El Savador 1989) en de moord op vier IKON-medewerkers in 1982, ook in El Salvador: Hans ter Laag, Jan Kuiper, Joost Willemsen en Koos Koster.

"Drie van de vier hadden een heel opgezwollen hoofd. Heel dik."

Wanneer westerse journalisten overlijden, is dat groot nieuws, maar in elke oorlog gaan juist veel meer lokale journalisten dood. Soms zijn dat journalisten die tijdelijk als tolk of producer werken voor buitenlandse media. Zelf verloor ik twee lokale begeleiders: een werd in Irak onthoofd door een voorloper van IS, een ander werd door Israëlische militairen doodgeschoten.

Hoe is de oorlogsverslaggeving veranderd?

“Er staat ergens een onzichtbare muur en daar rijd je op een dag tegenaan,” zo vatte de Zweeds-Britse oorlogsverslaggever Martin Adler de gevaren in de oorlogsjournalistiek samen. Adlers muur stond in Somalië, waar hij van dichtbij werd doodgeschoten.

Elke journalist die een oorlog verslaat, leeft met dit soort ‘gewone’ dreigingen van kogels en explosies. Maar er is ook een andere dreiging: dat je als journalist niet meer de waarheid weergeeft, omdat je te veel vertrouwt op informatie van de strijdende partijen, zonder dat je die kunt checken. Vaak is die informatie pure propaganda: een voor een partij ‘gunstige’ waarheid, die eigenlijk bij elkaar is gelogen, door diezelfde partij.

De waarheid is spreekwoordelijk zelfs het eerste slachtoffer in een oorlog. Hoe vaak die waarheid wereldwijd sneuvelt laat zich uiteraard niet makkelijk meten. Ook niet omdat niet altijd wordt ontdekt dat bepaalde informatie van geen kanten klopt.

Deel alinea
"Het is continu alert zijn."

Heel erg vroege vormen van oorlogsverslaggeving, een paar duizend jaar geleden, kenmerken zich door verslaglegging achteraf, vaak door mensen die er zelf niet echt bij zijn geweest. Of, als ze er wel bij zijn, zijn het meer oorlogsnotulisten, die onder het gezag van een leger staan en soms zelfs een rang krijgen. Dat dit niet leidt tot objectieve, kritische berichten, is makkelijk te begrijpen.

In de loop van de laatste paar eeuwen ontstaat langzamerhand meer de oorlogsverslaggeving zoals wij die kennen. Al blijft er lang een spanningsveld bestaan tussen vrije informatie en militaire en politieke belangen. Journalisten krijgen bijvoorbeeld wel toegang tot het oorlogsgebied, maar worden beperkt, door het leger of de overheid, in wát ze mogen berichten. Ze worden gecensureerd, of doen alvast aan zelfcensuur. Dat overkomt Nederlandse journalisten vandaag de dag nog steeds als ze ‘embedden’ (meedraaien met de militairen en bij ze eten en logeren) bij het Nederlandse leger in een oorlogsgebied. Er ontstaan ook spanningen als journalisten een oorlog verslaan waarbij het ‘eigen’ leger is betrokken, en ze willen daarna de andere partij bezoeken. Ze lopen het gevaar helemaal niet te worden toegelaten of daar als spion te worden gezien.

Mag je als journalist partij kiezen in een conflict?

Nee, dat is als journalist niet verstandig. Zoals een rechter niet over zijn of haar eigen familie of vrienden zal oordelen, zo staat loyaliteit naar een van de partijen in een conflict, neutrale verslaggeving in de weg. Een journalist mag zich best betrokken voelen bij de menselijke ellende van een oorlog, maar dat is iets anders dan partij kiezen. Wie niet probeert een neutrale buitenstaander te blijven, wordt te makkelijk een doorgeefluik voor propaganda.

Een oorlogsjournalist zal z’n best moeten doen zich zo neutraal en onpartijdig mogelijk te presenteren en verslag te doen. Dan kun je uiteraard nog steeds worden aangezien voor iemand die niet neutraal en onpartijdig verslag doet. Of je stelt je inderdaad, aantoonbaar, niet neutraal of onpartijdig genoeg op. Vooral dat laatste is erg gevaarlijk: voor de journalistieke inhoud, maar ook voor je eigen leven. De moord op het IKON televisieteam in 1982 in El Salvador is naar alle waarschijnlijkheid gekomen doordat de verslaggever, Koos Koster, de kant van de rebellen had gekozen.

"Hij gaat heel erg ver: hij zamelt geld in voor de gewapende oppositie."

Deel alinea

Is oorlogsjournalistiek ingewikkelder geworden?

In Libië word ik in 2011 letterlijk met applaus binnengehaald, als ik arriveer in de stad Benghazi, waar de autoriteiten van dictator Gadhafi net zijn verdreven. Ook in Syrië zien de rebellen de komst van westerse journalisten als bewijs dat hun revolutie, deels al, is geslaagd. Zij halen toch maar mooi buitenlandse journalisten binnen, zonder dat die een visum hebben van de oude overheid. Ze hopen bovendien dat wij hun verhaal aan de wereld vertellen. Maar al vrij snel merken ze ook, tot hun teleurstelling, dat de meeste buitenlandse journalisten er niet zijn om kritiekloos reportages over de rebellen te maken. Veel rebellen lijken dus wel voor nieuwe vrijheden te strijden, maar de daarbij behorende persvrijheid zien ze het liefst ingevuld zoals ze dat altijd hebben gekend. De lokale pers is voorheen op de hand van de macht geweest (of gewoon onderdeel daarvan) en nu de rebellen zichzelf als de nieuwe macht zien, moeten journalisten hun kant kiezen.

Als opstandelingen in Syrië ook nog ontdekken dat al die reportages er niet toe leiden dat het westen, anders dan in Libië, substantieel ingrijpt, wordt dat afgereageerd op de journalisten. Met woorden eerst nog. Met minder toegang daarna. En uiteindelijk met moordaanslagen of bedreigingen. Eerst op lokale journalisten en als de opstand in Syrië verder radicaliseert, worden buitenlandse journalisten steeds meer interessante ‘objecten’ om ontvoerd te worden, voor financiële of ideologische doeleinden.

"Hier is de kalasjnikov-kogel naar binnen gegaan."

De extremisten waar collega Oerlemans dan nog aan ontsnapt, zijn uiteindelijk in staat om, onder de naam IS, veel meer journalisten te ontvoeren. Een aantal wordt na betaling van losgeld vrijgelaten. Anderen, zoals de Amerikaanse journalisten James Foley en Steven Sotloff worden onthoofd. Juist door de aanwezigheid van IS of groepen die zich in andere landen solidair met IS hebben verklaard, ga je als oorlogsjournalist steeds minder opvallend te werk. Vroeger plakte je bijvoorbeeld de letters TV op je auto, een makkelijk van ver af te lezen logo dat aangeeft dat je journalist bent. Dat doen journalisten steeds minder, omdat het voor veel groepen een uitnodiging is je aan te vallen of te ontvoeren.

Deel alinea

Welke invloed hebben sociale media op oorlogsjournalistiek?

De opkomst van sociale media gaat deels gelijk op met de Arabische revoluties. De strijdende partijen maken hier dankbaar gebruik van om zelf hun verhaal te vertellen, zonder tussenkomst van een kritische journalist. Ze zien journalisten steeds meer als een bedreiging voor het verhaal zoals ze dat zelf vertellen via die sociale media. Groepen als IS laten, op een paar geregisseerde bezoeken na, zelfs nooit journalisten toe aan hun kant. IS stuurt gewoon zelf elke dag nieuwe propagandavideo’s of teksten via diverse kanalen naar buiten. Wie toch probeert om IS te bezoeken, zoals een goede bekende deed, de Japanse journalist Kenji Goto, wordt gedood.

Kenji Goto werd ontvoerd door IS en uiteindelijk onthoofd. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

De mogelijkheid om jezelf zichtbaar te maken op sociale media, biedt ook kansen voor freelance journalisten die nog nooit een oorlog of het Midden-Oosten van dichtbij hebben gezien. Ze kunnen makkelijker dan vroeger het erop wagen en hopen dat hun Twitter- of Facebookberichten gezien worden door redacties, waarna ze alsnog een opdracht binnenslepen. Lukt dat niet, dan zijn ze nog steeds de hoofdpersoon van hun eigen Twitteraccount.

Deel alinea

De Deense journalist Daniel Rye, die ontvoerd wordt door IS (en wordt vrijgekocht) is een voorbeeld van hoe makkelijk veel jonge journalisten meteen in het diepe springen in de eerste jaren van de Arabische revoluties. Maar aan de andere kant: wie naar een oorlog wil als journalist, zal een keer zijn eerste reis moeten maken. En jaren ervaring hebben, is ook geen garantie voor succes: ook ervaren journalisten zijn ontvoerd en zelfs gedood.

"Hij ervaart aan den lijve hoe wreed de beulen van IS zijn." Het hele fragment zien? Kijk op NOS.nl

Rye zegt dat hij niet wist hoe diep het water was. Veel eerdere ontvoeringen van journalisten zijn op verzoek van de daders en/of de familie geheim gehouden, dus lijken bepaalde plekken nog veilig, terwijl ze dat niet meer zijn.

Een ander aspect van sociale media is dat je nauwelijks meer onopvallend je werk kunt doen. Het is niet verstandig om in oorlogsgebieden live updates te geven van waar je bent en wat je doet. Maar je omgeving heb je niet altijd in de hand. Voor je het weet, heeft de selfie die een voorbijganger of rebel met je maakt, de weg naar Facebook en indirect naar je ontvoerder of moordenaar gevonden.

Bieden sociale media kansen voor oorlogsjournalistiek?

Er zitten naast enkele nadelen en gevaren ook andere kanten aan sociale media. Ze hebben geleid tot een vorm van oorlogsverslaggeving op afstand, die soms meer boven tafel krijgt, dan de oorlogsverslaggever die ter plekke de kogels om zijn oren krijgt. De Brit Eliot Higgins, met zijn onderzoekscollectief Bellingcat, zoekt sociale media af naar informatie over oorlogen en crises in de wereld. Hij bekijkt bijvoorbeeld foto’s en filmpjes op Facebook, Twitter of Youtube van wapensystemen en probeert die aan de hand van satellietbeelden te lokaliseren. Higgins is de onderzoeker die al vroeg duidelijke uitspraken doet over welk soort raket het burgervliegtuig vol met Nederlanders (MH17) uit de lucht heeft geschoten boven Oekraïne.

"We zien dat de granaatscherven vooral aan bakboord zijn ingeslagen." Het hele item zien? Kijk op de website van EenVandaag.

Oorlogsverslaggeving vanuit de werkkamer zal niet de oorlogsverslaggeving ter plekke vervangen. Beide manieren vullen elkaar wel aan. Maar vanuit je werkkamer de oorlog verkennen is in ieder geval een stuk veiliger dan werken in het veld.

Deel alinea

Kort na de dood van fotograaf Jeroen Oerlemans komt weer een Nederlandse journalist in de problemen. Freelancer Bud Wichers, die onder andere werkt voor BNR, raakt gewond bij een schietpartij in Irak. Hij wordt door mij geëvacueerd, waarbij wij opnieuw in een schietpartij terechtkomen tussen Iraakse veiligheidstroepen en IS.

Aan tafel bij Pauw nemen we de basisregels van de oorlogsverslaggeving door. Bijvoorbeeld: neem continu je hele omgeving in je op, tot in de kleinste details. Ironisch genoeg precies de manier waarop de onderzoekers van Bellingcat video’s of foto’s uit oorlogsgebied bekijken.

"Onhandigheid is een belangrijke doodsoorzaak." Het hele fragment zien? Kijk bij Pauw.

Hoe gevaarlijk is oorlogsverslaggeving?

Oorlogsverslaggeving kent nu andere en ergere gevaren dan toen ik ermee begon. Je bent nu eerder in veel gebieden zélf doelwit. Met de toenemende gevaren ben ik dan ook wel voorzichtiger geworden. Je doet er alles aan om niet in handen van bepaalde groepen te vallen. Je gaat ook geen gebieden of situaties in waarbij je denkt: als ik geluk heb overleef ik het. Een beter idee is: als je pech hebt, gaat het mis. Op die manier blijft werken als oorlogsverslaggever binnen redelijke veiligheidsmarges de moeite en de gevaren waard.

Deel alinea

In het kort

  • Wereldwijd is er sinds 2000 een langzame stijging te zien van het aantal journalisten dat omkomt, maar dat is niet altijd door oorlogsgeweld: het zijn ook politieke afrekeningen.

  • Partijdig lijken of echt partijdig zijn, zijn journalistieke doodzondes. Letterlijk soms: meerdere journalisten zijn om die reden vermoord.

  • De Arabische revoluties trokken veel journalisten aan, maar die kregen algauw te maken met geweld tegen henzelf.

  • Door de opkomst van sociale media vinden steeds meer strijdende partijen dat ze geen nieuwsgierige journalisten nodig hebben: ze kunnen hun informatie via hun eigen Twitter- of Facebookaccounts de wereld in sturen.

  • Sociale media bieden een nieuw onderzoeksterrein voor (oorlogs)journalisten: aan de hand van foto’s, filmpjes en satellietbeelden kun je soms meer bijdragen aan waarheidsvinding dan wanneer je ter plekke in een oorlog bent.

Deel dit venster