Waardoor overstroomde Nederland in 1953?

10 minuten leestijd

© ANP

Waardoor overstroomde Nederland in 1953?

Keerpunten

Je leest nu

Waardoor overstroomde Nederland in 1953?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 134
  • 23581
Bekijk de collectie Canon van Nederland50 verhalen

1836 mannen, vrouwen en kinderen laten het leven, honderdduizend mensen moeten vluchten en proberen te redden wat ze nog redden kunnen en bijna de helft van de dijken in Zuidwest-Nederland wordt kapot gebeukt: de watersnoodramp van 1953. Hoe is de grootste Nederlandse natuurramp van de twintigste eeuw ontstaan? Wat zijn de gevolgen? En welke maatregelen worden er getroffen na de ramp?

Samengesteld door Saskia Wayenberg

Wat gebeurt er op 31 januari en 1 februari 1953?

Op zaterdag 31 januari steekt een storm op boven de Atlantische Oceaan. Het centrum bereikt ‘s middags de oostkust van Schotland. Deze storm, die boven de gehele Noordzee heerst, houdt aan tot zondagochtend. Om een maximale stijging van de zeespiegel te kunnen veroorzaken, moet deze noordwesterstorm zes tot twaalf uur duren. En dat gebeurt. De storm heeft windsnelheden van meer dan honderd kilometer per uur en de zeespiegel stijgt na twaalf uur nog steeds. Dat heeft tot gevolg dat de vloedstand in deze periode extreem hoog is.

Door deze ongelukkige samenloop van omstandigheden zwiept het water tot ongekende hoogtes langs de kust en in de zeegaten. Om elf uur ‘s avonds is de waterstand tijdens eb nog zo’n meter hoger dan de normale vloedstand op deze dag. Zaterdagnacht ebt de zee niet af en boven op die toen al onrustbarende stand komt de springvloedDoor het samenvallen van de aantrekkingskracht van de maan en de zon ontstaat een extreem hoge vloed. Springvloed komt zo’n twee keer per maand voor.  opzetten. Daardoor stijgt de waterstand tot ruim drie meter boven de normale vloedtop.

De eerste beelden van de getroffen gebieden vlak na de ramp.

Urenlang beukt het vloedwater op de lage en zwakke dijken. En dan gaat het mis. De dijken breken door in West-Brabant, Zeeland en op de Zuid-Hollandse eilanden. Ook de Texelse dijken zijn niet bestand tegen het kolkende water. Rond vijf uur ’s nachts breken bijna overal de dijken door en de gevolgen zijn niet te overzien: binnen een halfuur staan sommige dorpen in de polder tot wel drie meter onder water. Dit gaat zelfs zo snel dat veel bewoners niet de tijd hebben om te anticiperen. Ze zijn genoodzaakt te vluchten naar de zolder of het dak van hun huis. Sommigen komen daar dagenlang vast te zitten zonder eten en drinken. Velen worden alsnog gegrepen door het water en verdrinken.

Deel alinea

© ANP

Zoveel mogelijk bewoners worden geëvacueerd en overgebracht naar droogliggende gebieden. 

De dag voordat de grootste Nederlandse natuurramp van de twintigste eeuw zich voltrekt, krijgen weerkundigen langzamerhand de storm in de peiling. Op advies van het  KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut is in 1854 opgericht door de Utrechtse hoogleraar Buys Ballot. De taken van het KNMI zijn: het onderzoeken van natuurkundige verschijnselen (in de dampkring, aan de oppervlakte van de aarde en in de zee) en het adviseren van de scheepvaart, de luchtvaart en de land- en tuinbouw. waarschuwt de zogeheten stormvloedwaarschuwingsdienst voor ‘hoog water’. Een aantal uren later wordt deze waarschuwing opgeschroefd naar de hoogste graad 'gevaarlijk hoog water'. De hoogst mogelijke staat van alarm is daarmee bereikt terwijl het KNMI eigenlijk nog verder wil gaan.

De weersverwachting voor zondag 31 januari 1953. 

Audiofragment

De Sint-Elisabethsvloed
NTR Academie - 19 nov 2014

Een stormvloed van vergelijkbare omvang vindt vijfhonderd jaar daarvoor plaats: de Elisabethsvloed. Deze storm kost het leven van tienduizend mensen.

Veel halen deze waarschuwingen echter niet uit. De meeste radio’s zijn die nacht de lucht al uit en de pogingen die worden gedaan om de radiozenders weer aan de praat te krijgen mislukken. Daarnaast zijn de meeste waterschappen niet geabonneerd op de speciale dienst die voorziet in stormwaarschuwingen. Ook heeft niet iedereen een radio (of telefoon). 

Ook in Rotterdam geeft het water veel ongemak.

Via de radionieuwsdienst van het ANP bereiken de eerste berichten ook de rest van Nederland pas in de ochtend van 1 februari. Verslaggevers ter plaatse moeten hun stem verheffen om boven de gierende wind uit te komen. 

“Wanneer je dan weer de straat op gaat, word je opnieuw geconfronteerd met die ellende,” vertelt een van de dienstdoende verslaggevers. “ Een man loopt met blote benen over de straat en hij schreeuwt in de richting van de overkant ‘mijn huis drijft weg, mijn huisraad drijft weg!’ En daar bovenop de bovenverdieping van dat huis van die man zit een vrouw voor het raam te huilen.”

Na de ramp probeert iedereen elkaar te helpen. Sommigen ontpoppen zichzelf tot ware helden: ze zoeken met boten naar overlevenden, bouwen bruggen van stukken hout en zwemmen lange afstanden door het koude water om mensen te redden.

Audiofragment

Het weerbericht
Weerbericht - 31 jan 1953

Hoe heeft de ramp kunnen gebeuren?

Na de Tweede Wereldoorlog wordt al snel duidelijk dat vele dijken in Nederland niet hoog genoeg zijn voor de absolute zeespiegelstijging, waarbij de hoogte van het water stijgt. Daarnaast zijn de dijken ook erg verzwakt tijdens de oorlogsjaren ten gevolge van slecht onderhoud en verwaarlozing. Maar geld en een goed plan voor de structurele verbetering van de dijken is er niet en slechts een aantal kleine projectjes komt van de grond.

Bewoners van de getroffen gebieden moeten door. Wanneer ook de melkboer weer aan de deur komt wijst dat op een terugkeer van het gewone leven. 

De naoorlogse economische wederopbouw van Nederland heeft voorrang en de kustbescherming is geen prioriteit. Een paar dagen vóór de ramp komt de stormvloedcommissie met een plan voor grotere zeearmenEen lange, smalle inham van de zee in het land. , maar dit plan komt te laat. Een combinatie van de slechte staat van de dijken en de ongelukkige samenloop van omstandigheden – het eb dat uitblijft, het water dat al hoog staat, de vloed die op komst is en het feit dat het springtij is – leidt tot de grootste naoorlogse natuurramp van Nederland. Na de ramp is één ding heel duidelijk: dit mag nooit meer gebeuren.

Deel alinea

Wat is de nasleep van de ramp?

Tijdens en vlak na de ramp is de wederopbouw van de dijken al snel in volle gang. Grote hoeveelheden klei, die niet in de omgeving te vinden zijn, worden aangevoerd vanuit Antwerpen. Duitsland en België voorzien Nederland daarnaast van stortsteen. Miljoenen zandzakken moeten met veel haast naar het rampgebied worden overgebracht.

"Franse soldaten stonden schouder aan schouder met hun Nederlandse kameraad."

De schade aan de dijken ontstaat hoofdzakelijk door overloop. Tijdens opgaande vloed jaagt de storm het water over de dijken waardoor het profiel van binnenuit wordt aangetast. Bij de tegenaanval op het water komt heel waterstaatkundig Nederland in beweging.

Deel alinea

Duizenden arbeiders en technici zijn nodig voor de wederopbouw van de dijken. Voor hen zijn barakkenkampen opgezet en worden woonboten aangeleverd waarin ze kunnen verblijven.

Onder leiding van August-Godfried Maris – directeur-generaal van de Rijkswaterstaat – wordt de strategie bepaald en een plan opgezet. Alle beschikbare mankracht wordt zo snel mogelijk naar de overstroomde gebieden van Zeeland gestuurd. Als op 6 november 1953 bij Ouwerkerk het laatste dijkgat wordt gedicht is de nachtmerrie voorbij.

Militairen en burgers sjouwen zandzakken aan uit de modderige vlakte om de nooddijk te verhogen. 

De gemeenten Schouwen-Duiveland en Goerree-Overflakkee worden het hardst getroffen: veertig procent van het totale aantal slachtoffers valt daar. Het dodental loopt tijdens de dagen van de ramp snel op. De media melden op zondagavond dat er 58 slachtoffers zijn gevallen, op maandag is dit aantal opgelopen naar 394 en vrijdag tot bijna 1400. Wanneer de storm op 3 februari 1953 eindelijk afneemt wordt al snel duidelijk dat er nog veel meer slachtoffers zijn gevallen. Het uiteindelijke officiële dodental is vastgesteld op 1836 vrouwen, mannen en kinderen. Daarnaast komen twintigduizend koeien, tweeduizend paarden, twaalfduizend varkens, drieduizend schapen en tienduizenden konijnen, honden en katten om bij de ramp.

Audiofragment

Een evacué over de ramp
Gesprekken met evacués watersnoodramp 1953 - 1 feb 1953

Ook de materiële schade is gigantisch. Achthonderd kilometer dijk is beschadigd en achtduizend woningen zijn met de grond gelijk gemaakt. De totale geldschade bedraagt zo’n anderhalf miljard gulden (ongeveer 680 miljoen euro). In de weken na de ramp worden veel inzamelingsacties opgezet. Dat levert in totaal zo’n 138 miljoen gulden (ongeveer 62 miljoen euro) op.

De snert is bestemd voor 'operatie snert'. De soep wordt verkocht ten bate van Het Nationael Rampenfonds. 

Audiofragment

Verwoesting in Engeland
1 feb 1953

Welke maatregelen zijn er getroffen?

Onder leiding van de minister van Verkeer en Waterstaat, Jacob Algera, wordt op 21 februari 1953 (drie weken na de watersnoodramp) de Deltacommissie opgericht. Ze maakt gebruik van bestaande plannen die in de jaren twintig door de Rijkswaterstaat zijn gemaakt en streven ernaar soortgelijke rampen in de toekomst te voorkomen. Als eerst worden alle zeegaten afgesloten met dammen en worden de dijken versterkt. Maar daarna komt het besef dat het afsluiten van alle zeearmen niet de oplossing is en er worden stormvloedkeringenEen beweegbare constructie met als doel een rivier of zeearm af te sluiten als het waterpeil te hoog wordt door storm. gebouwd. 

Deel alinea

De Oosterscheldekering is onderdeel van de Deltawerken en voltooid op 4 oktober 1986.

In geval van nood gaan de openingen in de stormvloedkeringen dicht en is Nederland beveiligd tegen overstromingen. Tevens zijn er door de jaren heen veel nieuwe bruggen en dammen gebouwd en zijn de zeedijken bij de Westerschelde zwaar verstevigd.

"De grootste Nederlandse natuurramp van de twintigste eeuw eist het leven van 1836 mannen, vrouwen en kinderen. "

In het kort

  • Een ongelukkige samenloop van omstandigheden – het eb dat uitblijft, het water dat al hoog staat, de vloed die op komst is en het feit dat het springtij is – leidt tot de grootste naoorlogse natuurramp van Nederland. Daarnaast zijn de dijken erg verzwakt geraakt tijdens de oorlogsjaren.

  • Het zwaarst getroffen wordt de zuidzijde van Schouwen-Duiveland en Goerree-Overflakkee, daar valt veertig procent van het totale aantal slachtoffers van de ramp. Het officiële dodental is vastgesteld op 1836.

  • De materiële schade is ook enorm: achthonderd kilometer dijk is beschadigd en achtduizend woningen zijn met de grond gelijk gemaakt. De totale geldschade bedraagt zo’n anderhalf miljard gulden.

  • Onder leiding van de minister van Verkeer en Waterstaat, Jacob Algera, wordt op 21 februari 1953 de Deltacommissie opgericht om rampen zoals deze in de toekomst te voorkomen.

Deel dit venster

collection

De Canon van Nederland

Aan de hand van historische personen, gebeurtenissen en onderwerpen belicht NPO Focus de vijftig belangrijkste hoogte- en dieptepunten uit de Nederlandse geschiedenis, van de hunebedden tot Annie M.G. Schmidt.