Wat is AkzoNobel?

8 minuten leestijd

© ANP

Wat is AkzoNobel?

Bedrijven

Je leest nu

Wat is AkzoNobel?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 13
  • 3332

AkzoNobel is een van de grootste bedrijven van Nederland. Het produceert verf en chemicaliën, maar heeft in zijn lange geschiedenis nog veel meer gemaakt: van anticonceptiepil tot borrelnootjes. Hoe werd AkzoNobel groot, en waarom richt het bedrijf zich tegenwoordig toch weer uitsluitend op verf en chemie?

Samengesteld door Jeroen Hoorn

Hoe is AkzoNobel ontstaan?

In 1969 fuseren twee grote Nederlandse bedrijven: de Algemene Kunstzijde Unie en Koninklijke Zout Organon. De nieuwe naam is een samentrekking van de afkortingen AKU en KZO: Akzo. Zeker voor die tijd ontstaat een reusachtig bedrijf, met wereldwijd meer dan 100.000 werknemers. Alleen door samen te werken kunnen chemiebedrijven de groeiende internationale concurrentie aan, zo is de gedachte achter de fusie.

Beelden uit de perskamer van de AKU.

AKU is groot, maar overzichtelijk: in een kleine vijftig fabrieken over de hele wereld maakt het bedrijf kunstvezels, zoals nylon en viscose. KZO zit veel ingewikkelder in elkaar. Het concern is het resultaat van een hele serie fusies en overnames, en bestaat uit de zoutproducent Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie en het farmaceutisch bedrijf Organon, vooral bekend van de pil. KZO omvat verder de verffabrieken van Sikkens, de Zaanse zoutjesfabrikant Duyvis, de wasmiddelenmaker Dobbelman, het voedselbedrijf Zwanenberg en de Amsterdamse eau de cologne-maker Boldoot.

Het nieuwe laboratorium van de lak- en verffabriek Sikkens wordt geopend.

In de decennia na 1969 wordt een aantal activiteiten weer verkocht. Zo gaat Duyvis in 1987 naar Douwe Egberts. Ook Dobbelman komt daar terecht. Bij de tak die kunstvezels maakt, zit het in de jaren zeventig en tachtig doorlopend tegen: eind jaren negentig verkoopt Akzo het onderdeel. Akzo richt zich dan nog op drie kernactiviteiten: verf, chemie en geneesmiddelen. Aan de derde categorie activiteiten komt ook een einde, als Organon in 2007 wordt verkocht aan de Amerikaanse farmaceut Schering-Plough. De verftak van Akzo wordt in hetzelfde jaar versterkt door de overname van het Britse verfbedrijf ICI.

Tegenwoordig hoort AkzoNobel bij de twintig grootste bedrijven van Nederland, met 46.000 werknemers in meer dan tachtig landen. In 2016 boekt AkzoNobel wereldwijd een omzet van 14,2 miljard euro en een winst van 1,5 miljard. Het aandeel is opgenomen in de AEX, de index met de 25 grootste bedrijven van de Amsterdamse aandelenbeurs.

Een opwikkelmachine bij de afdeling vezels en polymeren van Akzo.

Wat voor verf maakt AkzoNobel?

In 1792 begint schilder en glazenmaker Wiert Willemszoon Sikkens een verf- en lakfabriekje in een van de poorten van de stadsmuur van Groningen. Hij legt daarmee de grondslag voor een bloeiend bedrijf, dat begin twintigste eeuw een goede zet doet: het maakt als een van de eerste bedrijven verf voor een nieuwe uitvinding, de auto. Ook gaat Sikkens zich richten op vliegtuigen en op de industrie. Grote namen als luchtvaartmaatschappij KLM, gloeilampenfabrikant Philips en vliegtuigbouwer Fokker behoren tot de klantenkring.

Wijers vertelt bij Pauw & Witteman over verf.

Tegenwoordig is AkzoNobel de maker van bekende verfmerken als Flexa, Sikkens, Cetabever en Hammerite, maar het bedrijf maakt ook verf voor auto’s, schepen, booreilanden, elektriciteitscentrales en vliegtuigen. Daarbij gaat het vaak om heel bijzondere en moeilijk te maken verf, die bijvoorbeeld bestand moet zijn tegen extreme temperatuurverschillen, terwijl het gewicht zo laag mogelijk moet zijn.

© ANP

In een AkzoNobel fabriek wordt autolak geproduceerd.

Wat doet de chemietak?

De chemische divisie van Akzo, waar zo’n negenduizend mensen werken, draait vooral om zout. AkzoNobel is een van de belangrijkste zoutproducenten in Europa. Het bedrijf wint zo’n zes miljoen ton zout per jaar, waarvan het leeuwendeel in Nederland. Het zout komt terecht in busjes Jozo-zout op tafel en wordt ’s winters op de weg gestrooid, maar dient ook als basis voor bijvoorbeeld de productie van chloor, wat weer een grondstof is voor de kunststof pvc.

De winning van zout in Nederland begint in 1886, als de kasteelheer van Twickel in Twente een put laat slaan. Tot ieders verrassing komt er zout water uit. Dat blijkt te komen door een enorme zoutlaag in de bodem, miljoenen jaren geleden ontstaan toen dit deel van Nederland nog onder water stond. Voor het eerst wordt zout in de Nederlandse bodem gevonden. In 1919 begint het bedrijf Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie, een van de voorlopers van Akzo, het zout uit de bodem te halen.

Zout wordt gebruikt voor een aantal chemische producten op basis van zout, zoals chloor en azijnzuur.

Tegenwoordig wint AkzoNobel zout in Twente en bij het Groningse Veendam. Dat gebeurt in grote lijnen op dezelfde manier als in 1919. Akzo boort gaten in de grond, tot de zoutlaag op honderden meters diep wordt bereikt. In de gaten wordt water gepompt. Zout lost daarin op, waarna het zoute water (pekel) via ondergrondse pijpleidingen naar de zoutfabrieken in Hengelo en Delfzijl wordt vervoerd. Daar wordt het zout uit het water gehaald. De pompinstallaties staan in driehoekige huisjes die overal in Twente te zien zijn, de zogeheten zouthuisjes.

Bij Akzo Nobel ligt zo'n 27.000 ton zout opgeslagen.

Waar staat ‘Nobel’ voor?

Op 13 april 1888 leest de Zweedse scheikundige Alfred Nobel in een krant dat hij is overleden. Dat klopt niet: de krant heeft hem verward met zijn broer, ook een succesvol zakenman. Maar wat Nobel vooral schokt, is de kop boven het artikel: ‘De handelaar des doods is dood’. Dat slaat op het feit dat Nobel de uitvinder is van dynamiet. Hij heeft tientallen wapen- en explosievenfabrieken en is een van de rijkste mannen van Europa.

Fragment over Nobels jeugd, zijn scheikundige opleiding, zijn uitvindingen en de Nobelstichting.

Volgens de overlevering is dit het moment waarop Nobel besluit het grootste deel van zijn vermogen na te laten aan een stichting die jaarlijks prijzen moet uitkeren aan mensen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en wereldvrede: de Nobelprijzen. In 1901, vijf jaar na Nobels dood, worden de eerste prijzen uitgereikt.

De fusie tussen chemiebedrijven Akzo en Nobel.

Een van de bedrijven die Nobel heeft opgericht, groeit uit tot een groot chemisch concern met de naam KemaNobel. Een ander bedrijf dat eigendom is geweest van Alfred Nobel is Bofors, een wapenfabriek die in 1646 werd opgericht als ijzergieterij in het Zweedse stadje Karlskoga.In 1984 komen beide bedrijven opnieuw in dezelfde handen: in die van de zakenman Erik Penser. Hij voegt ze samen onder de naam Nobel Industries. Na een serie schandalen moet Penser de wapentak en de divisie consumentenproducten verkopen. Wat overblijft is een verf- en chemiebedrijf, dat in 1994 wordt gekocht door het Nederlandse Akzo – dat vanaf dat moment AkzoNobel heet.

Standbeeld van Alfred Nobel in Stockholm.

Wie hebben Akzo geleid?

Verschillende van de mannen die Akzo sinds 1969 hebben geleid, zijn spilfiguren in het ‘old boys network’: de mensen die voor en achter de schermen de dienst uitmaken in Nederland.

Als architect van de fusie geldt Gualtherus Kraijenhoff, roepnaam Guup. Deze telg van een prominente, in de adelstand verheven familie is tijdens de Tweede Wereldoorlog piloot bij de Britse luchtmacht en klimt later op tot topman van Koninklijke Zout Organon. In zijn woning in Nijmegen wordt in het diepste geheim over de fusie onderhandeld. Van 1971 tot 1978 staat Kraijenhoff aan het hoofd van Akzo.

Jort Kelder gaat in gesprek met Aarnout Loudon, oud-president van Akzo.

Ook de latere topman Aarnout Loudon komt uit een bekende zakenfamilie – zijn grootvader Hugo was een van de oprichters van Shell. Loudon staat van 1982 tot 1994 aan het hoofd van Akzo. Na zijn pensioen is hij onder andere lid van de Eerste Kamer voor de VVD en commissaris bij ABN Amro. Loudon geeft leiding aan de overname van Nobel Industries, en hij neemt nog een besluit waarover in het bedrijf veel te doen is: Akzo krijgt een nieuw logo, met het bovenlichaam van een man die al gauw bekend komt te staan als Arm Kereltje Zonder Onderlijf.

Hans Wijers over de verantwoordelijkheden als CEO.

Van 2003 tot 2012 wordt AkzoNobel geleid door Hans Wijers, die bekend is geworden als minister van Economische Zaken in het eerste kabinet-Kok (1994-1998). Wijers houdt tegenwoordig als commissaris toezicht op het bestuur van Shell, Heineken en het Concertgebouw. Dankzij deze functies en zijn grote netwerk in politiek en bedrijfsleven staat Wijers een aantal jaren bovenaan de lijst van invloedrijkste Nederlanders die de Volkskrant elk jaar samenstelt.

Hans Wijers neemt afscheid van als topman van AkzoNobel.

Hoe ziet de toekomst van Akzo eruit?

Doordat AkzoNobel in de loop der tijd steeds andere bedrijven heeft overgenomen en ook weer onderdelen heeft verkocht, is het bedrijf sterk veranderd: van een heel breed scala aan activiteiten richt het concern zich tegenwoordig alleen nog maar op verf en chemie. Het idee achter alle fusies en overnames was dat die het bedrijf sterker en concurrerender maken, doordat het op grotere schaal kan opereren.

Of dat goed is gelukt, is de vraag. In het voorjaar van 2017 wordt AkzoNobel voor het eerst prooi in plaats van jager. De Amerikaanse concurrent PPG wil het Nederlandse bedrijf overnemen. PPG is al eigenaar van de verfmerken Histor en Sigma, en aast op Akzo-merken als Flexa en Sikkens. Samen kunnen de twee bedrijven goedkoper grondstoffen inkopen en een efficiënter verkoopnetwerk opzetten, stelt PPG.

Concurrent PPG wil AkzoNobel overnemen.

"Er was een gebrek aan cultureel onderling begrip."

Tom Büchner, na de derde overnamepoging van PPG.

De Akzo-leiding wil niets van weten van een overname, maar onder de aandeelhouders van Akzo ontstaat onvrede. Vergeleken met PPG – en ook met de andere grote concurrent Sherwin-Williams – heeft AkzoNobel door de jaren heen een stuk minder opgeleverd: een aandeel is in tien jaar tijd nog geen tien euro meer waard geworden. Aandeelhouders van PPG hebben meer dan drie keer zo veel verdiend.

In het voorjaar van 2017 presenteert topman Tom Büchner - die niet lang daarna terugtreedt vanwege gezondheidsredenen - een plan om de aandeelhouders tegemoet te komen: hij wil de chemietak van AkzoNobel afsplitsen en er een zelfstandig bedrijf van maken dat wordt verkocht of naar de beurs gebracht. AkzoNobel concentreert zich dan alleen nog op verf. Vanaf september 2017 staat de Belg Thierry VanLancker aan het roer.

Werknemers van AkzoNobel vrezen dat een overname door PPG leidt tot banenverlies.

In het verleden heerste de gedachte dat het goed was als een bedrijf veel verschillende activiteiten had: de som zou meer waard zijn dan de delen. Tegenwoordig is het andersom en geldt ‘focus’ als het toverwoord. In het geval van AkzoNobel lijkt dat een terugkeer te betekenen naar de activiteiten waar Wiert Willemszoon Sikkens in 1792 mee begon: het maken van verf en lak.

In het kort:

  • AkzoNobel behoort tot de grootste Nederlandse bedrijven. Het maakt verf en chemische producten, vooral gebaseerd op zout. AkzoNobel heeft onder andere het verfmerk Sikkens, dat al sinds 1792 bestaat.

  • Het concern is ontstaan uit een lange reeks fusies en overnames. In 1969 fuseerden de Algemene Kunstzijde Unie en Koninklijke Zout Organon. Zo ontstond Akzo.

  • In 1994 neemt Akzo het Zweedse chemiebedrijf Nobel over. Het is opgericht door Alfred Nobel, de uitvinder van het dynamiet en de grondlegger van de Nobelprijzen.

  • In de loop der tijd heeft Akzo ook veel bedrijfsonderdelen verkocht, zoals zoutjesfabrikant Duyvis en farmaceutisch bedrijf Organon, de maker van de anticonceptiepil.

  • De Amerikaanse concurrent PPG heeft begin 2017 een bod gedaan op AkzoNobel. De leiding van het bedrijf heeft dat afgewezen, en een alternatief plan gepresenteerd. Dat houdt in dat de chemietak van AkzoNobel verdergaat als zelfstandig bedrijf. AkzoNobel maakt dan alleen nog verf.

Deel dit venster

collection

Bedrijven

Dit venster maakt deel uit van een serie over iconische Nederlandse bedrijven: van Fokker en Albert Heijn tot Heineken en AkzoNobel.