Waarom is de AOW-leeftijd verhoogd naar 67?

10 minuten leestijd

© ANP

Waarom is de AOW-leeftijd verhoogd naar 67?

Beleid

Je leest nu

Waarom is de AOW-leeftijd verhoogd naar 67?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 50
  • 22436
Bekijk de collectie Canon van Nederland50 verhalen

In 2012 besloot politiek Den Haag dat de AOW-leeftijd omhoog moet naar 67. We moeten dus langer doorwerken, maar wat levert dat op? En kan die leeftijd opnieuw verhoogd worden?

Samengesteld door Anouk Vleugels

Wat is AOW?

“Dat is dan zeventig gulden vijftig, meneer. Ziet u wel? Dit is de kwitantie, en hier is het geld.” Met deze woorden overhandigde minister Suurhoff van Sociale Zaken en Volksgezondheid het eerste AOW-pensioen. De primeur was voor meneer Bakker uit de Amsterdamse Boterdiepstraat. Op 2 januari 1957 waren hij en zijn vrouw even landelijk nieuws.

Dat jaar volgen er nog 700.000 Nederlanders. En inmiddels beschouwen we het ontvangen van AOW, een afkorting van Algemene Ouderdomswet, als vanzelfsprekend. Maar dat was het zeker niet altijd. De AOW is in 1947 bedacht door politicus Willem Drees, die op dat moment minister van Sociale Zaken is. De oorlog is net voorbij, Nederland is in wederopbouw, en ouderen zonder spaargeld zijn volledig afhankelijk van liefdadigheid. 

Willem Drees in de Tweede Kamer tijdens het aannemen van het wetsontwerp AOW in 1957. 

Deel alinea

Om deze mensen te ondersteunen, komt Drees met de Noodwet Ouderdomsvoorziening: elke man en alleenstaande vrouw boven de 65 ontvangt een pensioen. Het levert hem de troetelnaam ‘Vadertje Drees’ op, en de minister ontvangt vanuit het hele land bedankbriefjes. Een enkeling stort zelfs geld terug als er aan het eind van de maand nog wat over is. In 1957 wordt de noodwet een permanente regeling: de AOW is een feit.

Premier Willem Drees met helm en oliejas, symbool voor de wederopbouw van Nederland.

Hoeveel AOW een gepensioneerde ontvangt hangt af van het aantal jaren dat hij in Nederland heeft gewoond. Een alleenstaande die in de vijftig jaar vóór de AOW-leeftijd altijd in Nederland heeft gewoond, krijgt het volledige AOW-pensioen. Op dit moment is dat een brutobedrag van 1144,72 euro per maand. Woon je samen met een partner, dan kan het bedrag lager uitvallen. En ook als je een poosje in het buitenland hebt gewoond, heeft dat invloed op de AOW.

Nog altijd heeft iedereen in Nederland recht op AOW. Daarvoor hoef je na de pensioenleeftijd niet in Nederland te blijven wonen: niet voor niets wonen er zoveel pensionados aan de Spaanse kust. Hoeveel AOW je ontvangt in het buitenland hangt wel af van waar je woont. In landen binnen de EU, bijvoorbeeld, wordt het volledige bedrag uitgekeerd. Dat geldt ook voor de EER-landen (EER staat voor Economische Europese Ruimte), bijvoorbeeld IJsland en Noorwegen. In andere landen kan de AOW lager uitvallen.

Inmiddels woont tien procent van de AOW-gerechtigden buiten Nederland. Dit bleek uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) uit 2014. Vijf jaar daarvoor was dat nog negen procent. De meeste van hen wonen in België, maar ook Spanje en Duitsland zijn populair.

"Dat is dan zeventig gulden vijftig, meneer. Ziet u wel? Dit is de kwitantie, en hier is het geld."

Minister Suurhoff (Sociale Zaken en Volksgezondheid) in 1957

Tien procent van de AOW-gerechtigden woont buiten Nederland.

Het AOW is niet gekoppeld aan inkomen: rijke mensen ontvangen dus hetzelfde bedrag. Zelfs Prinses Beatrix krijgt een AOW-pensioen, al schenkt ze dat aan het goede doel. Wel bestaat er voor een aanvullende toeslag, de AIO, voor AOW-gerechtigden die onder het minimuminkomen uitkomen. Zij kunnen dus aanspraak maken op een extra geldpotje van de overheid.

Wie betaalt de AOW nou eigenlijk?

Fijn dat ouderen maandelijks een AOW-pensioen ontvangen om hun rekeningen te kunnen betalen, maar dat geld moet wel ergens vandaan komen. Daarom wordt er AOW-premie ingehouden van het salaris van werkende Nederlanders. Wie werkt, betaalt dus de AOW van de generatie die op dat moment met pensioen is. Dit systeem noemen we een omslagstelsel.

Naast AOW ontvangen sommige Nederlanders ook een aanvullend pensioen. Bijvoorbeeld omdat ze pensioen hebben opgebouwd via hun werkgever, het werkgeverspensioen. Niet alle bedrijven hebben zo’n regeling voor hun personeel, maar veel wel. Maandelijks draagt de werkgever een percentage af, en dit bedrag komt terecht in een pensioenfonds. Vervolgens belegt dit pensioenfonds het geld in aandelen, zodat het vermogen extra kan groeien.

Bovendien kunnen mensen ook zelf sparen voor een aanvulling op hun pensioen. Bijvoorbeeld door geld op een spaarrekening te storten, het vermogen zelf te beleggen in aandelen, of een lijfrenteverzekering af te sluiten. Logischerwijs hebben mensen met een aanvullend pensioen meer te besteden dan mensen die alleen AOW ontvangen.

Waaruit bestaat je pensioen precies? In deze animatie van Radar wordt het uitgelegd.

Deel alinea

Waarom is de AOW te duur geworden?

Zo’n omslagstelsel werkt prima, zolang het geboortecijfer constant blijft. Maar als er minder kinderen geboren worden, verandert de bevolkingssamenstelling. Dit verschijnsel kennen we ook wel als vergrijzing. De generatie van werkende Nederlanders, pakweg tussen de 18 en 65, wordt relatief kleiner. En de groep gepensioneerden vormt een relatief groter deel van de bevolking.

Een andere ontwikkeling die invloed heeft op deze balans, is de gemiddelde leeftijd waarop mensen overlijden. Toen de AOW eind jaren vijftig werd ingevoerd, werden mensen zo’n 73 jaar oud. Ze gingen op hun 65ste met pensioen, dus moesten acht jaar AOW ontvangen. Inmiddels leven Nederlanders een stuk langer: de levensverwachting is 81 jaar. Dat betekent dus dat ouderen nu gemiddeld twee keer zo lang gebruik maken van AOW. Met andere woorden: de AOW die in 1957 werd ingevoerd, is vandaag te duur geworden.

Deel alinea

Twee medewerkers van 72 en 70 jaar werken via Uitzendbureau 65plus bij een bedrijf in Houten.

Nu is dit geen verrassing. We weten al jaren dat Nederland kampt met vergrijzing, en dus ook dat het lastiger wordt om de AOW op te brengen. In 1996, bijvoorbeeld, stellen de PvdA, D66 en VVD al voor om spaarpotje aan te leggen: het AOW-fonds. Met dit fonds moeten de tekorten die zouden ontstaan door de vergrijzing worden opgevangen. In 1998 is het Spaarfonds AOW een feit. Het idee: de overheid stort enkele miljarden per jaar in het fond, en vanaf 2020 wordt de AOW hier deels mee betaal. Een duidelijk plan, alleen werkt het in praktijk niet zo. In 2011 blijkt dat er nooit daadwerkelijk geld gestort is in het fonds, het bestaat alleen op papier. “Volksverlakkerij door politici,” noemt econoom Bas Jacobs het in een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. “Het is te zot voor woorden dat we het nog steeds over dit vermaledijde fonds hebben. Politici moeten hun excuses aanbieden.” Dat is nooit officieel gebeurd, maar het Spaarfonds AOW wordt in 2012 wel opgeheven. Volgens de Rekenkamer “om zo meer transparantie en helderheid in de overheidsfinanciën te creëren.”

Econoom Bas Jacobs legt uit dat er geen geld zit in het Spaarfonds AOW.

Een andere oplossing om vergrijzing aan te pakken, is de AOW-leeftijd verhogen. Daarmee sla je twee vliegen in één klap: de groep werkende mensen neemt toe, en de groep mensen die AOW ontvangt neemt af. Al in 1994 oppert Frits Bolkestein, toen fractievoorzitter van de VVD, het plan om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar. Maar pas in 2012 is dit idee daadwerkelijk een wet.

Waarom was het moeilijk de AOW-leeftijd te verhogen?

We weten dus al een hele tijd dat Nederland kampt met vergrijzing. Ook is het plan om de AOW-leeftijd te verhogen al zeker twintig jaar oud. Waarom duurde het dan zo lang om dit door te voeren? Daar zijn verschillende redenen voor. Om te beginnen is de maatregel altijd erg onpopulair geweest bij het Nederlandse volk. De AOW-leeftijd is heilig, vinden vooral oudere werknemers, en dus moet de overheid daarvan afblijven. Sommige mensen voelden zich belazerd: ze hadden altijd te horen gekregen dat ze met hun 65ste met pensioen zouden kunnen, en hebben daar netjes voor gewerkt. Waarom zouden ze dan toch langer moeten doorwerken? Wat ook meespeelde, was de vrees dat ze niet aan de bak zouden komen. Als werkgevers deze ‘oudjes’ niet in dienst wilden houden, hoe moesten ze dan rondkomen?

Deel alinea

Een medewerker van 69 jaar werkt via uitzendbureau 65plus bij een bedrijf in Houten.

Redenen genoeg om het niet te doen dus. Maar in 2008 krijgen de voorstanders een belangrijke troef in handen: de kredietcrisis. Het gaat slecht met de economie, en dat voelen ook de pensioenfondsen. Zij beleggen een aanzienlijk deel van hun vermogen in aandelen. Tijdens de crisis werden die aandelen minder waard, dus bouwen de pensioenfondsen minder vermogen op dan gepland. Bovendien krijgen de fondsen te maken met een dalende rente. Geld dat vaststaat groeit dus minder hard dan van tevoren verwacht werd. Het gevolg is dat veel pensioenen zijn in de afgelopen jaren niet of nauwelijks zijn meegegroeid met de inflatie. Met andere woorden: ze zijn minder waard geworden.

Tegen de achtergrond van de kredietcrisis komt het kabinet-Balkenende IV in 2008 met een voorstel: de AOW-leeftijd maximaal vijf jaar uitstellen voor iedereen die hiervoor kiest. Als beloning zullen deze mensen een hoger AOW-bedrag ontvangen. Maar de vrees is dat deze maatregel te weinig oplevert, dus volgt in 2009 een tweede voorstel van CDA-minister Piet Hein Donner: de AOW-leeftijd moet voor iedereen omhoog naar 67. Wel zouden er uitzonderingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor mensen met fysiek zware beroepen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over bakkers, stratenmakers en verpleegkundigen. Zij krijgen eerder te maken met lichamelijke slijtage, en zijn dus niet in staat om langer dan veertig jaar te werken.

Straatinterviews over de mogelijke verhoging van de pensioenleeftijd. "Ik had al voorspeld dat we tot ons zeventigste gaan werken. Misschien wel tot ons tachtigste."

Vakcentrale FNV, in 2009 onder leiding van Agnes Jongerius, is fel gekant tegen het plan. De FNV vindt het niet eerlijk dat de rekening van de kredietcrisis bij de gewone man komt te liggen, terwijl de financiële sector de problemen veroorzaakt heeft. Maar intern is er veel verdeeldheid. De vakcentrale bestaat uit negentien verschillende bonden, en Jongerius slaagt er niet in alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. In september 2009 stemt de FNV in met het voorstel.

Een maand later wordt er ook in de Tweede Kamer een akkoord bereikt om de AOW-leeftijd te verhogen. Tot ongenoegen van veel Nederlanders. Uit een onderzoek van EenVandaag, blijkt dat zestig procent van de ondervraagden het plan niet ziet zitten. Een aantal leden van de FNV komt zelfs in opstand en bezet partijkantoren in Amsterdam en Den Haag. Erg lang duurt de commotie niet: al na één ochtend wordt de actie weer beëindigd.

De vakbondsleden protesteren tegen de verhoging van de AOW-leeftijd. 

Betekent dit akkoord het einde van de AOW-soap? Zeker niet. Begin 2010 valt kabinet-Balkende IV na gesteggel over militaire missies in Uruzgan. Weg regering, weg pensioenakkoord. Pas in 2011 komt het kabinet, nu geleid door Mark Rutte, met een nieuw voorstel. De AOW-leeftijd moet verhoogd worden naar 67, en dit zal ingaan in 2020. De FNV stemt er opnieuw mee in, net als werkgeversvereniging VNO-NCW. 

Verdeeldheid binnen de FNV. In 2010 demonstreren leden in het centrum van Rotterdam tegen de verhoging van de AOW-leeftijd.

In 2012 is de kogel dan echt door de kerk: de wet wordt aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. In 2013 maakt het voorstel deel uit van het Begrotingsakkoord, dat gesteund wordt door VVD, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP. Wel is er dan nog een laatste wijziging: niet wachten tot 2020, maar meteen beginnen met het stapsgewijs verhogen van de AOW-leeftijd.

We zijn nu drie jaar verder, en inmiddels ligt de pensioenleeftijd op 66. In 2018 zullen mensen AOW-ontvangen als ze 67 jaar worden, en in 2022 met 67 jaar en drie maanden. Kortom: Nederlanders moeten langer doorwerken.

Van de overgangsmaatregel voor oudere werknemers die al jaren zwaar werk doen, komt tot nu toe weinig terecht. 

Kan de AOW-leeftijd opnieuw verhoogd worden?

Sommige mensen zijn bang dat nu de AOW-leeftijd één keer is verhoogd, het einde zoek zal zijn. Dat is begrijpelijk, want in de pensioenwet van 2012 is afgesproken dat de AOW-leeftijd zich na 2021 automatisch aanpast aan de levensverwachting. Langer leven betekent dus langer werken. In oktober 2016 wordt zo’n automatische verhoging voor het eerst aangekondigd: in 2022 wordt de AOW-leeftijd met drie maanden verhoogd  voor iedereen die na 1954 geboren is. Toch zijn de meeste Nederlanders hier niet zo mee bezig, blijkt uit een recent onderzoek van overheidsplatform Wijzer in Geldzaken. Ruim drie op de vijf Nederlanders schat het moment dat ze met pensioen kunnen te vroeg in. Onder jongeren is dat zelfs bijna negentig procent.

Als de AOW-leeftijd de levensverwachting blijft volgen, komt die in 2030 uit op 68 jaar. Dit heeft het CBS berekend. In 2060 zou de AOW-leeftijd dan moeten worden verhoogd naar 71 jaar en zes maanden. Het gaat hier om een voorspelling: we kunnen nu nog niet met zekerheid zeggen hoeveel de levensverwachting zal toenemen. 

Deel alinea

Staatssecretaris Jetta Klijnsma fietst langs demonstranten op het Plein in Den Haag.

"Er zijn te veel mensen boven de 45 die zonder werk komen te zitten, en vervolgens nooit meer aan het werk komen."

Henk Krol (50Plus)

Kan de verhoging van de AOW-leeftijd worden teruggedraaid?

Dat de AOW-leeftijd omhoog moet hebben de meeste politieke partijen geaccepteerd. Maar er zijn nog altijd tegenstanders. De SP en de PVV, bijvoorbeeld, vinden dat de pensioenleeftijd weer moet worden teruggedraaid naar 65 jaar. Ook ouderenpartij 50Plus denkt er zo over. In een interview met radiozender BNR legt lijsttrekker Henk Krol uit waarom: “Er zijn te veel mensen boven de 45 die zonder werk komen te zitten, en vervolgens nooit meer aan het werk komen. En er zijn te veel mensen die te maken krijgen met een AOW-gat.”

Zit daar wat in? Eerst dat AOW-gat. Het klopt dat sommige ouderen hiermee te maken krijgen. Nederlanders die vervroegd met pensioen zijn gegaan vóór 2013, bijvoorbeeld via de VUT-regeling of een prepensioen, hebben hun inkomen zo geregeld dat ze eerst hun werkgeverspensioen opmaken, en vanaf hun 65ste overschakelen op de AOW. Als de AOW-leeftijd verhoogd wordt, ontstaat er dus een tijdelijk gat waarin ze geen inkomen hebben.

Wim Cremers is een van de meer dan 17.000 oud-militairen van wie ineens de uitkering werd stopgezet, toen de AOW-leeftijd werd verhoogd. 

Deel alinea

In sommige gevallen is er een overbruggingsregeling mogelijk. De NS, bijvoorbeeld, geeft oud-medewerkers die kampten met zo’n AOW-gat de mogelijkheid tijdelijk terug in dienst te komen. En voor oud-medewerkers van Defensie, die vervroegd met pensioen mochten via de zogenoemde wachttijdregeling, wordt door de overheid een extra potje vrijgemaakt. Zij worden nu voor een deel gecompenseerd voor het AOW-gat dat is ontstaan.

Door de verhoging van de AOW-leeftijd in 2013 raken mensen met een VUT-regeling of prepensioen in financiële problemen. 

Wanneer zo’n regeling niet getroffen kan worden, is de gepensioneerde zelf verantwoordelijk om het gat te dichten. Bijvoorbeeld met eigen spaargeld, of door tijdelijk toch weer aan het werk te gaan. Een zestigjarige vrouw uit het Friese Joure is het hier niet mee eens, en spant een rechtszaak aan. Ze vindt dat ze vanwege haar persoonlijke situatie – een AOW-gat van twee jaar, vrijwel geen spaargeld en een chronische aandoening waardoor ze niet kan werken – onevenredig hard wordt getroffen door de wetswijziging. De rechter stelt haar in het gelijk: de vrouw mag toch gewoon op haar 65ste met pensioen.

Heeft deze rechtszaak gevolgen voor andere mensen in dezelfde situatie? 

Ook het argument van Krol dat oudere mensen het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, klopt. Nu de economie weer aantrekt daalt ook de werkloosheid, maar vooral onder mensen tussen de 25 en 45. De groep 45-plussers die zonder werk zit, in totaal 145.000 mensen, merkt maar weinig van het feit dat de arbeidsmarkt aantrekt. In 2015 was 7,9 procent van deze groep werkloos, in 2016 is dat 7,4 procent. De meeste mensen binnen deze groep zijn bovendien langdurig werkloos, wat betekent dat ze al minimaal een jaar thuis zitten.

Dat oudere werknemers minder gemakkelijk aan het werk komen heeft verschillende redenen. Zo krijgt deze groep vaker te maken met leeftijdsdiscriminatie, gevoed door het idee dat jongere krachten beter en goedkoper zijn. Daarnaast kunnen ouderen doorgaans langer gebruik maken van WW, omdat ze een langduriger werkverleden hebben. Hierdoor is de noodzaak om een nieuwe baan te accepteren minder groot. En tot slot kan meespelen dat jongere werknemers over het algemeen hoger opgeleid zijn, stelt dit rapport van het CPB.

Komen oudere werknemers nog wel aan de bak als de AOW-leeftijd verhoogd wordt?

Er is nog één andere reden die 50plus aandraagt om de AOW-leeftijd weer op 65 te zetten: als ouderen eerder met pensioen gaan, ontstaat er ook meer ruimte voor jonge medewerkers. NRC Next onderzocht deze claim, en concludeert: die klopt niet. Volgens cijfers van het CBS leidt de verhoging van de AOW-leeftijd niet tot een hogere werkloosheid onder de totale bevolking. Dat de werkeloosheid tijdelijk opliep, was te wijten aan de economische crisis. Bovendien is het aantal banen in de afgelopen drie jaar zelfs toegenomen.

De pensioenleeftijd moet worden teruggedraaid naar 65 jaar

86%
14%

Is er een kans dat we toch gewoon op ons 65ste met pensioen kunnen? Gezien de stijgende levensverwachting, en het prijskaartje dat hangt aan zo’n hervorming, is het niet aannemelijk dat de verhoging van de AOW-leeftijd volledig wordt teruggedraaid. Maar het is wel mogelijk dat het systeem in de toekomst flexibeler wordt. De PvdA pleit in het concept-verkiezingsprogramma bijvoorbeeld voor een flexibel pensioen: een systeem waarin iedereen die daarvoor kiest, toch op z’n 65ste met pensioen kan. Ter compensatie ontvangen deze mensen maandelijks een paar tientjes minder aan AOW. Ook SP, D66, GroenLinks en VVD vinden dat de er meer keuzevrijheid moet komen voor gepensioneerden. Dit bleek bijvoorbeeld uit een verkiezingsdebat dat werd georganiseerd door Het Financieele Dagblad. Maar hoe zo'n flexibele AOW-leeftijd moet worden vormgegeven? Daarover is nog geen consensus. 

In het kort:

  • De AOW is in 1947 bedacht door Willem Drees en wordt in 1957 permanent ingevoerd. Nog altijd heeft iedereen in Nederland recht op AOW. Op dit moment is dat een brutobedrag van 1144,72 euro per maand.

  • Wie werkt, betaalt de AOW van de generatie die op dat moment met pensioen is. Dit systeem noemen we een omslagstelsel.

  • Zo’n omslagstelsel werkt prima, zolang het geboortecijfer constant blijft. Maar op dit moment vergrijst Nederland. De generatie van werkende Nederlanders wordt kleiner, terwijl het aantal gepensioneerden toeneemt.

  • De AOW-leeftijd is heilig, vinden vooral oudere werknemers, en dus moet de overheid daarvan afblijven. Maar in 2008 krijgen de voorstanders een belangrijke troef in handen: de kredietcrisis. 

  • Er zijn nog altijd tegenstanders. Sommige ouderen krijgen te maken met een AOW-gat en ze komen moeilijk aan het werk. 

  • Gezien het prijskaartje en de toegenomen levensverwachting is het onwaarschijnlijk dat de verhoging van de AOW-leeftijd wordt teruggedraaid. Wel is een flexibeler systeem denkbaar.

Deel dit venster

collection

De Canon van Nederland

Aan de hand van historische personen, gebeurtenissen en onderwerpen belicht NPO Focus de vijftig belangrijkste hoogte- en dieptepunten uit de Nederlandse geschiedenis, van de hunebedden tot Annie M.G. Schmidt.