Wat is bio-industrie?

15 minuten leestijd

Wat is bio-industrie?

Voeding

Je leest nu

Wat is bio-industrie?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 82
  • 21167
Bekijk de collectie Groen en duurzaam24 verhalen

In de bio-industrie draait het erom met zo min mogelijk tijd, geld en moeite zo veel mogelijk kilo’s vlees, melk of eieren te produceren. Het is een miljardensector. Tegenstanders maken zich zorgen over de belasting op het milieu, dierziektes en om het dierenwelzijn. Hoe ontstond de bio-industrie en wat zijn de gevolgen?

Samengesteld door Rosanne Kropman

Hoe is de bio-industrie ontstaan?

Waarschijnlijk staat een Amerikaanse kippenhoudster uit Maryland aan de wieg van de bio-industrie: Cecile Steele. Zij bestelt begin jaren twintig van de vorige eeuw vijftig kuikens om wat bij te verdienen aan de eieren. Maar als ze per ongeluk vijfhonderd kuikens krijgt aangeleverd, besluit ze die niet terug te sturen. Ze laat een klein binnenhok bouwen en geeft ze te eten. Als ze een kilo wegen slacht ze de dieren en verkoopt het vlees voor 62 dollarcent per pond, veel meer dan ze voor de eieren van de kip zou hebben gekregen. Het nieuws van mevrouw Steeles goede bijverdiensten verspreidt zich snel over de regio en overal duiken dit soort kippenfarms op.

Al snel blijkt dat het binnenhouden van slachtkippen voor problemen zorgt. De binnenkippen worden sneller ziek dan hun soortgenoten die buiten scharrelen. Als oplossing worden antibiotica en vitamine D toegevoegd om de kippen toch dicht op elkaar en zonder daglicht te laten leven. In 1936 worden voor het eerst vijfhonderd kippen naar een slachthuis duizend kilometer verderop gereden, omdat het slachten daar goedkoper is.

De bodem is gelegd onder een systeem om zo veel mogelijk dierlijke producten te leveren, met zo min mogelijk tijd, geld en moeite.

© ANP

Een legbatterij met 10.000 kippen levert ongeveer 54.000 eieren.

Deel alinea

Hoe ontwikkelde de bio-industrie zich in Nederland?

Zoals wel vaker, volgt Nederland dit Amerikaanse systeem jaren later. Pas na de Tweede Wereldoorlog komt deze vorm van intensieve veehouderij in Nederland van de grond. Met de stijgende lonen stijgt de vraag naar vlees mee: in plaats van één of twee keer per week, duikt het karbonaadje of de gehaktbal steeds vaker op de Nederlandse borden op. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten boeren intensiveren en moderniseren. Bovendien wordt de productie van genoeg voedsel dichtbij huis – de tekorten van de Hongerwinter van 1945 staan nog vers in het geheugen – heel belangrijk gevonden in de jaren vijftig.

Op de arme zandgronden in Brabant en De Peel worden boeren door de overheid aangemoedigd om over te schakelen op de bio-industrie.

Vanuit de Nederlandse overheid worden boeren gestimuleerd om hun veelal verouderde bedrijven te moderniseren. Schaalvergroting is daarbij noodzakelijk. Gemengde bedrijven – met naast verschillende boerderijdieren ook akkerbouw – moeten zich op één onderdeel gaan richten, vindt de Nederlandse overheid: alleen op kippen, alleen op varkens, alleen op melkkoeien. Vanuit het ministerie van Landbouw worden vertegenwoordigers ingezet om boeren te helpen bij de intensivering van hun bedrijven. Banken verzorgen de financiering. Als in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) wordt opgericht, is de afzetmarkt bovendien stukken groter, wat ook schaalvergroting in de hand werkt. Opeens kan er goed geld verdiend worden met een boerenbedrijf.

Deel alinea

De geestelijk vader van dit beleid is landbouwminister Sicco Mansholt, een oud-boer en verzetsstrijder. Mansholt, groot geworden in een socialistischHet socialisme is tegenwoordig vooral een verzamelterm voor ideologieën of politieke stromingen die de (economische) gelijkheid van iedereen voorop stellen, streven naar geen of kleine klassenverschillen en daarbij een sterke rol zien weggelegd voor de staat. boerenmilieu in Groningen, vindt dat ook boeren recht hebben op vakantie en een fatsoenlijk en constant loon. Onder zijn leiding worden boeren gestimuleerd om de schaal te vergroten binnen hun bedrijven en om te mechaniseren. Later in zijn carrière rolt Manshold die schaalvergroting ook in Europa uit als landbouwcommissaris van de pas opgerichte Europese Commissie. Zo staat hij aan de wieg van de landbouwsubsidies uit Brussel.  

De rol van de socialist Sicco Mansholt, de architect van de grootschaligheid, bij de totstandkoming van het Europese landbouwbeleid in de jaren '60.

Bij deze nieuwe manier van boeren, draait alles om efficiëntie. Het stro verdwijnt uit de stallen. Zo veel mogelijk kippen, varkens en koeien worden op zo min mogelijk vierkante meters gehouden. Buiten komen ze één keer in hun leven: om naar de slachterij te gaan. Kippen worden gefokt op grote hoeveelheden eieren, varkens op grote hoeveelheden biggen of om juist zo snel mogelijk zo zwaar mogelijk te worden. 

Bedrijven gaan zich bovendien steeds verder specialiseren. Zoiets als een kippenboerderij bestaat bijna niet meer. Je spreekt nu van vleeskuikenbedrijven, vermeerderingsbedrijven, opfokbedrijven, legbedrijven. Ook de kippen zelf hebben hun eigen specialisatie. Zo worden vleeskuikens – kippen in de bio-industrie gaan als ze zes weken zijn naar het slachthuis – gefokt op de hoeveelheid vlees die er op hun botten komt. Legkippen leggen juist weer veel eieren.

Op de landbouwmanifestatie Flevohof kunnen bezoekers onder het motto "een dag op het land" kennismaken met de Nederlandse land- en tuinbouw en veeteelt.

Hoe die schaalvergroting er precies uitziet, laten de statistieken zien. Uit cijfers van het CBS blijkt dat er in 1950 in Nederland 271.000 bedrijven zijn met varkens. In 2015 zijn dat er nog maar 6.000. Maar dan de hoeveelheid vlees die deze bedrijven produceerden: in 1950 is dat 236 miljoen kilo varkensvlees. In 2015 produceren die 6.000 overgebleven varkensbedrijven samen 1456 miljoen kilo varkensvlees: zes keer zo veel vlees, met niet eens drie procent van het aantal bedrijven. Ook de melk- en pluimveesector laten een spectaculaire productiegroei zien in 65 jaar tijd.

Hoe ontstond de weerstand tegen de bio-industrie?

Dierenwelzijn is in de jaren zestig geen onderwerp van gesprek of debat. De intensivering van de veehouderij in Nederland wordt vooral als iets positiefs beschouwd: de wereld is maakbaar, deze manier van boeren een technisch hoogstandje, iedere plooi in het systeem wordt gladgestreken met nieuwe uitvindingen. Dat miljoenen dieren lijden voor zo veel mogelijk efficiëntie was bij het grote publiek onbekend en geen onderwerp van debat.

Toch komt er eind jaren zestig weerstand tegen deze manier van intensieve veehouderij. In 1971 wordt Lekker Dier opgericht, als eerste dierenrechtenorganisaties die het opneemt voor de dieren in de Nederlandse schuren en stallen. Vanuit die tegenbeweging wordt ook het woord bio-industrie geboren als alternatief voor het Engelse begrip factory farming.

Reportage over het groeiend verzet tegen de bio-industrie vanaf het begin van de jaren zeventig.

In de voetsporen van Lekker Dier volgen andere dierenwelzijnsorganiaties die zich afzetten tegen deze manier van veehouderij. Onder andere de Dierenbescherming, Wakker Dier en Varkens in Nood zijn nog steeds geduchte tegenstanders. Maar anders dan in het verleden, verzetten groepen zich nu niet meer alleen tegen de agrarische sector, maar ook tegen supermarkten. De ‘strijd tegen de kiloknaller’ van Wakker Dier nagelt bijvoorbeeld supermarkten aan de schandpaal die tegen bodemprijzen vleesproducten aanbieden.

Deel alinea

De kiloknaller.

In 2002 wordt de Partij voor de Dieren opgericht, als protest tegen het kabinetsbeleid van Balkenende I, waar het CDA – de grootste partij onder boeren – de meerderheid heeft. In 2006 krijgt de Partij voor de Dieren twee zetels in de Tweede Kamer en is sindsdien vertegenwoordigd in de Nederlandse politiek. Daarmee heeft Nederland een wereldprimeur: nergens anders ter wereld is er een politieke partij speciaal voor de behartiging van het dierenbelang.

© ANP

Lijsttrekker Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren bij de presentatie van het partijprogramma voor de Tweede Kamer-verkiezingen van 2006.

Wat is het verschil tussen bio-industrie en biologisch?

1 november 2009 schaft een groep dierenwelzijnsorganisaties de term bio-industrie zelf weer af. Uit onderzoek van Wakker Dier en Varkens in Nood blijkt dat veel mensen de term verwarren met de biologische veehouderij, een vorm van boeren waarbij de dieren meer ruimte hebben en buiten komen. De biologische landbouw werkt zonder chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest.

Vee-industrie zou het nieuwe woord worden waarmee de dierenwelzijnsorganisatie voortaan deze intensieve, industriële vorm van dieren houden benoemen. Een ander woord voor bio-industrie, bijvoorbeeld gehanteerd door de Nederlandse overheid, is intensieve veehouderij.

Deel alinea

Tekenend voor de verhoudingen is de gepikeerde reactie van boeren die werkzaam zijn in de bio-industrie op de naamsverandering van ‘hun’ sector. Mogen ze zelf ook inspraak hebben in hoe ze genoemd worden? Albert Jan Maat, voorzitter van de agrarische ondernemersorganisatie LTO, zegt tegen de Volkskrant: “De term vee-industrie is het probleem niet. Maar als je de naam wilt veranderen van een sector, dan is het toch logisch dat je die sector zelf erbij betrekt. Dat is niet gebeurd. Dit is de zoveelste actie om veehouders te pesten. Heel erg grievend voor boeren."

Hoeveel is de bio-industrie waard?

Naast een vlees- en zuivelfabriek is de intensieve veehouderij nog steeds een geldmachine voor Nederland, zowel door de hoeveelheid voedsel die we exporteren als door de innovaties die de grens over gaan. De toegevoegde waarde van de intensieve veehouderij aan de Nederlandse economie was in 2014 4,5 miljard euro.

Door het streven naar een zo efficiënt mogelijke manier van voedsel produceren is Nederland een van de meest innovatieve landen ter wereld op landbouwgebied. Zo bestaan er inmiddels computersystemen die kunnen zien of de temperatuur in de stal goed is aan de hand van het gedrag van de kippen, dat ook weer computergestuurd in de gaten gehouden wordt. Er bestaan broedmachines voor kippeneieren die zo precies zijn afgesteld dat alle eieren tegelijk uitkomen. Je hebt computersystemen die detecteren of een varken hoest. Dat is een ziektevoorspeller. Automatisch wordt daar dan de hoeveelheid antibiotica op afgesteld – niet preventief voor de hele stal, maar alleen op het varken dat een griepje onder de leden heeft. Die technieken worden over de hele wereld geëxporteerd. 

Deel alinea
"Juist de zo vaak verguisde efficiëntie is ook de trots van de mensen werkzaam in de bio-industrie."

Juist de zo vaak verguisde efficiëntie is ook de trots van de mensen werkzaam in de bio-industrie. Door al die innovaties in de landbouw, heeft Nederland inmiddels de hoogste productiviteit per dier en per hectare, met de minste uitstoot aan broeikasgassen en afvalstoffen, onderzoekt de Wageningen Universiteit. Bovendien: de vraag naar vlees, eieren en melkproducten neemt wereldwijd alleen maar toe. Nederland heeft daarin juist een voorbeeldfunctie, vinden voorstanders van intensieve bedrijven.

"Vanuit ecologische optiek is een zorgvuldig gecontroleerde intensieve veehouderij dan ook de manier om de milieudruk substantieel te verminderen, met tevens aandacht voor de kwaliteit van leven van het individuele dier", schrijft Martin Scholten van de Wageningen Universiteit in een opiniestuk in Trouw.

Wat levert de bio-industrie de consument op?

Voor de consument betekent de intensieve veehouderij veel en goedkoop vlees, al staat lang niet iedereen daar graag bij stil. Voor een paar euro heb je al een kilo varkensgehakt of kippenpoten. In 2010 is het zelfs zo goedkoop dat Wakker Dier de kattenvoerprijs in het leven roept: vleesaanbiedingen die per kilo goedkoper zijn dan een kilo kattenvoer worden geturfd. C1000 heeft de twijfelachtige eer te winnen en wordt ‘beloond’  met een reclamecampagne tegen de kiloknallers bij de supermarkt.

Albert Heijn, Jumbo en Lidl hebben aan stichting Wakker Dier verklaard vanaf 2016 de plofkip uit de schappen te halen. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Deel alinea

Inmiddels is de kiloknaller op zijn retour, onder druk van de methode van ‘naming en shaming’ van dierenwelzijnsorganisaties. De consument kan kiezen uit verschillende gradaties door bijvoorbeeld het Beter Leven-keurmerk.

thumbnail
Bio-industrie - Zondag met Lubach (S07)

Zondag met Lubach draait het om: op vlees zónder Beter Leven-keurmerk zou verplicht een plaatje moeten komen van de leefomstandigheden van de dieren.

Wat zijn de gevolgen van bio-industrie voor het milieu?

De bio-industrie heeft een hele trits milieunadelen. Om al die kilo’s vlees te produceren moeten er ook kilo’s eten in. Daarvoor is landbouwgrond nodig. Het leeuwendeel van het Nederlandse veevoer wordt in het buitenland geproduceerd. Voor de teelt van bijvoorbeeld tapioca en soja worden in landen als Brazilië en Thailand bossen gekapt. Het leidt daar tot verlies van natuur en biodiversiteit en tot erosie van de bodem. 

"Steeds minder boeren die steeds meer produceren, steeds efficiënter, steeds innovatiever." De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl

Deel alinea

Nog een nadeel: al die beesten produceren poep. Een beetje mest is niet erg – daar kun je akkers weer mee bemesten – maar in de afgelopen decennia is er in Nederland zoveel poep de grond ingegaan dat er sprake is van vergiftiging van de bodem en van het grondwater door fosfaat en stikstof. Dat heeft weer invloed op de natuur. Zo groeien bepaalde algen heel goed op meststoffen, zo goed dat oppervlaktewater kan veranderen in een zuurstofarme, groene soep waar door gebrek aan licht en zuurstof niets anders meer leeft. Inmiddels heb je in Europa, maar ook in Azië zogenoemde dead zones, wateren waar, door een teveel aan stikstof en fosfaat door de uitstoot uit de fossiele industrie en de landbouw, alleen nog algen leven. Wereldwijd zijn er meer dan vierhonderd van dit soort zones, vooral waar rivieren in zee uitmonden. 

Ook voor de volksgezondheid levert de uitstoot uit de intensieve veehouderij gevaar op. Het RIVM onderzoekt welke gevolgen de intensieve veehouderij op de mensen in de omgeving heeft en concludeert dat mensen met COPD en astma meer medicatie nodig hebben in gebieden waar veel intensieve veehouderij is. Ook mensen zonder longaandoening hebben in veedichte gebieden vaker te maken hebben met longontstekingen en luchtweginfecties.

De intensieve veehouderij heeft een enorme invloed op de gezondheid. Omwonenden van veehouderij hebben meer luchtwegklachten. 

En dan zijn er nog de boeren en de scheten die de dieren laten. Met name herkauwers als koeien en schapen kunnen er wat van. Bij de vertering komt het broeikasgas methaan vrij. Het merendeel boeren ze uit, de rest komt in de lucht door scheten en in de poep. De Verenigde Naties becijferde dat de veeteelt verantwoordelijk is voor 14,5 procent van alle broeikasgassen.

Er wordt door onderzoekers al jaren geprobeerd om, via het voer, de gassigheid van het vee naar beneden te krijgen. Met wisselend succes. Zo blijkt knoflook in een laboratorium heel goed te werken, maar in de praktijk wordt de methaanuitstoot er niet minder door. De stallen stinken nog erger dan anders en de melk heeft ineens een knoflooksmaakje tijdens dit experiment.

In hoeverre zijn dierziektes als Q-koorts en varkenspest te wijten aan de bio-industrie?

Het is de nachtmerrie van iedere boer: een uitbraak van een dierziekte op de boerderij. Het betekent namelijk vaak dat het bedrijf ‘geruimd’ wordt. Of het nu om Q-koortsEen infectieziekte bij geiten en schapen. De bacterie is van dier op mens overdraagbaar via de lucht tijdens de lammerperiode (februari tot en met mei).  , varkenspest of vogelgriep gaat, deze ziektes zijn zo besmettelijk door de grote dichtheden dieren, dat er geen enkel risico genomen wordt: bij een uitbraak wordt het vee (preventief) afgemaakt. Het leidt vaak tot afschuwelijke beelden van dode dieren en tot veel emotie bij getroffen boeren.

30.000 varkens van 26 bedrijven worden gedood in het plaatsje Venhorst (Boekel) om te voorkomen dat de varkenspest zich verder zal verspreiden. 

Het is niet zo dat er meer dierziektes zijn dan vroeger, maar ze kunnen zich wel sneller en op grotere schaal verspreiden. Het dwingt bedrijven die werken met dieren om strenge hygiënemaatregelen te hanteren.

Dierziektes zijn vaak niet dodelijk voor mensen. Een van de uitzonderingen is Q-koorts. In 2007 breekt het Q-koortsvirus uit in een geitenboerderij in Herpen (Brabant)Veel boeren in Brabant zijn overgeschakeld op het houden van geiten, omdat het aantal liters koemelk begrensd is door Europese regelgeving. Die intensivering in de geitenhouderij zie je terug in de aantallen: van 179.000 geiten in 2000 tot 470.000 geiten in 2015. , en verspreidt zich vanaf daar over de rest van de provincie en andere delen van Nederland. Op basis van gegevens van ziekenhuizen in het Q-koortsgebied overlijden 74 mensen aan de gevolgen van de ziekte. Duizenden worden ziek. Het RIVM krijgt in 2009, het hoogtepunt van het virus, 2.354 meldingen. 

Deel alinea

Hoe ziet de toekomst van de bio-industrie eruit?

Inmiddels ziet ook de Nederlandse consument steeds meer de nadelen van goedkoop vlees. Vion, de grootste vleesverwerker van Nederland, ziet in 2016 na een marktonderzoek dat consumenten minder vaak en in minder grote hoeveelheden vlees kopen. De omzet van biologisch vlees groeit wel: met zes tot zeven procent per jaar.

De markt voor vlees, of het nou biologisch is of niet, groeit wereldwijd nog wel. Bijvoorbeeld in Azië zit er nog steeds een stijgende lijn in de vleesconsumptie.

Deel alinea

En de boeren? Inmiddels is het in Nederland moeilijk geworden om een bedrijf te starten in de intensieve veehouderij: de marges zijn klein, de regelgeving streng, de investering in moderne apparatuur groot. Bestaande bedrijven worden opgeslokt door boerenbedrijven die het hoofd boven water houden door op steeds grotere schaal en met steeds meer high tech te werken. Zo komen er steeds minder boeren en worden de boerderijen die overblijven steeds groter. Die zogenoemde megastallen zijn weliswaar weer een stapje efficiënter, maar roepen ook veel weerstand op bij omwonenden en dierenrechtenorganiaties. Andere bedrijven vertrekken naar het buitenland, waar arbeid en land goedkoper zijn en waar de milieuregels nog niet zo zijn aangescherpt als in Nederland.

Strenge regels voor boeren in Nederland stimuleren emigratie. 

In het kort

  • Na de tweede wereldoorlog begint de intensieve veehouderij in Nederland. De socialistische landbouwminister Sicco Mansholt staat aan de wieg van de landbouwsubsidies die worden ingevoerd. 

  • Alles draait om efficiëntie en kippen, varkens en koeien worden op zo min mogelijk vierkante meters gehouden. Slechts één keer in hun leven komen ze buiten: wanneer ze naar de slachterij gaan. 

  • Intensieve veehouderij betekent voor de consument veel en goedkoop vlees. Maar vanaf eind jaren zestig ontstaat er weerstand tegen deze manier van veehouderij. 

  • De bio-industrie kent veel milieunadelen. Zo is er veel landbouwgrond nodig waar bossen voor moeten worden gekapt. Door het mest van de beesten raken de bodem en het water vergiftigd.

  • De Nederlandse consument ziet steeds meer nadelen van de bio-industrie. Zij kopen meer biologisch vlees: de omzet daarvan stijgt ieder jaar met ongeveer zes procent.

Deel dit venster