Kun je beter eten kopen zonder E-nummers?

15 minuten leestijd

Kun je beter eten kopen zonder E-nummers?

Beleid

Je leest nu

Kun je beter eten kopen zonder E-nummers?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 40
  • 20120
Bekijk de collectie Gezondheid28 verhalen

“E-nummers zijn onnodige toevoegingen, die ons verslaafd maken aan ongezond eten en ze zitten overal in.” Typ bij een willekeurige zoekmachine het woord E-nummers in en dit is wat je vindt. Maar is de vrees voor die mysterieuze nummertjes op de ingrediëntenlijst terecht of valt het allemaal wel mee?

Samengesteld door Paul Koster

Wat zijn E-nummers?

Bijna alle producten die te koop zijn in de supermarkt moeten duidelijk op hun etiket hebben staan welke ingrediënten er zijn gebruikt bij de productie. Er is uitgebreide Europese regelgeving die bepaalt wat er allemaal op zo’n ingrediëntenlijst moet staan en hoe het opgeschreven moet worden. Een onderdeel dat op veel etiketten terugkomt zijn de additieven: stoffen die worden toegevoegd aan het product om het product te verbeteren. Bijvoorbeeld door het langer houdbaar te maken, meer smaak te geven, te laten glanzen, een andere kleur te geven of te voorkomen dat een product klontert. Over het algemeen worden deze additieven aangegeven met een E-nummer.

In de tweede helft van de twintigste eeuw wordt de vraag naar houdbaar en bewerkt voedsel steeds groter. Supermarkten willen veel voorraad inkopen om aan die vraag te voldoen en eten wordt voor het eerst grootschalig over grote afstanden vervoerd. Steeds vaker worden hiervoor additieven in het productieproces toegevoegd om een product langer houdbaar te maken. Om alle toevoegingen te kunnen bijhouden en controle te kunnen uitoefenen op de voedselveiligheid voert de Europese Unie in de jaren zestig een systeem met nummers in. De eerste E-nummers, waarbij E staat voor Europa, worden toegekend aan kleurstoffen.

Deel alinea

De stoffen op de eerste lijst zijn getest en toegestaan voor gebruik in etenswaren. In deze beginperiode mag ieder land nog zelf bepalen hoeveel van een bepaalde toegestane stof in voedingsmiddelen mag worden gestopt. In de jaren hierna wordt deze lijst uitgebreid met andere toevoegingen, zoals antioxidantenEen antioxidant zorgt ervoor dat een product langer houdbaar is, omdat het oxidatie (aantasting door zuurstof) tegengaat. , emulgatorenEen emulgator zorgt ervoor dat vetten en water goed met elkaar kunnen binden, zodat er een gladde substantie ontstaat, bijvoorbeeld bij margarine en mayonaise. , stabilisatorenEen stabilisator zorgt ervoor dat de situatie van etenswaren stabiel blijft, dus dat bijvoorbeeld vleeswaren niet uitdrogen en dat er geen kristallen ontstaan in roomijs. en verdikkingsmiddelenEen verdikkingsmiddel maakt een product dikker en bindt water aan het product. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt in vla en pudding.  en kwam er ook Europese regelgeving over het gebruik van deze E-nummers. Op dit moment zijn er verschillende categorieën met toegestane additieven in voedingsmiddelen, die ook weer aan strenge regelgeving moeten voldoen.

Sinds 2002 is de European Food Safety Authority (EFSA) verantwoordelijk voor de voedselveiligheid in Europa. De EFSA test elk additief uitvoerig voor het een E-nummer krijgt. Om te voorkomen dat er te veel van een bepaalde stof in eten wordt gestopt, bepaalt de EFSA ook een Aanvaardbare Dagelijkse Inname, de ADI, voor elke stof die van nature niet voorkomt in het eten. Bij het bepalen van deze ADI nemen de onderzoekers een ruime veiligheidsmarge in acht. Meestal zijn er dierproeven nodig om de ADI vast te stellen. Dieren krijgen verschillende hoeveelheden van de stof toegediend om zo de hoogste dosis te bepalen waarbij er geen negatieve effecten te zien zijn. Deze dosis wordt No Observed Adverse Effect Level (NOAEL) genoemd. 

Voor mensen zou de stof schadelijker kunnen zijn dan voor dieren. Daarom wordt de NOAEL, de maximale dosis die geen negatief effect heeft op dieren, door tien gedeeld. Maar ook de gevoeligheid tussen mensen verschilt. Denk hierbij aan ouderen, mensen met verminderde weerstand, zwangere vrouwen, baby’s en kinderen. Het getal wordt daarom nogmaals door tien gedeeld. Bij elkaar is dit een extra veiligheidsmarge van honderd. Zijn er bij dierproeven geen nadelige effecten te zien bij de hoogste dosis die is gegeven, en zijn er bij mensen geen negatieve gevolgen te verwachten, dan is er geen maximum voor de inname van deze stof. De ADI staat dan weergegeven als onbeperkt. Je zou kunnen zeggen dat E-nummers de meest onderzochte stoffen zijn van de ingrediënten die wij dagelijks binnenkrijgen.

Directeur marketing Marcel Joosten van snackfabrikant Mora kan ons verzekeren dat er geen gevaarlijke stoffen in de bitterbal zitten. 

© James Kennedy, scheikunde leraar in Australië

Als je een lijst zou maken van alle chemische stofjes die in natuurlijke producten als een banaan, een blauwe bes of een rode biet zitten, kom je tot een gigantische lijst van onderdelen. Alleen zijn deze niet toegevoegd, maar zitten ze er van nature in.

Audiofragment

"Slechts een synoniem voor de naam van een stof"
NTR - De Kennis van Nu, 11 mrt 2014

Ook hoogleraar Ralf Hartemink, levensmiddelentechnoloog aan de Wageningen Universiteit, geeft aan dat een tomaat zo’n 3000-5000 chemicaliën van nature bevat, en een plant bomvol E-nummers zit.

Kritiek op E-nummers
Websites van consumentenprogramma’s, foodblogs en de klantenservice van supermarkten hebben vaak te maken met bezorgde en kritische consumenten die voedsel waar E-nummers in zit wantrouwen. Van sommige zoetstoffen wordt gezegd dat ze kankerverwekkend zijn. Verder zouden E-nummers giftig zijn, gezondheidsklachten geven en de consument verslaafd maken aan junkfood.

Bewerkt eten wordt gewantrouwd en fabrikanten worden verdacht van het bewust toevoegen van ‘allerlei onnodige troep’ in het eten. Maar hoogleraar voedseltechnologie Tiny van Boekel geeft aan dat eigenlijk veel voedsel dat wij eten ‘bewerkt’ is: “Mensen lijken te denken dat alles wat bewerkt is slecht is, en dat is zeker niet zo. Datgene wat bewerkt is, is zeker niet slecht, zelfs vaak nog beter." Als voorbeeld geeft hij brood, dat bewerkt tarwe is, en kaasproducten die worden gemaakt uit melk. Dat zijn allemaal bewerkingen die maken dat wij het voedsel dat uit de natuur komt, om kunnen zetten tot iets dat wij kunnen eten. Maar: “De levensmiddelenindustrie moet veel transparanter worden en laten zien wat ze doen.”

Audiofragment

"Niet alles wat bewerkt is, is slecht"
VARA - De Nieuws BV, 18 febr 2016

Hoogleraar voedseltechnologie Tiny van Boekel en schrijfster Karin Luiten gaan met elkaar in discussie. Hoe slecht is bewerkt voedsel?

E-nummers zijn niet slecht voor je. Sterker nog, ze maken ons leven beter. Dat beargumenteert microbiologe en columniste Rosanne Hertzberger. Hele aflevering bekijken? Kijk op NPO.nl.

Zijn E-nummers onnatuurlijk?

Een E-nummer is dus niets meer dan de benaming voor een bepaalde stof die aan voedselproducten wordt toegevoegd. Sommige consumenten die bewust met hun eten bezig zijn, hebben een negatieve indruk van E-nummers, omdat de toegevoegde stoffen niet natuurlijk zouden zijn. Ook gaan er lijstjes rond op internet met daarop per E-nummer de schadelijkheid voor de gezondheid. Dat lang niet alle stoffen met een E-nummer gerelateerd zijn aan ongezonde en onnatuurlijke toevoegingen, blijkt uit de vele natuurlijke stoffen die ook zo’n nummer hebben gekregen. Zo is E901 de code die wordt gegeven aan natuurlijk bijenwas, dat onder meer wordt gebruikt om kauwgom en drop te laten glanzen.

Deel alinea
"Datgene wat bewerkt is, is zeker niet slecht, zelfs vaak nog beter."

Hoogleraar voedseltechnologie Tiny van Boekel

E162 is de kleurstof betanine, ofwel bietenrood. Deze stof wordt geïsoleerd uit rode bieten. E392 is extract van rozemarijn en E300 is de code voor ascorbinezuur: een zuur dat aanwezig is in veel soorten groenten en fruit en dat beter bekend staat als vitamine C. Als toevoeging gebruiken fabrikanten E300 als antioxidant. Zo’n stof beschermt het product tegen bederf door contact met zuurstof, en maakt het dus langer houdbaar. Dat zuurstof zelf staat ook weleens op een product, bijvoorbeeld als het in een verpakking wordt toegevoegd. Al wordt het dan niet benoemd als zuurstof, maar als een E-nummer: E948.

E621 - mononatriumglutamaat
Veruit het bekendste en beruchtste E-nummer is E621. Dit E-nummer valt onder de smaakversterkers en wordt door fabrikanten in talloze producten gestopt die een hartige smaak hebben, zoals chips, zoutjes, soep en vleesproducten.

Op internet worden verschillende horrorverhalen gedeeld over deze smaakstof, waarvan de scheikundige naam mononatriumglutamaat (MSG) is. MSG zou schadelijke effecten hebben: je zou er hartkloppingen van kunnen krijgen, een duizelig gevoel en hoofdpijn en het zou zelfs kunnen leiden tot obesitas. Daarnaast zou het een verslavende werking hebben op onze hersenen, waardoor je van een product waar het in zit maar wilt blijven eten. Tot nu toe zijn er geen onderzoeken die overtuigend bewijs geven voor deze beweringen. In onderzoeken waarbij proefpersonen eten kregen voorgeschoteld met E621 en anderen voedsel met een placeboEen niet-werkend nepstofje. was er geen verschil te zien in de symptomen die de mensen beweerden te ervaren. Een uitgebreide Amerikaanse literatuurstudie uit 2006 concludeert dat er tot die tijd geen studies zijn geweest die aantonen dat het eten van een normale hoeveelheid E621 kan leiden tot de gevreesde symptomen. Ook een onderzoek van de Wageningen Universiteit komt tot dezelfde conclusie.

Toch lijken de klachten van consumenten veel overeenkomsten te hebben. Zit dat dan tussen de oren, of is er meer aan de hand? De verzameling klachten die mensen ervaren na het eten van voedsel met E621 wordt omschreven als het Chinese Restaurant Syndroom, naar de plek waar E621 in de vorm van ve-tsin ruimschoots door de gerechten wordt gestrooid.

Audiofragment

Het Chinese restaurant syndroom
NTR - De Kennis van Nu, 8 sept 2014

Het Chinese restaurant: de plek waar E621 veelvuldig gebruikt wordt. 

Hoe worden E-nummers geproduceerd?

Omdat veel verschillende stoffen, met allemaal hun eigen productieproces, een E-nummer hebben toegewezen gekregen, is er niet één manier aan te wijzen waarop E-nummers worden gemaakt. Eerdergenoemde E901 (bijenwas) is een restproduct van de honingproductie en een kleurstof als E120 (karmijn) wordt gewonnen uit schildluizen (dactylopius coccus) in Zuid-Amerika en Mexico.

Verslaggever Denise van de Ven brengt een bezoek aan cactusvelden op het Canarische eiland Lanzarote, waar karmijn gemaakt wordt van cochenilleluizen.

De stof E621 (mononatriumglutamaat) vindt, hoe kunstmatig die ook klinkt, zijn oorsprong in natuurlijke producten als tomaat en zeewier. Maar, net als bij de meeste E-nummers, bleek het op grote schaal produceren van de hulpstoffen uit natuurlijke bronnen te duur. Daarom worden veel E-nummers tegenwoordig synthetisch gefabriceerd, bijvoorbeeld door twee stoffen met elkaar te laten reageren in een laboratorium. E621 wordt veelal industrieel gewonnen uit gluten en melasse, een bijproduct uit de suikerindustrie. Net als deze smaakversterker, kunnen veel synthetisch gemaakte stoffen ook worden gewonnen uit natuurlijk materiaal, zoals planten of dieren. Je spreekt dan over natuuridentieke stoffen. Na de productie is er bij deze stoffen geen verschil tussen de natuurlijke stof en de synthethische; chemisch gezien hebben ze dezelfde structuur. Daarnaast zijn er enkele stoffen die niet voorkomen in de natuur, deze zijn uitsluitend synthethisch te maken.

Deel alinea

Fabrikanten luisteren naar kritiek
Producenten zijn zich ervan bewust dat E-nummers bij veel consumenten een negatieve klank hebben en passen daarom hun receptuur en ingrediëntendeclaratie aan. In oktober 2016 deed soepfabrikant Honig E-nummers in de ban, omdat consumenten sinds enkele jaren steeds meer kritiek gaven op het gebruik van onder meer E621 in de pakjes en zakjes.

© ANP

Ook supermarktketen Albert Heijn is bezig met het uitbannen van E-nummers op de etiketten van hun huismerkproducten. Maar of de stoffen, die vaak ter verbetering dienen van het product, hiermee helemaal uit het eten verdwijnen, is lang niet zeker. Op steeds meer ingrediëntendeclaraties wordt ‘gistextract’ vermeld; een goedkopere natuurlijke smaakversterker die voor een groot deel bestaat uit mononatriumglutamaat (E621), maar die niet als zodanig hoeft te worden benoemd. Ook de term ‘natuurlijk aroma’ kan gebruikt worden als truc. Deze anonieme stoffen bevatten vaak één of meerdere E-nummers, maar door die niet te benoemen hopen fabrikanten de zorg bij consumenten weg te halen. Ook snackfabrikant Mora heeft zich na klachten van consumenten voorgenomen om te stoppen met het gebruik van E621 in hun bitterballen.

Directeur marketing Marcel Joosten van snackfabrikant Mora legt uit welke E-nummers er in een bitterbal zitten. 

Zijn alle E-nummers honderd procent onschuldig?

Er is van een enkel E-nummer bekend dat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Voorbeelden van zulke stoffen zijn kaliumnitriet (E249) en natriumnitriet (E250). Deze additieven worden toegevoegd aan vleeswaren om te voorkomen dat ze worden besmet met clostridium botulinum, de bacterie die botulismeEen ernstige ziekte waarbij je je binnen korte tijd erg beroerd voelt. Het leidt tot misselijkheid, overgeven, buikklachten, moeite met spreken, algehele slapheid en ademhalingsproblemen, en het duurt vaak maanden om vanaf te komen. Sommige patiënten overlijden zelfs aan de ziekte. veroorzaakt. In bijvoorbeeld salami, knakworst en hamburgers mag maximaal honderd miligram nitriet worden toegevoegd per kilo vleeswaren. Van de stof is bekend dat de kans bestaat dat het in je lichaam omgezet wordt in nitrosaminen en daarvan is bekend dat ze mogelijk een rol kunnen spelen bij het ontstaan van darmkanker.

De reden dat deze potentieel gevaarlijke stoffen toch aan ons eten mogen worden toegevoegd, is omdat het de enige bekende stoffen zijn die botulisme kunnen voorkomen. Als relativering hierbij is aan te merken dat ook groenten als spinazie en zelfs ons drinkwater stoffen bevatten die kunnen worden omgezet in nitrosaminen. Bij het vaststellen van de ADI van nitrietadditieven in vleesproducten is de EFSA ruim onder de nitraatgehaltes in groenten gaan zitten.

Kankerverwekkend of toch niet?

Deel alinea

E-nummers voor veganisten, vegetariërs en aanhangers van een religie
Sommige E-nummers hebben een dierlijke oorsprong. Ze worden bijvoorbeeld gedestilleerd uit vleesBijvoorbeeld E630, Inosinezuur. Dit wordt gewonnen uit vlees en sardientjes. In etenswaren gebruikt als smaakversterker. , bottenBijvoorbeeld E542, beendermeel. Dit wordt gebruikt als antiklontermiddel en in tandpasta. , wolBijvoorbeeld E913, Lanoline. Dit is een vettige stof die uit schapenwol te verkrijgen is en wordt vooral gebruikt voor kauwgom en cosmetica. en harenBijvoorbeeld E920, L-Cysteïne. Dit is een aminozuur dat kan worden verkregen uit haren van paarden, koeien, varkens en mensen. Het wordt gebruikt als broodverbetermiddel.

Andere stoffen vinden hun oorsprong in dierlijke producten zoals melk en eierenBijvoorbeeld E1105, Lysozym. Dit is een enzym dat kan worden gehaald uit kippeneieren. Wordt gebruikt als conserveermiddel in bijvoorbeeld babyvoeding en in bier en wijn. . Voor consumenten die vanwege hun religie of hun overtuiging sommige dierlijke producten niet eten, kan dit een lastig dilemma opleveren.

Want wanneer kun je een product met deze E-nummers wel eten en wanneer niet? Diverse vetzuren die als emulgator dienen in etenswaren, vinden hun oorsprong mogelijk in dierlijke materialen. Maar bij de productie van een vetzuur kan ook plantaardig materiaal zijn gebruikt, zoals uit oliën. Het is voor de consument niet te zien wat de oorsprong is van een bepaald E-nummer. Ook een laboratorium kan geen uitsluitsel geven, omdat de dierlijke en plantaardige vetzuren dezelfde chemische samenstelling hebben. Mocht je zeker willen weten dat je geen dierlijk materiaal tot je neemt, dan is de enige oplossing dus het vermijden van producten met vetzuren. Glycerine (E422) is ook een voorbeeld van een toevoeging die uit dierlijk en uit natuurlijk vet kan worden gehaald. Dit wordt ook regelmatig toegevoegd in cosmetische producten.

Moet je E-nummers wel of niet vermijden?

Ondanks het wantrouwen dat veel consumenten hebben in E-nummers, blijkt voor bijna alle stoffen dat uit geen enkel onderzoek naar voren komt dat ze gevaarlijk zijn. Sterker nog, er is een grote kans dat van alle ingrediënten op het etiket juist de E-nummers de meest strenge controles hebben doorstaan. Afgezien van mensen die vanuit hun overtuiging bepaalde (dierlijke) producten liever niet eten, is er volgens voedingswetenschappers dus weinig reden om voedsel met E-nummers te vermijden. Uiteraard kan iets ook gewoon ‘niet goed voelen’ en feit blijft dat hoe meer er aan een product is gesleuteld, hoe minder puur en natuurlijk het is. Dit is voor sommige consumenten een reden om minder bewerkt voedsel te eten. Maar het is goed om te bedenken dat door het gebruik van E-nummers de producent ervoor zorgt dat houdbare producten voor de gemiddelde consument veilig, aantrekkelijk en toegankelijk zijn. Of het nodig is om álle E-nummers toe te voegen? Daar valt over te discussiëren. Vooral als je kijkt naar de vele kleurstoffen en smaakversterkers die in sommige boodschappen zitten. Maar kwaad kan het niet.

Deel alinea

In het kort

  • Het systeem van E-nummers werd in de jaren zestig door de EU ingesteld om controle en overzicht te krijgen op toevoegingen in ons eten.

  • Een E-nummer is niets meer dan een synoniem voor een stof in ons eten. Een groot deel van die stoffen komt ook voor in natuurlijke producten, als fruit en groenten.

  • E-nummers zijn misschien wel de best onderzochte en strengst gereguleerde stoffen van alles wat wij binnen krijgen.

  • Consumenten wantrouwen additieven steeds meer. Fabrikanten reageren hierop door hun receptuur óf hun ingrediëntendeclaratie aan te passen.

  • Sommige E-nummers komen (mogelijk) uit dierlijke producten, en zijn daardoor minder geschikt voor vegetariërs, veganisten en aanhangers van bepaalde religies.

  • Kritisch kijken naar je eten is goed, maar E-nummers mijden is volgens veel wetenschappelijke onderzoeken niet nodig.

Deel dit venster