Zijn zoetstoffen onschuldig?

14 minuten leestijd

Zijn zoetstoffen onschuldig?

Voeding

Je leest nu

Zijn zoetstoffen onschuldig?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 56
  • 37583
Bekijk de collectie Gezond eten en leven17 verhalen

Dat te veel suiker niet goed voor je is, weet iedereen. Frisdrankfabrikanten komen daarom in de jaren 80 van de vorige eeuw met een uitbreiding van hun assortiment: light-dranken. Zonder suiker, maar met zoetstoffen, die futuristische namen hebben als aspartaam, sucralose en acesulfaam-K. Wat zijn dit voor stoffen, en kunnen ze kwaad? En hoe zit het met Stevia, die relatief nieuwe zoetstof? Is dat inderdaad de heilige graal voor lightproducten?

Samengesteld door Paul Koster

Waarom willen we minder suiker eten?

Zoet eten en drinken vinden we lekker, dat krijgen we van onze geboorte af aan al mee. Moedermelk is bijvoorbeeld al vrij zoet en bevat veel koolhydraten, wat belangrijke bouwstoffen zijn voor de baby. In ons eerste jaar hebben we veel suikers nodig om te groeien. Later als we volwassen zijn bestaat de behoefte aan suikers nog steeds, maar hebben we er veel minder van nodig.

Als we het over suiker hebben, gaat het vaak over witte kristalsuiker, maar er zijn nog veel meer producten die suiker zijn. Rietsuiker, agavesiroop, ‘oerzoet’, basterdsuiker: soms worden deze producten gepresenteerd als gezond alternatief voor normale suiker. Maar volgens veel voedseldeskundigen is dit onzin, vertellen ze in Radar: ‘suiker is suiker’.

Alternatieven van suiker zijn niet gezonder. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Deel alinea

Wat betekent 'light' en waar staan e-nummers voor?

Voedselproducenten mogen bepaalde kunstmatige en natuurlijke stoffen aan een product toevoegen om de geur, kleur of smaak te beïnvloeden. Bijvoorbeeld om een product zoet te maken, zonder er suiker in te verwerken. Door de samenstelling van frisdranken en ander eten en drinken waar normaal gesproken suiker in zit te veranderen, kunnen fabrikanten ervoor zorgen dat een product minder calorieën heeft. Je herkent deze producten doordat ze ‘light’ hebben staan op hun verpakking. Etenswaren mogen de naam ‘light’ dragen als er 30 procent minder suiker in zit of ze 30 procent minder calorieën leveren. Bij frisdrank mag dit alleen als er helemaal geen calorieën meer in zitten.

Deel alinea

Audiofragment

Wanneer mag iets light heten?
Omroep MAX - Wekker wakker!, 29 juli 2015

Er zijn binnen de Europese Unie verschillende stoffen die toegestaan zijn als zoetstof. In de EU wordt het gebruik van dit soort additieven gereguleerd en gecontroleerd door de European Food Safety Authority (EFSA). Dit agentschap in het Italiaanse Parma test de verschillende stoffen op veiligheid en stelt vast hoeveel van een bepaald additief mag worden toegevoegd aan een product. Alle stofjes die mogen worden toegevoegd aan voedingsmiddelen krijgen een code, een E-nummer. Er zijn E-nummers voor stoffen die zorgen voor langere houdbaarheid, E-nummers voor kleurstoffen en ook stoffen die een product zoet maken hebben een nummer gekregen.

De nummers E420, E421 en E422 en die tussen E950 en E969 refereren aan stoffen die in eten en drinken worden gestopt om een caloriearm product te maken dat minder schadelijk is voor je tanden dan een vergelijkbaar product met suiker. Er zijn verschillende suikervervangers, die allemaal hun eigen kenmerken en productieproces hebben. Zo is er sucralose (E955), een uit suikermoleculen gesynthetiseerde stof die zo’n 500 keer zoeter is dan suiker zelf. Maltilol (E965) wordt gemaakt uit tarwe of mais. De meeste bekende en tevens beruchte zoetstof is aspartaam (E951), dat bestaat uit twee aminozurenAminozuren zijn moleculen waar eiwitten uit bestaan, stoffen die in ons lichaam en ons voedsel zitten. Eiwitten zijn weer de bouwstenen van ons lichaam. : asparaginezuur (wat onder meer voorkomt in asperges, vandaar de naam) en fenylalanine. TV-kok Pierre Wind ontdekt in een fabriek de zoetheid van verschillende zoetstoffen:

Pierre Wind gaat in het programma Kookmetjou op bezoek bij een zoetstoffenfabriek en spreekt daar met Denise, een zoetstofkenner.

Welke soorten zoetstoffen zijn er?

Er bestaan twee soorten zoetstoffen: extensieve en intensieve. Die eerste zijn niet veel zoeter dan suiker, waardoor je er veel van nodig hebt. Deze stoffen worden gewonnen uit koolhydraten en bevatten calorieën. Voorbeelden van extensieve zoetstoffen zijn sorbitol, xylitol en maltitol en ze worden onder meer gebruikt in suikervrije kauwgom. Intensieve zoetstoffen zijn veel zoeter dan suiker, soms wel honderden keren zo zoet. Hierdoor is er maar weinig van nodig om een product zoet te maken en is het aantal calorieën nihil. Deze intensieve zoetstoffen worden vaak gebruikt in light-producten, zoals frisdrank. Omdat zoetstoffen niet allemaal smaken als suiker, worden ze vaak gemengd met elkaar om een zoete smaak te veroorzaken die consumenten lekker vinden. Daarom zie je soms een combinatie van deze zoetstoffen op de ingrediëntendeclaratie van een product staan.

Zoetstoffen en het bijbehorende E-nummer. 

Kunstmatige zoetstoffen lijken misschien iets van nu, maar ze bestaan al sinds de negentiende eeuw. De oudste kunstmatige zoetstof is sacharine (E954). In 1878 werd deze ontdekt door de Amerikaanse chemici Ira Remsen en Constantin Fahlberg. Toen Fahlberg na zijn werk in het lab met derivatenDerivaten zijn stoffen die uit een chemische reactie van een bepaalde stof zijn ontstaan. van steenkoolteer een zoete bijsmaak proefde aan zijn brood, likte hij aan zijn vingers. Die smaakten erg zoet: de stof waarmee hij die dag had gewerkt zat erop. Hij was niet op zoek naar een zoetstof, maar zag wel direct de commerciële waarde ervan in. Een paar jaar na hun ontdekking bracht Fahlberg de stof op de markt als sacharine. De zoetstof was niet direct een enorm succes, maar tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen er een suikertekort was in Amerika, steeg de vraag naar sacharine sterk.

In de jaren zestig en zeventig werd sacharine nog populairder, toen de stof werd toegepast in voeding die gericht was op afvallen en diëten. Naar aanleiding van een test met ratten wilde de Amerikaanse Food and Drugs Administration in 1977 het gebruik van sacharine verbieden. Veel ratten die werden gevoerd met sacharine ontwikkelden namelijk een tumor in hun blaas. Tot een verbod van de tot dan toe enige zoetstof kwam het uiteindelijk niet, en de onderzoekers bleken later een onjuiste conclusie te hebben getrokken. Maar zoetstoffen kregen wel een slechter imago onder consumenten. De Amerikaanse staat besloot om voor de zekerheid een waarschuwing te laten plaatsen op elk product dat sacharine bevatte. Pas in 2000 werd er een wet aangenomen die deze waarschuwing niet meer verplicht stelde. Het bleek dat ratten heel anders reageren op de stof dan mensen en dat consumenten geen gevaar lopen.

Deel alinea

Sacharine heeft een aantal nadelen. Eén daarvan is dat het een metaalachtige nasmaak geeft aan een product, en er gingen dus geruchten over het gezondheidsrisico van de zoetstof. In 1982 komen daarom de eerste light-frisdranken op de markt met daarin de nieuw ontdekte stof aspartaam. Aspartaam (E951) bevat, net als sacharine, geen calorieën. En het heeft een zoetkracht die 200 keer sterker is dan suiker. Er is dus weinig van nodig om een drankje zoet te maken. Dit verschil in gewicht aan zoetmakers is goed zichtbaar als je een blikje cola-light in een bak met water legt. Dat blijft drijven, terwijl een blikje gewone cola zinkt.

Aspartaam is lichter dan suiker en dat zorgt ervoor dat een blikje cola light blijft drijven. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Van elk E-nummer, dus ook van alle zoetstoffen, wordt na onderzoek door de EFSA een ADI bepaald: de aanvaardbare dagelijkse inname. Omdat de stoffen vaak niet natuurlijk zijn, en soms van een stof niet precies bekend is wat het met je lijf doet als je er extreem veel van consumeert, laat de EU onderzoek doen. Aan de hand van dierproeven wordt gekeken wat de maximale inname is waarbij geen negatieve effecten optreden. Deze hoeveelheid wordt gedeeld door een veiligheidsmarge van 100 en zo wordt de ADI bepaald, de dosis die je veilig kunt innemen.

Over de dosis zoetstoffen die kinderen binnenkrijgen, was een aantal jaar geleden het een en ander te doen. In 2005 adviseerde de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (VWA) om kinderen niet meer dan twee glazen frisdrank met de zoetstof cyclamaat (E952) te laten drinken per dag. Veel ouders die dachten gezond bezig te zijn, omdat ze hun kinderen minder suiker lieten drinken, raakten in verwarring. Erik Konings, werkzaam bij de VWA verklaart in een interview met Trouw: “Bij meer dan twee glazen frisdrank per dag krijgen dreumesen tussen de 1 en 4 jaar al te veel cyclamaat binnen. Kleine kinderen zitten al gauw aan de norm, omdat het gaat om hoeveelheden zoetstof per kilogram lichaamsgewicht”.

Inmiddels is het advies weer ingetrokken, omdat de maximaal toegestane hoeveelheid cyclamaat in producten is verlaagd.

Wim van Eck, hoofdinspecteur Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, vertelt hoe het zit. Is cyclamaat echt zo schadelijk voor kinderen?

Aspartaam: het witte gif?

Light frisdranken zijn enorm populair, maar tegelijkertijd is er onder consumenten een grote vrees voor de gezondheidsrisico’s van de zoetstoffen die hierin zitten. Hoewel de kunstmatige additieven tot van de meest onderzochte stoffen behoren die we binnenkrijgen, doen er al decennia lang horrorverhalen de rondte over de verschillende zoetmakers. De stof die het vaakst in verband wordt gebracht met kankerverwekkende eigenschappen is aspartaam.

Wat is aspartaam precies?

Deel alinea

Aspartaam is volgens sommige foodblogs en critici erg slecht voor je. Ze wijzen op het risico dat je loopt als aspartaam in je lichaam wordt afgebroken. Onderzoek wijst uit dat de zoetstof na consumptie in je lichaam wordt afgebroken in diverse stoffen, zoals de lichaamseigen aminozuren asparaginezuur en fenylalanine, maar ook bijvoorbeeld methanol, waarvan bekend is dat het een giftige stof is. Maar, zegt hoogleraar voedingsleer Martijn Katan, dit gebeurt ook als je groente of fruit eet. “De hoeveelheid methanol die in je lichaam vrijkomt na het drinken van cola light, is vergelijkbaar met wat er vrijkomt nadat je een klein appeltje hebt gegeten. Je lichaam kan dat heel goed afbreken en verwerken”.

Verslaggever Daan Jansen onderzoekt wat de invloed van het drinken van light frisdranken is op het lichaam (in het bijzonder het hart) vanwege tegenstrijdige berichten hierover in de media.

Op cola light en andere frisdranken met zoetstoffen waar aspartaam aan is toegevoegd, staat altijd een waarschuwing: ‘bevat een bron van fenylalaline’. Dit ziet er uit als een belangrijke mededeling die kan duiden op een gezondheidsrisico. Gelukkig hoeven de meeste mensen zich hier geen zorgen over te maken, want deze waarschuwing is bedoeld voor een heel select groepje consumenten; mensen die de erfelijke stofwisselingsziekte fenylketonurie hebben. Zij hebben een verhoogde concentratie van het aminozuur fenylalanine in hun bloed, waardoor ze hun voedingspatroon sterk moeten aanpassen en voeding met eiwitten zoveel mogelijk moeten vermijden. Dit is geen gezondheidswaarschuwing, maar eerder vergelijkbaar met een allergiewaarschuwing.

Er is in de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar de mogelijke gezondheidsrisico’s bij de consumptie van aspartaam. Stuk voor stuk concludeerden wetenschappers van European Food Safety Authority en andere onafhankelijke instituten dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat aspartaam schadelijk is. In 2005 is er één onderzoek dat anders concludeert: een onderzoek bij ratten, uitgevoerd door het Italiaanse Ramazzini instituut. De onderzoekers van Ramazzini luiden de noodklok: de ADIAanvaardbare dagelijkse inname. van aspartaam (tot dan toe is die 40 mg/kilo lichaamsgewicht, wat neerkomt op zo’n 13 glazen per dag voor een volwassen consument) moet per direct worden gehalveerd, want bij de door hun onderzochte ratten kwam veel kanker voor.

Dit onderzoek wordt mettertijd echter door veel andere wetenschappers verworpen. Voedseldeskundige Ralf Hartemink van de Wageningen Universiteit geeft aan dat de conclusies wetenschappelijk niet verantwoord zijn: “De EFSA keek naar de ruwe data en heeft gezien dat een deel van de ratten een infectie had, dat speelt uiteraard een rol bij het ziekteverloop van de ratten. Er is ook gekeken naar de type kankers die gevonden waren. En het was in dit geval alleen maar een soort kanker die specifiek was voor ratten.” En zo waren er meer methodologische fouten.

Audiofragment

Is aspartaam kankerverwekkend?
Omroep MAX - Wekker wakker!, 29 juli 2015

Omdat de vrees bij consumenten groot is, blijft de EFSA onderzoek doen naar de zoetstof. In 2011 vroeg de Europese Commissie de EFSA om de veiligheid van aspartaam opnieuw goed te onderzoeken. Hiervoor riep de EFSA onderzoekers over de hele wereld op om hun resultaten in te sturen. Zeshonderd datasets werden ingestuurd en geanalyseerd. Ook is besloten om de 112 studies naar aspartaam in de jaren tachtig (om het te testen vóór het werd goedgekeurd) opnieuw te bekijken en voor het eerst openbaar te maken. Deze jarenlange herbeoordeling van aspartaam heeft niet geleid tot een andere regelgeving.

Ook andere organisaties, zoals KWF Kankerbestrijding, zien geen reden tot zorg: “KWF Kankerbestrijding stelt zich op het standpunt dat zoetstoffen zonder gevaar voor de gezondheid gebruikt kunnen worden, mits niet in extreem grote hoeveelheden per dag. Daarnaast beschouwt KWF Kankerbestrijding zoetstoffen als uitstekende vervangers voor suiker omdat zoetstoffen géén overgewicht veroorzaken. Overgewicht is een directe risicofactor van verschillende kankersoorten.”

Ondanks alle onderzoeken, herbeoordelingen en geruststellende mededelingen, blijven geruchten van aspartaam-risico's in hoofden van consumenten rondspoken. En, zoals dat gaat in de supermarkt: als ergens vraag naar is, dan wordt het gemaakt. Zo ging dat in de jaren tachtig, toen een groep consumenten frisdrank zonder suiker wilde, en zo gaat dat momenteel opnieuw, nu mensen liever geen kunstmatige stoffen in hun eten willen.

Wat zijn de nieuwste zoetstoffen?

In 2011 accepteerde de EU een nieuwe zoetstof, het uit de Stevia rebaudiana-plant gewonnen stevia. Deze steviolglycosiden hebben het E-nummer E960 gekregen, en mogen dus worden toegevoegd aan eten en drinken. Van oorsprong groeit de plant in Zuid-Amerika, volgens de International stevia Council in het grensgebied van Paraguay, Argentinië en Brazilië. Tegenwoordig vindt een groot deel van de productie plaats in Azië.

Deel alinea

Als zoetstof levert stevia geen calorieën, is het 200 tot 300 keer zoeter dan suiker en het heeft een natuurlijke oorsprong.

Oggu, de 100 procent biologische frisdrank wordt gezoet met Stevia. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Stevia lijkt dus hét antwoord te zijn voor mensen die letten op hun gewicht en tegelijkertijd geen kunstmatige stoffen in hun frisdrank willen. Op internet wordt gesproken over ‘een wondermiddel’ en veel producenten maken dankbaar gebruik van de stof. Sommigen menen zelfs dat stevia ontstekingsremmend en bloeddrukverlagend werkt. Toch zit er een klein nadeel aan stevia: het smaakt niet alleen zoet, maar ook vrij bitter. Om dit te maskeren wordt vaak een andere zoetstof of suiker toegevoegd aan de receptuur, waardoor je alsnog een stof binnenkrijgt die je niet wil.

Stevia als alternatief voor suiker.

Omdat stevia zo veel meer zoetkracht heeft dan suiker, zit in losse zoetstof die je in de supermarkt koopt vaak ook vulmiddel vermengd, zodat je evenveel poeder in de koffie kan doen als je met suiker deed. Vaak zit in zo’n pot maar een klein percentage stevia en is de rest een bulkmiddel, zoals maltodextrine, een stof die wordt gewonnen uit mais. In 2013 reikte de stichting Foodwatch hierom ‘het gouden windei’ uit aan Natrena. Volgens de organisatie misleidt fabrikant Douwe Egberts de klant die een bewuste keuze wil maken door maar een klein percentage stevia in de dure potten te stoppen.

Een andere nieuwe naam in de zoetstofwereld is advantaam (E969). Het is de zoetstof die het meest recent is toegevoegd aan de lijst met toegestane E-nummers. In juni 2014 keurde de EFSA de stof goed als additief en verwacht wordt dat voedingsproducenten binnenkort advantaam in hun producten zullen implementeren. Advantaam wordt gemaakt van aspartaam, maar is wel 100 keer zoeter, waardoor er minder van nodig is. Het van oorsprong Japanse bedrijf Ajinomoto, dat zo’n veertig procent van de wereldwijde behoefte aan aspartaam produceert, heeft advantaam ontwikkeld. Het zou goed kunnen dat producenten die merken dat mensen aspartaam willen vermijden, deze nieuwe stof in hun producten gaan verwerken. Er blijven dus nieuwe ontwikkelingen komen in de zoetstoffenindustrie. Vooralsnog zijn er geen kritische geluiden te horen over deze nieuwe stoffen, maar mensen blijven kritisch kijken naar hun voeding, en de publieke opinie kan, ook bij deze nieuwe stoffen, over een paar jaar helemaal omgeslagen zijn.

Blikjes van de nieuwe suiker- en caloriearme colavariant tijdens de opening van de Coca-Cola life.

Zijn zoetstoffen onschuldig?

Te veel suiker is niet goed voor je, dat weet iedereen. Zijn zoetstoffen dan een goed alternatief? Of zijn het eigenlijk gevaarlijke stoffen die genadeloze fabrikanten in voeding stoppen en ons zo vergiftigen? Als je de onderzoeken van het EFSA vertrouwt, is er met zoetstoffen in het algemeen en met aspartaam in het bijzonder niets aan de hand. Het zijn misschien wel de meest grondig onderzochte stoffen die we binnen krijgen. Zoals bij alles geldt: consumeer met mate, maar bij een normaal eetpatroon komt de gemiddelde consument bij lange na niet boven de Aanvaardbare Dagelijkse Inname. Zoetstoffen zijn volgens onder meer het Voedingscentrum, KWF Kankerbestrijding, de Consumentenbond en het Diabetes Fonds onschuldig.
Stevia is een vrij nieuwe zoetstof op de markt, die veelbelovend is door zijn natuurlijke oorsprong en grote zoetkracht. Op dit moment is er weinig kritiek op stevia te vinden, waardoor het een soort wondermiddel lijkt. Maar in het verleden is gebleken dat de reputatie van een stof snel kan veranderen als er (al dan niet wetenschappelijk gefundeerde) gezondheidsclaims de wereld in worden gebracht. Fabrikanten maken nu in ieder geval nog gretig gebruik van het positieve beeld dat consumenten hebben bij stevia, door suikers en zoetstoffen in hun frisdranken (deels) te vervangen door dit nieuwe E-nummer.

Deel alinea

In het kort

  • Zoetstoffen worden gebruikt als alternatief voor suiker in bijvoorbeeld frisdranken, koffie en bakproducten. De Europese organisatie EFSA moet toestemming geven voor het gebruik van zoetstoffen in producten, en geeft ze een E-nummer. De ADI geeft aan hoeveel je van een bepaalde stof mag binnenkrijgen. Bij normaal gebruik van zoetstoffen kom je daar in Nederland nooit aan.

  • Door hardnekkige geruchten op internet, over onder meer de gezondheidsrisico’s bij het gebruik van aspartaam, vertrouwen veel consumenten lightproducten niet meer. Onlangs is de stof aspartaam opnieuw beoordeeld in een groot onderzoek door de EFSA. Zij zagen geen redenen om de stof te verbieden of de ADI te verlagen.

  • Onderzoeken die aan zouden tonen dat zoetstoffen kankerverwekkend zijn, worden bekritiseerd door een grote groep wetenschappers. Het wantrouwen van de consument bij zoetstoffen is groot. Daarom halen sommige producenten synthetische stoffen uit hun receptuur.

  • Stevia wordt gepresenteerd als wondermiddel, maar vaak zitten er in producten met Stevia ook nog andere ingrediënten, zoals suiker en zoetstoffen.

Deel dit venster