Hoe werd het Wilhelmus ons volkslied?

6 minuten leestijd

© ANP

Hoe werd het Wilhelmus ons volkslied?

Nostalgie

Je leest nu

Hoe werd het Wilhelmus ons volkslied?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 46
  • 14055
Bekijk de collectie De Oranjes5 verhalen

Hoewel het populaire Wilhelmus al sinds de zestiende eeuw bestaat wordt het pas in 1932 officieel het volkslied van Nederland. Waarom duurde dat zo lang? En welk lied was voor die tijd onze nationale hymne?

Samengesteld door Michael Huijbregts

Het is dinsdag 6 september 1898. De jonge prinses Wilhelmina – ze is dan krap een week achttien jaar oud – wordt beëdigd tot Koningin der Nederlanden. De muziek die hierbij gespeeld wordt is bijzonder: een uitvoering van het Wilhelmus. Willem Mengelberg, misschien wel de meest beroemde dirigent die het Concertgebouworkest ooit heeft gehad, leidt orkest en zangers in een uitvoering van het volkslied-in-wording in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Op dat moment is het lied ‘Wien Neêrlands bloed’ nog het nationale lied. Hoe is het Wilhelmus dan toch ons volkslied geworden?

Op dinsdag 6 september 1898 wordt in de Amsterdamse Nieuwe Kerk prinses Wilhelmina (links) ingehuldigd als koningin.

Wat is het eerste volkslied van Nederland?

Het Wilhelmus is niet het eerste officiële Volkslied van Nederland. Voor het Wilhelmus heeft Nederland ‘Wien Neêrlands bloed’ als nationale hymne. Dat lied wordt ingesteld als volkslied nadat de Nederlanders Napoleon en de Fransen verjagen. Er komen op dat moment meer nieuwe nationale symbolen: een vlag, een geschiedenis en een koningshuis.

Om aan dit nieuwe volkslied te komen, wordt er een prijsvraag uitgeschreven, met een forse beloning van vijfhonderd gulden voor de maker van het winnende lied. De dichter Hendrik Tollens, ook wel bekend van het boek De overwintering der Hollanders op Nova Zembla en componist Johann Wilms komen als winnaars uit de bus. Ze hebben een lied van acht coupletten geschreven met als zeer pakkende terugkerende tekst: “Voor vaderland en vorst” afgewisseld met “Voor vorst en vaderland.” Dergelijke teksten zullen nu op zijn minst wat opschudding veroorzaken in een land als Nederland, maar dit is in de negentiende eeuw nog geheel legitiem. Voor het eerst gaat men zich afvragen wat een Nederlander tot een Nederlander maakt: er komt belangstelling voor Nederlandse gebruiken en tradities. Het lied van Tollens krijgt echter een soortgelijke ontvangst als het door John Ewbank in 2013 gecomponeerde Koningslied: de mening van het volk over het lied is verdeeld.

Taalkundige Wim Daniëls fileert het Koningslied. "Als je één ding niet droog kunt leggen is het water."

In 1817 wordt 'Wien Neêrlands bloed' weliswaar officieel benoemd tot volkslied, toch krijgt het nog geen voet aan de grond. Dit verandert op het moment dat België zich wenst af te scheiden van de Nederlanden, in 1831. Het lied krijgt een plaats in een soldatenliedboek (met de treffende naam: Kun je nog zingen, zing dan mee) en het zorgt voor gevoelens van saamhorigheid bij de Nederlanders.

Het eerste couplet van het Nederlandse volkslied Wien Neêrlands bloed.

"Wien Neerlands Bloed door d’aderen vloeit Van vreemde smetten vrij Wiens hart voor land en koning gloeit, Verheff’ den zang als wij: Hij stell’ met ons, vereend van zin Met onbeklemde borst, Het godgevallig feestlied in Voor vaderland en vorst."

Het eerste couplet van 'Wien Neêrlands bloed'

Waar komt het Wilhelmus vandaan?

Er is echter nog een ander populair lied: het Wilhelmus. Dit lied is van oorsprong een geuzenlied uit de Tachtigjarige oorlog. Wat veel gebeurt in deze tijd, en zo ook bij het Wilhelmus, is dat de melodie van een lied gebruikt wordt met daarbij een andere gezongen tekst. Dit heet contrafactuur. Dit doen we tegenwoordig ook nog. Neem bijvoorbeeld de liederen ‘Oranje boven en ‘We zijn er bijna’, beide zijn contrafacten. 

Voorbeeld van een contrafact: Tania Kross zingt de tekst die De Dijk-zanger Huub van der Lubbe maakte bij een bestaande opera-aria.

Vaak ook wordt er naar contrafacten gegrepen voor bruiloften en partijen: iemand schrijft een tekst voor het vijfentwintigjarig huwelijksfeest van Tante Mireille en Oom Hans die dan door de aanwezigen wordt gezongen op bijvoorbeeld de wijs van ‘Een eigen huis’ van René Froger, ‘De meeste dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato of welke meezinger dan ook.

Thomas en Jelka willen een lied voor de zilveren bruiloft van haar ouders. "Wat ik zelf altijd leuk vind is 'Heb je even voor mij'. Dat slaat altijd in als een bom."

Alhoewel de tekst van het Wilhelmus door de geuzen is bedacht, is de melodie eigenlijk Frans. De melodie komt namelijk van het lied ‘Van Chartres’ en gaat over de belegering van Chartres in 1568 door de Hugenoten.Een groep Franse protestanten. Het Wilhelmus zelf heeft hier niet zoveel mee te maken. Even na dit liedje over Chartres, wat dus een populair wijsje is geworden in de jaren hierna, duikt plots het volgende in een geuzenliedboekje op. Zo staat er in Een nieu Guese liede boecxken uit 1576:

Vvilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant ghetrouwe
Blijf ick tot inden doot:
Een Prins van Oraengien
Ben ick vrij onuerueert,
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert.

Dit boek is vervolgens vele malen herdrukt in de Nederlanden. In latere bronnen staan ook verschillende liederen met de aanwijzing “op de wijze van het Wilhelmus”, dat betekent dat het toentertijd in ieder geval een bekende melodie is geweest.

Het Nederlandse vrouwenhockeyteam tijdens het spelen van het Wilhelmus voorafgaand aan de wedstrijd tegen Duitsland op 20 maart 1938.

Het Wilhelmus is vervolgens mondeling overgeleverd. Wat er dan gebeurt is dat het lied langzaamaan verandert qua tekst en melodie. Stel je bijvoorbeeld voor dat je een verhaal vertelt aan een persoon en vraagt of deze persoon dit verhaal weer verder door kan vertellen. Wanneer je dan dit tweede verhaal hoort, zal het net een beetje anders zijn dan de eerste keer dat je het verhaal vertelde. Als je dit nu voorstelt voor een lied dat honderdvijftig jaar lang is doorverteld, dan is voor te stellen dat er een wildgroei aan verschillende Wilhelmusversies is ontstaan. Dit werkt de acceptatie van het Wilhelmus als volkslied een beetje tegen, want als volkslied wil je een lied hebben dat door álle Nederlanders wordt gedeeld en niet een lied dat in iedere plaats anders wordt gezongen. Daarnaast wordt het lied rond 1815 ook nog sterk gezien als een lied van de prinsgezinden.Voor de inval van Napoleon was Nederland sterk verdeeld tussen patriotten en prinsgezinden, voor en tegenstanders van de Stadhouder.

Hoe wordt het Wilhelmus ons volkslied?

Desalniettemin blijft het lied veel gespeeld, ook bij officiële gelegenheden en in een iets andere vorm: de prinsenmars. Dit is echter nog wel net iets anders dan het Wilhelmus zoals we het vandaag de dag kennen. Het Wilhelmus wordt in die tijd eigenlijk meer en meer gezien als koningslied, terwijl het ‘Wiens Neerlands bloed’ nog gezien wordt als volkslied. Het Wilhelmus gaat over de lange Nederlandse traditie van Willem van Oranje, een verre voorvader van de Nederlandse koningen, iets waar koning Willem III zich wel mee kan vergelijken.

De staat van het ‘Wiens Neerlands bloed’ als volkslied verslechtert als Willem III niet door een vorst, maar door een vorstin wordt opgevolgd. In 1898 volgt de achttienjarige Wilhelmina haar vader op.

Beelden van de inhuldiging van koningin Wilhelmina.

Plots is de tekst van Tollens in het oude volkslied niet meer passend: ‘voor vorst en vaderland’ moet veranderen in ‘voor vorstin en vaderland’. Voor een lied heeft dit zeer ingrijpende gevolgen: je hebt plots een lettergreep te veel waardoor het niet meer past in de melodie. De tekst wordt aangepast door Jan Willem van Dalfsen (1853-1913) en nog wel officieel aangehouden als volkslied, maar deze status begint aan alle kanten onzeker te worden. Zo vegen de TachtigersDe Tachtigers waren een gezelschap vooraanstaande schrijvers die rond 1880 beginnen met hun carrière. de vloer aan met de tekst van Tollens: het past volgens hen niet meer in de huidige tijd.

Niet iedereen is even tekstvast.

Ook de verdere opkomst van het Wilhelmus brengt de positie van het officiële volkslied aan het wankelen. In de negentiende eeuw is het mode om de volkstradities opnieuw te onderzoeken en proberen vast te stellen wat echte, authentieke cultuur was. Er ontstaat grote belangstelling voor volksverhalen en volksliederen. Bekende voorbeelden hiervan zijn mensen als de dichter Johann Gottfried von Herder, die op zoek gaat naar de ware identiteit van het Duitse volk, of de gebroeders Grimm, die oude Duitse volksverhalen- en sprookjes opnieuw optekenen, waaronder Assepoester, Hans en Grietje en De Wolf en de zeven geitjes.

Hans en Grietje in het bos.

Dezelfde belangstelling voor oude verhalen en liederen is er ook in Nederland. Zo is er de theoloog A.D. Loman sr. die een liedboekje met oud-Nederlandse liederen opnieuw uitgeeft. Dit boekje is afkomstig uit 1626, wat dus vijftig jaar na de oudste Wilhelmusbron is, en was van de hand van ene Adrianus Valerius. De heruitgave van de theoloog komt in handen van een Oostenrijkse muziekwetenschapper, Eduard Kremser, die het bewerkt en in concertzalen uit laat voeren. Deze bewerking heeft weinig van doen met de manier van zingen zoals in de tijd van Valerius gebruikelijk was: het wordt in plaats van een bijna dansachtig lied, verheven tot een statig kerkgezang, wat erg goed past in de smaak van de negentiende eeuw. Zoals te horen in het filmfragment van Wilhelmina, is de manier van zingen veel statiger en plechtiger dan hoe het Wilhelmus nu doorgaans gezongen wordt.

Deze versie van Valerius en Kremser wordt erg populair en drukt zich door als de dominante Wilhelmusversie: het wordt onderwezen op scholen en doorbreekt daardoor het probleem van de vele versies en heeft het plechtstatige dat ontbrak in de versie van Tollens.

Alhoewel het Wilhelmus zich manifesteert als het officieuze volkslied der Nederlanden, duurt het toch nog tot 1932 voor het ook het officiële volkslied wordt.  Het is dan richting het buitenland een onhoudbare situatie: een onofficieel volkslied en een niet langer geaccepteerd officieel volkslied, het wekt een slordige indruk. Hierdoor besluit de ministerraad toch tot een officiële wijziging. Na een geschiedenis van 356 jaar wordt dan toch het Wilhelmus ons officiële volkslied.

Mike Boddé neemt de Wilhelmusvariaties van Wolfgang Amadeus Mozart onder de loep en zingt uit volle borst mee.

Toch betekent het feit dat het Wilhelmus onze nationale hymne is nog niet dat we het lied allemaal uit volle borst mee kunnen zingen.

Joep en Rob zoeken uit hoe goed wij het Wilhelmus kennen. "De gemiddelde Nederlander is beter op de hoogte van de tekst van 'Busje komt zo' dan van het Wilhelmus."

"Wilhelmus van Nassouwe ben ik, van Duitsen bloed, den vaderland getrouwe blijf ik tot in den dood. Een Prinse van Oranje ben ik, vrij, onverveerd, den Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd. "

De tekst van het Wilhelmus is hier te vinden.

Het lied is vijftien coupletten lang. De eerste letters van de coupletten vormen samen de naam  W I L L E M   V A N   N A S S O V.

De V is eigenlijk een U en de coupletten twaalf en dertien beginnen tegenwoordig met een Z in plaats van een S. Maar uiteindelijk staat er dus Willem van Nassou. Een gedicht waarin de eerste letters samen weer een woord of zin vormen wordt een acrostichon genoemd.

Het eerste couplet van het Wilhelmus

In het kort

  • Voor het Wilhelmus heeft Nederland ‘Wien Neêrlands bloed’ als volkslied.
  • Om aan dit volkslied te komen, wordt er in de negentiende eeuw een prijsvraag uitgeschreven, die dichter Hendrik Tollens en componist Johann Wilms winnen.
  • Het lied wordt populair op het moment dat België zich wenst af te scheiden van de Nederlanden, in 1831. Het zorgt voor gevoelens van saamhorigheid bij de Nederlanders.
  • Het Wilhelmus is van oorsprong een geuzenlied uit de Tachtigjarige oorlog geschreven op een Franse melodie.
  • In 1932 wordt het Wilhelmus het officiële volkslied.

Deel dit venster