Hoe krijg je een verblijfsvergunning?

11 minuten leestijd

© ANP

Hoe krijg je een verblijfsvergunning?

Beleid

Je leest nu

Hoe krijg je een verblijfsvergunning?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 53
  • 21415

Een plastic kaartje zo groot als een bankpas: de verblijfsvergunning. Hoe klein ook, voor veel mensen hangt hun toekomst ervan af. Buitenlanders die naar Nederland komen mogen niet zomaar blijven en hier een leven opbouwen; dat mag alleen als ze een verblijfsvergunning in hun bezit hebben. Hoe kom je daaraan?

Samengesteld door Catrien Spijkerman

thumbnail
Inburgeren

In vier jaar tijd is het aantal geslaagden voor de inburgeringstoets maar liefst vijf keer zo klein geworden. Hoe kan dat?

Wat is een asielprocedure?

Mensen die het gevoel hebben dat ze in hun eigen land niet veilig zijn, kunnen naar Nederland komen en vragen of ze hier mogen wonen. Ze vragen dan om ‘asiel’. Bijvoorbeeld omdat er oorlog is in hun eigen land, of omdat ze in hun eigen land worden bedreigd of mishandeld vanwege hun seksuele geaardheid of polititieke opvatting.

Asielzoekers kunnen echter niet zomaar in Nederland komen wonen. Eerst wil Nederland uitzoeken of het wel klopt wat de asielzoekers zeggen. Dit gebeurt in de asielprocedure, in verschillende stappen.

Stap 1: aankomst
Wanneer een asielzoeker aankomt in Nederland, moet hij zich eerst aanmelden in een aanmeldcentrum. Het grootste en bekendste aanmeldcentrum is in Ter Apel, maar er is er ook één op Schiphol, voor asielzoekers die met het vliegtuig komen. In het aanmeldcentrum schrijven de asielzoekers zich in, geven ze hun vingerafdrukken af, en dienen ze een officiële asielaanvraag in.

© ANP

Asielzoekers bij het aanmeldcentrum in Ter Apel

Stap 2: algemene asielprocedure
Na de rusttijd volgt de daadwerkelijke procedure, die vier tot acht dagen duurt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) houdt twee ‘gehoren’ met de asielzoeker. In het eerste gehoor wil de IND grofweg drie dingen weten: wie is deze persoon, wat is zijn nationaliteit en hoe is hij in Nederland terecht gekomen (oftewel: wat was zijn vluchtroute)? Dit gehoor vindt plaats op de eerste dag. Er is ook een tolk bij.

Op de tweede dag bespreekt de asielzoeker met zijn advocaat hoe het eerste gehoor is gegaan. Ook bereiden ze het tweede gehoor voor. Dat tweede gehoor vindt plaats op de derde dag. De IND wil nu nog meer van het vluchtverhaal weten, ook moet de asielzoeker uitleggen waarom hij niet gewoon in zijn eigen land kan wonen. Het gesprek duurt vaak lang, en de IND wil zoveel mogelijk details weten.

Een Somalische vluchteling die vanuit Griekenland naar Ter Apel is gekomen wordt 'gehoord' door de IND. Bekijk de hele aflevering op NPO.nl

Stap 3: verlengde asielprocedure
In de dagen die volgen krijgt de asielzoeker bericht: hij mag blijven, of hij moet gaan. Vaak is het de IND echter niet gelukt om in maximaal acht dagen tot een beslissing te komen. De IND wil dan extra onderzoek doen, bijvoorbeeld omdat de dienst vermoedt dat de asielzoeker een andere nationaliteit heeft dan hij vertelt, of omdat de IND niet goed kan inschatten hoe groot gevaar de asielzoeker in zijn eigen land loopt. In sommige gevallen gaat de IND onderzoek doen in het land van herkomst.

De verlengde asielprocedure mag normaliter maximaal zes maanden duren. Maar aangezien er de afgelopen jaren veel aanvragen binnenkwamen, is de termijn voor nieuwe asielzoekers sinds februari verlengd naar vijftien maanden, met de mogelijkheid tot nog een extra verlenging met drie maanden. In afwachting van de uitslag, woont de asielzoeker in een asielzoekerscentrum (azc).

Asielzoekers in de voormalige Bijlmerbajes die is omgebouwd tot azc. 

Wanneer wordt een asielaanvraag goedgekeurd?

Alleen mensen die in hun eigen land ernstig moeten vrezen voor hun veiligheid, mogen in Nederland blijven. In de gehoren moeten ze de IND daarvan overtuigen. Sommige mensen maken echter al meteen geen kans. Dit zijn mensen die uit een land komen dat op de 'lijst van veilige landen van herkomst' staat. Volgens de overheid wordt de bevolking uit die landen al genoeg beschermd door het land zelf. Op deze lijst staan onder andere Marokko, Albanië, Servië en Senegal. 

Iemand afkomstig uit een land dat niet op de veilige-landenlijst staat, moet aantonen dat hij in zijn eigen land wordt vervolgd wegens ras, godsdienst, nationaliteit, seksuele geaardheid of politieke overtuiging. Hij loopt in zijn eigen land dan het risico op marteling, of onmenselijke straf. Ook als de situatie in het algemeen in een land niet voldoende veilig is, kan een persoon asiel krijgen. Bijvoorbeeld als er oorlog is, of als het leger, de politie, gewapende rebellen of opstandelingen de bevolking bedreigen, mishandelen, of verkrachten.

Als de asielzoeker zelf oorlogsmisdaden in zijn eigen land heeft begaan, wordt zijn asielaanvraag uiteraard niet goedgekeurd.

Dublin
Soms wijst de IND een asielverzoek af, terwijl de asielzoeker wel degelijk in zijn eigen land gevaar loopt. Dit kan te maken hebben met de zogenoemde Dublin-afspraken. In Dublin spraken de EU-landen met elkaar af dat het eerste land waar een asielzoeker Europa binnenkomt, verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.

Stel dat een asielzoeker in Italië aankomt en zich daar registreert, maar vervolgens doorreist naar Nederland en daar een asielverzoek indient. In dat geval zal Nederland zijn aanvraag afwijzen, en hem terugsturen naar Italië. Als de asielzoeker daarentegen meteen vanuit Italië is doorgereisd zonder zich te registreren, kan hij wél in Nederland asiel aanvragen.

De christelijke familie Sharou ontvlucht de burgeroorlog en komt via een smokkelaar in Polen terecht. Daarna vluchtten ze naar Nederland. De IND wil hen nu terugsturen.

Krijg je met een goedgekeurde asielaanvraag meteen een verblijfsvergunning?

Als de asielaanvraag is goedgekeurd, betekent dit dat de persoon officieel is erkend als vluchteling. Dat wil zeggen dat Nederland vindt dat deze persoon bescherming nodig heeft, en dus in Nederland mag blijven.  

Vluchtelingen met een goedgekeurde asielaanvraag krijgen een verblijfsvergunning. Maar dat betekent niet dat ze voor altijd mogen blijven; de verblijfsvergunning is namelijk in eerste instantie tijdelijk. Als in de eerste vijf jaar de situatie in het thuisland verbetert, kan het zijn dat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken. Ook kan de IND de tijdelijke verblijfsvergunning intrekken als blijkt dat de vluchteling onjuiste informatie heeft gegeven tijdens de asielprocedure, of als hij een ernstig misdrijf pleegt.

Inburgeringsexamen
Vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning moeten verplicht inburgeren. Dit betekent dat ze de Nederlandse taal moeten leren. Ook moeten ze leren hoe je in Nederland aan werk komt, en welke regels, gebruiken, waarden en normen in de Nederlandse maatschappij belangrijk zijn.

Op een bevroren vijver in Ilpendam probeert een groep asielzoekers het schaatsen onder de knie te krijgen als onderdeel van hun inburgeringscursus.

Iedereen is zelf verantwoordelijk voor z’n inburgering. Inburgeraars moeten zelf een school kiezen, en de cursus zelf betalen. Wel kunnen vluchtelingen hiervoor een lening aanvragen bij de overheid, die wordt kwijtgescholden als ze het examen op tijd halen.

Ze krijgen drie jaar de tijd om de verschillende onderdelen van het inburgeringsexamen te halen. Als dit niet lukt, kunnen ze een boete krijgen van maximaal 1.250 euro. Het examen zelf kost in totaal 350 euro. In sommige gevallen kunnen ze uitstel aanvragen, of is het niet nodig om het examen te halen.

Het inburgeringsexamen blijkt ook voor autochtone Nederlanders nog een flinke kluif. 

Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Na vijf jaar kunnen vluchtelingen een verblijfsvergunning aanvragen om voor ‘altijd’ te blijven. Ze moeten dan wel hun inburgeringsexamen hebben gehaald, en de afgelopen vijf jaar ook daadwerkelijk in Nederland hebben gewoond. Ze mogen dus niet een half jaartje of meer tijdelijk ergens anders hebben gewoond.

Kun je ook een verblijfsvergunning krijgen als je geen asielzoeker bent?

Niet alle buitenlanders die in Nederland willen wonen, doet dit omdat het in hun eigen land niet veilig is. Sommige buitenlanders komen naar Nederland voor werk of studie, voor de liefde, of omdat de rest van hun familie er al woont.

Mensen die uit een ander EU-land komen, hebben in Nederland geen verblijfsvergunning nodig. In het verdrag van Schengen is namelijk afgesproken dat EU-inwoners binnen de EU-zone overal mogen werken en wonen waar ze maar willen.

Buitenlanders uit niet-EU-landen die langer dan drie maanden in Nederland willen blijven, moeten wél een verblijfsvergunning aanvragen. Hier zijn strenge eisen aan verbonden. Zo moeten ze kunnen aantonen dat ze in Nederland al een baan hebben geregeld waarmee ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien, óf ze moeten een partner hebben die hen kan onderhouden. Ook moeten ze aantonen dat ze geen crimineel verleden hebben. Vaak moeten ze in hun eigen land bij de Nederlandse ambassade al een basis-inburgeringexamen halen.

De Nederlandse Jeniffer probeert haar Turkse vakantievriend Metin naar Nederland te halen. Voor advies gaan ze naar de IND. Bekijk de hele uitzending op NPO.nl

Net als de asielzoekers, krijgen ze eerst een tijdelijke verblijfsvergunning, en zijn ze vervolgens verplicht het inburgeringsexamen in Nederland te halen. Om de kosten van de inburgering te betalen, kunnen ze een lening afsluiten. Dit geld wordt echter niet – zoals bij vluchtelingen – kwijtgescholden wanneer ze hun examen halen. 

Mag de rest van de familie ook komen?

Vluchtelingen die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben gekregen, mogen hun familie laten komen. Dat komt omdat in internationale verdragen is vastgelegd dat iedereen recht heeft op een familieleven. Natuurlijk mag de vluchteling niet alle verre ooms en nichtjes laten komen; alleen zijn minderjarige kinderen en zijn echtgenoot of ongehuwde partner zijn welkom. Als de vluchteling zelf nog een kind is, mag hij zijn ouders laten komen.

Veel gezinnen zijn door de oorlog in Syrië verscheurd. De helft van dit gezin zit in Nederland, de andere helft in Turkije. Het kan nog lang duren voor ze herenigd zijn.  

Er gelden ook hier strenge regels. De vluchteling moet namelijk bij de IND een gezinsherenigingsaanvraag doen binnen drie maanden nadat hij zelf een verblijfsvergunning heeft gekregen. Als hij die deadline niet haalt, moeten zijn gezinsleden gewoon via de reguliere weg de asielprocedure door. Ook moet de vluchteling aantonen dat hij al samen was met zijn partner voordat hij naar Nederland kwam, en dat hij en zijn gezinsleden echt een gezin vormden. Dit kan hij bijvoorbeeld bewijzen met officiële documenten zoals een huwelijksakte of geboorteakte. Dit soort documenten zijn echter vaak niet voor handen, omdat er bijvoorbeeld oorlog is in het land van herkomst.

De IND doet uitgebreid onderzoek naar de gezinsband. Soms organiseert de IND een DNA-onderzoek, of laat de IND de gezinsleden in het herkomstland bij de Nederlandse ambassade ondervragen. Dit is vaak lastig, bijvoorbeeld omdat het in tijden van oorlog gevaarlijk is voor de gezinsleden om de tocht naar de ambassade af te leggen.

Wanneer de familieband is aangetoond, mogen de gezinsleden naar Nederland komen. Ze krijgen dan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. 

De familie Duraid Ibrahim Abbas uit Irak bij hun nieuwe woning. 

Welke rechten heb je met een verblijfsvergunning?

Wanneer vluchtelingen te horen krijgen dat ze een verblijfsvergunning krijgen, zijn ze vaak ontzettend blij en opgelucht. Vaak hebben ze het gevoel dat ze na het bemachtigen van dat kleine pasje eindelijk kunnen beginnen aan hun toekomst.

Naast het recht op gezinshereniging, krijgen zij nu ook het recht om te werken, en hebben ze recht op een woning. Het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) wijst de vluchteling een woning toe. Het COA houdt hierbij geen rekening met de persoonlijke wensen, maar wel met het werk, de studie, of medische omstandigheden van de vluchteling. Als een vluchteling een baan heeft in Friesland, zal het COA hem dus geen huis toewijzen in Limburg. De vluchteling is verplicht het aanbod van het COA te accepteren, anders verliest hij het recht op opvang. Het is de bedoeling dat de vluchteling binnen veertien weken een huis krijgt, maar in de praktijk duurt het vaak langer omdat er niet op tijd een geschikte woning beschikbaar is.

De 22-jarige Iraniër Arad, vier jaar eerder gearriveerd in Nederland, krijgt in 2014 een huis in Friesland. 

Toen de vluchtelingen nog in het asielzoekerscentrum woonden, zorgde het COA ervoor dat ze verzekerd waren. Met een verblijfsvergunning zijn de vluchtelingen daarvoor voortaan zelf verantwoordelijk. Ze hebben wat dat betreft voortaan dezelfde rechten en plichten als andere inwoners van Nederland. Zo moeten ze verplicht een zorgverzekering afsluiten, en kunnen ze aanspraak maken op huurtoeslag en zorgtoeslag als ze een laag inkomen hebben. Lukt het niet om een baan te vinden, dan hebben ze recht op een bijstandsuitkering.

Nederlander worden
Vluchtelingen die na vijf jaar een verblijfsvergunning krijgen voor onbepaalde tijd, hebben bijna dezelfde rechten als mensen met de Nederlandse nationaliteit. Er is echter een belangrijk verschil: ze mogen niet stemmen bij de nationale verkiezingen. Bovendien mogen ze niet werken in bepaalde overheidssectoren zoals de politie en het leger.

Om ook deze rechten te verkrijgen, kunnen ze de Nederlandse nationaliteit aanvragen. Dit heet naturalisatie; de vluchteling wordt dan officieel Nederlander, en krijgt een Nederlands paspoort. De vluchteling kan deze aanvraag doen nadat hij minstens vijf jaar met verblijfsvergunning onafgebroken in Nederland heeft gewoond. In sommige uitzonderingsgevallen kan het al na drie jaar – bijvoorbeeld wanneer de vluchteling stateloos is (dit betekent dat geen enkel land op de wereld hem erkent). Als blijkt dat de vluchteling ernstige misdrijven pleegt of heeft gepleegd, kan zijn Nederlandse paspoort alsnog worden ingenomen.

Op initiatief van minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken wordt in 2006 voor het eerst een naturalisatiedag gehouden voor nieuwe Nederlanders.

Wat is een pardonregeling?

In april 2001 wordt in Nederland een nieuwe vreemdelingenwet ingevoerd, met strengere regels. Met die wet wil de overheid onder andere illegaliteit voorkomen: er worden strengere maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat buitenlanders die geen verblijfsvergunning krijgen, daadwerkelijk vertrekken.

Jarenlang is er veel discussie over wat er moet gebeuren met de mensen die nog onder de oude vreemdelingenwet vallen. Er zijn namelijk een hoop mensen die vóór april 2001 hun verzoek hebben ingediend, en nog steeds wachten op de afhandeling van hun procedure. Bovendien zijn er mensen die zijn afgewezen, maar Nederland niet hebben verlaten. Zij leven dus in de illegaliteit.

Deel alinea

Ex-asielzoekers vieren dat zij via het generaal pardon een verblijfsvergunning hebben gekregen en zich nu kunnen vestigen in Haarlemmermeer.

In 2007 besluit de overheid ‘schoon schip’ te maken. Ze geven in één klap alle buitenlanders die zes jaar of langer onafgebroken in Nederland wonen, een verblijfsvergunning. Dit is een overgangsregel, zodat daarna iedereen gewoon onder de nieuwe (strengere) wet valt. Zonder individuele procedure krijgen zo bijna 28 duizend mensen een verblijfsvergunning, dit wordt het ‘generaal pardon’ genoemd.

Het kabinet heeft afgesproken dat er een generaal pardon komt voor uitgeprocedeerde asielzoekers die onder de oude vreemdelingenwet (vóór 1 april 2001) asiel aangevraagd hebben.

Kinderpardon
De generale pardonregeling geldt inmiddels al lang niet meer. Wel is er een pardonregeling speciaal voor kinderen. Kinderen (jonger dan 19 jaar) die vijf jaar of langer onafgebroken in Nederland wonen, krijgen een verblijfsvergunning. Er zijn wel een aantal strenge regels aan verbonden. Zo moet onder andere hun asielaanvraag zijn ingediend voordat de kinderen dertien jaar zijn. Daarnaast moet het gezin al die tijd contact hebben onderhouden met de IND. Ook mag niemand in het gezin in aanraking zijn geweest met de politie. Bovendien moet de familie voldoende hebben meegewerkt aan de terugkeer naar het land van afkomst.

Als een kind op basis van het kinderpardon een verblijfsvergunning krijgt, kunnen zijn gezinsleden ook een verblijfsvergunning krijgen. Dat komt omdat in internationale verdragen is afgesproken dat iedereen recht heeft op een familieleven. Broers, zussen, en ouders van het kind mogen dus bij hem blijven. Als de broers of zussen al meerderjarig zijn, kunnen ze alleen in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning als ze nog bij hun ouders wonen.

Volgens de coalitiepartijen (VVD, CDA, CU en D66) is dit het laatste kinderpardon. Zij trekken geld uit om de asielprocedure sneller te laten verlopen en hopen hiermee nieuwe schrijnende gevallen te voorkomen. Of dit ook lukt zal de toekomst uitwijzen.

Volgens het kinderpardon mogen kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland wonen hier blijven, maar dat blijkt vooral te gelden voor kinderen die al die tijd in asielzoekerscentra woonden.

Was het vroeger makkelijker?

Lange tijd had Nederland geen vreemdelingenbeleid. Tot halverwege de 19de eeuw kan iedereen die het wil – om welke reden dan ook – gewoon naar Nederland komen om hier te wonen. Maar wanneer het wat slechter gaat met de economie, besluit de regering dat het toch wel handig is als er regels zijn over wie wel en wie niet welkom is. Zo onstaat in 1849 de eerste Vreemdelingenwet, waarin staat dat Nederland niet zit te wachten op armoedzaaiers. In principe kunnen ze nog steeds gewoon Nederland binnenkomen, maar door de nieuwe wet kan Nederland ze er makkelijker uitgooien. Buitenlanders die zichzelf niet kunnen onderhouden, worden bij België of Duitsland de grens over gezet.

Tweede Wereldoorlog
Ongeveer een eeuw later komt in 1933 Adolf Hitler in Duitsland aan de macht. Veel Duitse en Poolse joden willen naar Nederland vluchten, omdat ze in hun eigen land bedreigd worden. Maar Nederland hanteert steeds strengere regels voor de toelating van deze vluchtelingen, onder andere omdat het heel slecht gaat met de Nederlandse economie. In 1938 besluit de regering zelfs dat er helemaal geen vluchtelingen Nederland meer in mogen. Toch lukt het sommigen wel zich in Nederland te verstoppen.

Eind jaren dertig is er een grote stroom Joodse vluchtelingen. Nederland voert een streng immigratiebeleid. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

In 1951 stellen de Verenigde Naties het Vluchtelingenverdrag op, waarin staat dat elke persoon recht heeft op bescherming in een ander land, wanneer hij in zijn eigen land ‘gegronde vrees’ heeft om te worden vervolgd vanwege zijn ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of de sociale groep waarbij hij hoort. In het Vluchtelingenverdrag staat ook dat vluchtelingen niet mogen worden teruggestuurd naar een land waar ze gevaar lopen. Dit verdrag wordt onder andere opgesteld omdat men wil voorkomen dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zich herhaalt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden immers ook veel mensen bij andere landen om bescherming gevraagd, en dit was hen geweigerd. Veel van die mensen zijn daarna vermoord.

In 2001 wordt het vijftigjarig bestaan van het VN-Vluchtelingenverdrag gevierd, bijvoorbeeld bij dit festival in het Kralingse Bos in Rotterdam. 

Arbeidsmigranten
Sinds de ondertekening van het Vluchtelingenverdrag maakt Nederland voortaan een sterk onderscheid tussen vluchtelingen en andere migranten. Voor vluchtelingen gelden sindsdien andere regels dan voor buitenlanders die bijvoorbeeld voor werk of andere redenen in Nederland willen wonen.

Na de Tweede Wereldoorlog moet Nederland opnieuw opgebouwd worden, maar er is rond 1950 een groot tekort aan arbeidskrachten. Daarom haalt de regering arbeiders uit Spanje en Italië en later uit Turkije en Marokko om in Nederland laaggeschoold werk te doen. Dit zijn de zogenoemde gastarbeiders. De bedoeling is dat ze een tijdje hier werken, en dan weer terugkeren naar hun eigen land. Maar aangezien het voor werkgevers onhandig is dat de werk- en verblijfsvergunningen steeds verlopen, krijgen veel gastarbeiders een permanente verblijfsvergunning.

Vanaf 1960 mogen de arbeidsmigranten na twee jaar in Nederland ook hun vrouwen en kinderen naar Nederland halen, mits ze een arbeidscontract hebben van minstens nog een jaar. Van inburgeringscursussen en andere strenge eisen is nog totaal geen sprake.

In de jaren ’70 komt Nederland in een economische dip, en stijgt de werkloosheid. Veel gastarbeiders met hun laaggeschoolde banen worden ontslagen en moeten een beroep doen op sociale uitkeringen. De arbeidsmigratie wordt stopgezet, maar de gezinshereniging is nog lange tijd mogelijk.

In het kort:

  • Wanneer een asielzoeker aankomt in Nederland, moet hij zich eerst aanmelden in een aanmeldcentrum. Na de rusttijd (zes dagen) begint de asielprocedure, die vier tot acht dagen duurt. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) houdt twee ‘gehoren’ met de asielzoeker.

  • In de dagen die volgen krijgt de asielzoeker bericht: hij mag blijven, of hij moet gaan. Alleen mensen die in hun eigen land ernstig moeten vrezen voor hun veiligheid, mogen in Nederland blijven. In de gehoren moeten ze de IND daarvan overtuigen.

  • Vluchtelingen met een goedgekeurde asielaanvraag krijgen een verblijfsvergunning. Maar dat betekent niet dat ze voor altijd mogen blijven; de verblijfsvergunning is namelijk in eerste instantie tijdelijk. Vluchtelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning moeten verplicht inburgeren.

  • Na vijf jaar kunnen vluchtelingen een verblijfsvergunning aanvragen om voor ‘altijd’ te blijven. Ze moeten dan wel hun inburgeringsexamen hebben gehaald, en de afgelopen vijf jaar ook daadwerkelijk in Nederland hebben gewoond.

  • Vluchtelingen die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben gekregen, mogen hun familie (minderjarige kinderen, echtgenoten of ongehuwde partners) laten komen. Dat komt omdat in international verdragen is vastgelegd dat iedereen recht heeft op een familieleven. Er gelden ook hier strenge regels.

Deel dit venster