Is studeren voor iedereen betaalbaar?

9 minuten leestijd

© ANP

Is studeren voor iedereen betaalbaar?

Verkiezingen

Je leest nu

Is studeren voor iedereen betaalbaar?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 27
  • 6826

Studeren kost geld. Dat weet Koning Willem I al als hij begin negentiende eeuw een klein aantal studenten een beurs aanbiedt. Sindsdien is er veel gebeurd op het gebied van studiefinanciering. In 2015 is het leenstelsel ingevoerd: studenten krijgen geen beurs meer maar moeten geld lenen. Wordt studeren daardoor weer alleen voor de elite?

Samengesteld door Annemieke Diekman

Wat kost studeren eigenlijk?

Studeren brengt voor alle studenten kosten met zich mee, of ze nu op kamers gaan of thuis blijven wonen. Per opleiding kunnen de kosten verschillen. Dat hangt bijvoorbeeld af van (buitenlandse) stages, practica of dure studiematerialen. Afgezien daarvan is iedereen verplicht collegegeld te betalen. Voor het hoger onderwijs (HBO of universiteit) bedraagt dat in 2017-2018 € 2.006 per jaar (soms vragen hogescholen en universiteiten zelfs meer, wat niet mag). 

Het collegegeld is pas het begin. Het NIBUD heeft in zijn Studentenonderzoek 2015 berekend wat een student verder gemiddeld kwijt is per maand. Zo moeten studenten vanaf achttien jaar een eigen zorgverzekering afsluiten (€ 97), studieboeken aanschaffen (€ 57), is er het telefoonabonnement (€ 26) en willen ze natuurlijk ook nog uitgaan en sporten (€ 144) en kleding en schoenen kopen (€ 47). Dan kom je op gemiddeld € 536 per maand uit. Voor studenten die op kamers gaan komen daar nog de kosten voor kamerhuur (€ 366) en levensonderhoud (€ 161) bij.

Dat geld verdien je niet zomaar even met een studentenbaantje bij elkaar. Ook lang niet alle ouders kunnen dit bedrag ophoesten, zeker niet als ze meerdere studerende kinderen hebben. Om toch iedereen gelijke kansen te geven hoger onderwijs te volgen is al lang geleden besloten dat studenten financiële ondersteuning moeten krijgen als zij dat nodig hebben.

Deel alinea

Audiofragment

Studentenbaantje
NOS - Met het oog op morgen, 11 aug 2015

Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie, vertelt over zijn studentenbaantje. "Ik was tennisleraar en ik kon wat geld van mijn ouders lenen. Het was fantastisch."

Academiegebouw Universiteit Leiden

Welke studenten krijgen als eerste een studiebeurs?

De eerste Nederlandse universiteit opent al in 1575 in Leiden haar deuren. Studeren is dan slechts weggelegd voor de rijke elite. Een studie kost in die tijd – inclusief kamerhuur – 200 gulden per jaar. Dat bedrag komt overeen met het jaarsalaris van een ambachtsman, bijvoorbeeld een molenaar of een timmerman; voor zijn kinderen is een studie aan de universiteit niet haalbaar. Alleen een theologiestudieTheologie betekent godsleer: theologiestudenten bestuderen het christendom. In die tijd worden ze na hun studie vaak geestelijke, bijvoorbeeld dominee of predikant. ligt binnen de mogelijkheden. Omdat je daar, eenmaal afgestudeerd, niet veel mee verdient, is de studie onaantrekkelijk voor kinderen van de welgestelde klasse. Zij studeren liever rechten of geneeskunde: studies met status. Er is daardoor een tekort aan predikanten. Vandaar dat particulieren en de kerk studiebeurzen beschikbaar stellen voor kinderen uit de middenklasse, zodat zij theologie kunnen gaan studeren.

Deel alinea

Koning Willem I

Vanuit de overheid wordt er nog niets gedaan aan studiebeurzen in de beginperiode van het hoger onderwijs. Dat gebeurt pas in 1815, onder Koning Willem I. Hij ziet in dat studeren geld kost en start met het geven van de eerste studiebeurzen. Met die beurs kunnen studenten ongeveer een derde van hun jaarlijkse studiekosten betalen. De universiteit wijst zelf aan wie voor zo’n beurs in aanmerking komt. Dat eerste jaar krijgen zeventig studenten een studiebeurs, verdeeld over de universiteiten van Leiden, Groningen en Utrecht.

Helaas leidt dat nog niet tot een groei van het totaal aantal studenten. Het betekent ook niet dat het hoger onderwijs nu voor kinderen uit de midden- en lagere klasse toegankelijker wordt. De beurzen komen grotendeels terecht bij het verarmde deel van de elite. Universiteiten vinden dat die kinderen toch een kans moeten krijgen om te studeren, omdat dit nu eenmaal hoort bij de status van hun ouders, die van adel zijn. Het onderwijs bereikbaar maken voor kinderen uit alle lagen van de bevolking is hier nog helemaal niet aan de orde. Dat duurt nog ruim een eeuw. Pas in 1919 komt er een wet waarin staat dat hoger onderwijs toegankelijk moet worden voor alle sociale klassen in Nederland. In de jaren die volgen worden er inderdaad meer studiebeurzen toegekend aan studenten uit lagere inkomensgroepen dan aan studenten met rijke ouders. Maar het gaat nog altijd niet om grote aantallen.

Als je terugblikt op de afgelopen honderd jaar zie je dat de universiteiten langzaamaan meer bereikbaar worden voor de middenklasse. Toch duurt het tot na de Tweede Wereldoorlog voordat je echt een maatschappelijk effect ziet van de studiebeurzen. Het aandeel van studenten uit de lagere en middenklassen neemt tussen 1949 en 1971 toe van de helft naar circa twee derde van het totaal aantal studenten. Tegelijkertijd zie je het bewustzijn onder studenten zelf groeien. Ze willen studeren zonder financiële hulp van hun ouders en onafhankelijk zijn. Het zijn de eerste stappen naar een beurs voor iedereen, onafhankelijk van het inkomen van de ouders.

"Grote steden hebben wel hun verleidingen. Zeker als studenten met kunstenaars in contact komen."

Wat leveren studentendemonstraties door de jaren heen op?

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw gaan studenten met regelmaat de barricade op om te demonstreren. Een studiebeurs moet volgens hen een recht van iedereen zijn in plaats van een gunst voor slechts een deel van de studenten. Ze pleiten zelfs voor een studieloon, maar dat komt er nooit van. Studenten demonstreren overigens niet alleen voor studiebeurzen, maar van het begin af aan ook voor beter en democratischer onderwijs. De bezetting van het Maagdenhuis in 1969, door studenten van de Universiteit van Amsterdam, is daar het eerste en nog altijd meest bekende voorbeeld van.

"Vandaag wilden wij voorkomen dat de universitaire bureaucratie anti-democratische maatregelen neemt."

Deel alinea

Maar ook voor de bezetting van het Maagdenhuis hebben studenten zich al verenigd in kritische studentengroepen. Zo wordt er bijvoorbeeld in de Tweede Wereldoorlog al gedemonstreerd tegen de Duitse bezetter. Sinds de jaren zestig is het studentenprotest eigenlijk nooit weggeweest. Om de zoveel jaar laat de studentenbeweging weer van zich horen. Grote studentenprotesten zijn er bijvoorbeeld in 1994 als in het hele land wordt gedemonstreerd tegen het bezuinigingsbeleid van de toenmalige minister van Onderwijs Ritzen. Ook dan is er al de angst dat studeren voor sommige studenten te duur zou worden.

De studenten willen ook meer inspraak in het onderwijsbeleid. 

Studiefinanciering is in 1986 in de wet vastgelegd. Alle studenten krijgen vanaf dat jaar een basisbeurs, onafhankelijk van het inkomen van hun ouders. De maandelijkse studiebeurs bedraagt iets meer dan 600 gulden (circa €275). Voor studenten destijds een enorm bedrag. Deze basisbeurs heeft het bijna dertig jaar volgehouden, maar is in de loop van de jaren wel uitgekleed. Eind 2014 stemt de Tweede Kamer in met het afschaffen van de basisbeurs. De belangrijkste reden van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de basisbeurs af te schaffen, is dat ze wil investeren in het onderwijs. Een bedrag van maar liefst 1,2 miljard euro. Geld dat het ministerie – onder andere door de economische crisis – niet heeft. Door de basisbeurs af te schaffen komt er 800 miljoen euro vrij. Om het hoger onderwijs toegankelijk te houden voor iedereen wordt het studieleenstelsel bedacht, in combinatie met de al bestaande aanvullende beurs.

"Ik ben best wel een beetje boos."

Wat houdt het studieleenstelsel in?

Voor de invoering van het studieleenstelsel krijgen studenten nog een basisbeurs. Die bedraagt €270 voor uitwonende studenten. Afhankelijk van het inkomen van hun ouders kunnen ze daarnaast extra studiefinanciering aanvragen om hun studie te betalen. Na de afschaffing van de basisbeurs is het maximale leenbedrag verhoogd. In 2016 kunnen studenten tot €1025,08 per maand lenen. Deze studielening kunnen ze aanvragen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Na afloop van de studie moet de lening worden afgelost. Hier zit het verschil met de basisbeurs; die hoefden studenten niet terug te betalen, zolang ze maar binnen de tijd die voor hun studie staat afstudeerden.

Het terugbetalen van de studielening mag over 35 jaar worden verspreid. Studenten beginnen met aflossen zodra ze zijn afgestudeerd, maar ze hoeven alleen af te lossen als ze het minimumloon of meer verdienen. In het nieuwe leenstelsel leent een student naar verwachting gemiddeld voor zijn hele studieperiode zo’n 22.500 euro. Als dat over 35 jaar wordt terugbetaald, tegen een rente van 0,81% (het huidige rentetarief), betekent dat een maandelijkse aflossing van 61,54 euro. Sneller aflossen kan natuurlijk altijd. De rente op deze studielening is lager dan die bij de bank en het rentepercentage wordt elke vijf jaar door DUO opnieuw vastgesteld. Naast de studielening voor iedereen blijven studenten van wie de ouders een inkomen hebben dat lager is dan 46.000 euro, recht houden op een aanvullende lening van maximaal 365 euro per maand.

Op de verdiensten uit bijbaantjes heeft de nieuwe studielening geen invloed meer. Ten tijden van de basisbeurs is er nog een maximum bedrag dat je als student mag bijverdienen. Die beperking verdwijnt: je mag zoveel bijverdienen als je wilt zonder dat je studielening daardoor in gevaar komt. En de OV-jaarkaart blijft. Wel zijn de voorwaarden waaronder gereisd mag worden aangepast.

De basisbeurs verdwijnt. 

Deel alinea
"Leenangst is absoluut niet nodig."

Jet Bussemaker, minister van Onderwijs

Blijft studeren voor iedereen betaalbaar?

Studenten moeten nu dus lenen om hun studie te betalen. Tenminste, als ze dat zelf willen of als het nodig is: ze hoeven niet verplicht aan het studieleenstelsel deel te nemen. Studenten van wie de ouders hun studie willen en kunnen betalen, hoeven dus geen lening aan te gaan. En daar zit meteen de zorg van veel politieke partijen en onderwijsinstellingen. Blijft het onderwijs wel betaalbaar en toegankelijk voor iedereen of gaan er minder jongeren studeren nu er geen basisbeurs voor alle studenten meer is? Gevreesd wordt dat sommige jongeren, die niet of slechts voor een klein deel kunnen terugvallen op hun ouders, minder snel zullen gaan studeren. Het idee om een lening aan te gaan en met een studieschuld achter te blijven als ze zijn afgestudeerd, zou kunnen afschrikken. Om de financiële drempels voor aankomend studenten te verlagen besluit het kabinet in 2018 het collegegeld voor het eerste studiejaar te halveren. Zij betalen in het studiejaar 2018-2019 geen 2.060 maar 1.030 euro. 

In de eerste cijfers van DUO over het aantal nieuw ingeschreven studenten aan HBO-opleidingen is na de invoering een daling te zien. Melden zich in 2014 nog 93.037 studenten aan, in 2015 – het studiejaar waarin het studieleenstelsel is ingegaan – is het aantal eerstejaars aan hogescholen met 8,4% gedaald naar 85.210. Dat is een forse daling, maar in hoeverre die afname kan worden toegeschreven aan de invoering van het studieleenstelsel is niet bekend. Voor het aantal inschrijvingen bij de universiteiten in Nederland in 2015 ligt het anders, daar is zelfs sprake van een lichte stijging van het aantal nieuwe studenten, van 44.865 naar 45.980. 

"Laat je niet gek maken en weet dat het een investering in jezelf is."

De periode sinds de invoering van het leenstelsel is nog te kort om uitspraken te kunnen doen over de gevolgen van de afschaffing van de basisbeurs voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Als het aantal nieuwe eerstejaarsstudenten in het HBO-onderwijs zich niet herstelt, en andere oorzaken voor de afname kunnen worden uitgesloten, is er wel reden tot zorg. Dat geldt natuurlijk ook voor de ontwikkeling van de inschrijvingen aan universiteiten.

De invloed van het studieleenstelsel is wel al direct terug te zien in het aantal studenten dat op kamers is gaan wonen in 2015. Van de startende studenten gaat in collegejaar 2014/15 een kleine dertig procent op kamers wonen. Een jaar later is dit teruggelopen tot dertien procent. Uit een enquête onder 45.000 studenten blijkt dat bijna de helft van de studenten die nog thuis woont, zegt hiervoor te kiezen omdat ze niet langer een basisbeurs krijgen. De daling zet zich een jaar later voort, blijkt uit cijfers van Kences, het samenwerkingsverband van studentenhuisvesters.

Deel alinea

Is het leven van de feestende student voorgoed voorbij?

Zeker is dat studeren een steeds serieuzere aangelegenheid wordt. Nu er geld geleend moet worden, zullen studenten in het algemeen toch zo snel mogelijk willen afstuderen. En blijft er steeds minder tijd over voor sociale en maatschappelijke bezigheden naast de studie.

Een studie kost een student gemiddeld zo’n vier tot zes jaar. Een belangrijke periode, die je niet alleen intellectueel vormt, maar ook sociaal en maatschappelijk. Studentenverenigingen bestaan er al zo lang als er universiteiten zijn. Ook in de zestiende eeuw zijn er al uitgebreide drank- en braspartijen en gaan studenten op kamers wonen om volwassen te worden en naast de studie veel lol te maken. Tot 1982, bij de invoering van de tweefasenstructuurTussen 1982 en 2002 is er in het wetenschappelijk onderwijs sprake van de tweefasenstructuur. De eerste fase bestaat uit vier jaar, waarvan een jaar propedeuse en drie jaar doctoraal. Je mag maximaal zes jaar over deze fase doen als student. Daarna volgt voor een beperkte groep de tweede fase, die uit een vierjarige onderzoeksopleiding en een promotie bestaat. in het wetenschappelijk onderwijs, bestaat er eigenlijk geen maximale studieduur. Voor sommige studenten lijkt studeren dan ook een bijzaak: het verenigingsleven gaat voor. Een jaar werken voor de senaat van het corps draagt immers ook bij aan een goede start later van je maatschappelijke carrière.

De film The Riot Club doet veel stof opwaaien in Engeland. Hoe gaat het eraan toe in de Nederlandse studentenverenigingen? 

Deel alinea

Dit gebruik is in de loop van de tijd wel veranderd. Studentenverenigingen draaien nog altijd volop, daar ligt het niet aan. Maar lid worden en regelmatig je gezicht laten zien op borrelavonden kost geld. Tel daarbij op alle drankgelagen op de studentenkamers. Dat geld, onderdeel van het maandelijkse studiebudget, moet nu dus geleend worden. Wat minder feesten, of zelfs niet op kamers gaan wonen, scheelt niet alleen geld maar ook tijd. Studenten hoeven dan niet alleen minder per maand te lenen, ze houden ook meer tijd over zodat ze sneller kunnen afstuderen en hun totale schuld binnen de perken blijft. Dat is wellicht voor hen een geruststelling, maar of het de studententijd ook leuker en waardevoller maakt, blijft natuurlijk de vraag.

thumbnail

"Ik wil die met die artisjokkenhartjes, maar dan zonder die artisjokkenhartjes."

In het kort

  • Koning Willem I deelt de eerste studiebeurzen uit, aan kinderen van verarmde adel.

  • Studiefinanciering is in 1986 in de wet vastgelegd. Alle studenten krijgen vanaf dat jaar een basisbeurs van iets meer dan 600 gulden per maand. 

  • Eind 2014 stemt de Kamer in met het afschaffen van de basisbeurs. Zo komt 800 miljoen euro vrij die minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) wil investeren in het onderwijs. 

  • Studenten lenen sinds 2015 geld voor hun studie van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Na hun studie moeten ze deze lening terugbetalen.

  • Gevreesd wordt dat niet-rijke jongeren minder snel gaan studeren. Het idee van een studieschuld zou kunnen afschrikken. Om de drempel te verlagen besluit het kabinet in 2018 het collegegeld voor het eerste studiejaar te halveren.

Deel dit venster