Welke rol speelde Nederland in de slavernij?

10 minuten leestijd

Welke rol speelde Nederland in de slavernij?

Wereldmachten

Je leest nu

Welke rol speelde Nederland in de slavernij?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 83
  • 27345
Bekijk de collectie Canon van Nederland50 verhalen

De slavernij behoort tot het wrange verleden van Nederland: zeshonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen zijn als handelswaar van Afrika naar de nieuwe wereld verscheept, verkocht en onder dwang aan het werk gezet. Hoe begint dat geketende leven, en hoe komt het ten einde?

Samengesteld door Niek van Lent en Anne Verwaaij

Hoe begint de Nederlandse slavernij?

Vooral Spanjaarden en Portugezen hebben aan het begin van de zestiende eeuw de slavenhandel in handen. Slechts een enkele Nederlandse schipper neemt aanvankelijk deel aan het slaventransport. Dat verandert in 1621. In dat jaar richten Nederlanders de West-Indische CompagnieNederlanders hebben in de zeventiende eeuw de Caraïbische eilanden, delen van Midden- en Zuid-Amerika en zelfs het huidige West-Afrika omgedoopt tot West-Indië. Vandaar de naam West-Indische Compagnie. (WIC) op. Dit bedrijf bemachtigt in NederlandDe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is tussen 1588 en 1795 de officiële benaming van het gebied dat tegenwoordig Nederland heet. het monopolie op de (slaven)handel aan de West-Afrikaanse kust en in Noord- en Zuid-Amerika.

Deel alinea

Als slavernij het onderwerp is, gaat het meestal over deze trans-Atlantische slavenhandel tussen West-Europa, Afrika en de Amerika’s van de zestiende tot de negentiende eeuw. De oorsprong van slavernij ligt daar echter niet. Al in de oudheid wordt er door de Egyptenaren, Grieken en Romeinen in slaven gehandeld. Zo beschikt een welgestelde Romein vaak over vele slaven. Aan het einde van de middeleeuwen verdwijnen deze vormen van slavernij geleidelijk totdat de Portugezen en daarna ook andere Europese machten hun handen er weer vuil aan maken.

Slavernij in Afrika begint met schuldbetaling: je dochter of zoon geldt als onderpand tot je een schuld bij iemand hebt afgelost. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Ook in West-Afrika bestaat slavernij al geruime tijd voordat de Europeanen arriveren in de vijftiende eeuw. Vaak is het een vorm van schuldbetaling. Veel tot slaaf gemaakten worden uit het binnenland van West-Afrika geronseld en verhandeld aan Noord-Afrikaanse landen als Marokko en Algerije. Ook Ghana – waar de Nederlanders zich zullen vestigen – kent al binnenlandse slavenhandel.

De trans-Atlantische slavernij
Nadat Christoffel Columbus in 1492 onder Spaanse vlag Amerika 'ontdekt', trekken verschillende Europese machten erop uit om deze nieuwe wereld te koloniseren. De bodem daar blijkt zeer geschikt voor suikerplantages. Suiker is in die tijd een belangrijk handelswaar en een kostbaar goed. De inheemse bevolking – de indianen – wordt gedwongen om op de gestichte plantages te werken. Als blijkt dat de indianen massaal bezwijken aan de onbekende ziektes die de Europeanen met zich meebrengen, worden de werkkrachten ergens anders vandaan gehaald: Afrika.

Een schildering van de zogeheten Goudkust van West-Afrika, waar de Europeanen naast goud ook tot slaaf gemaakten vandaan halen.

Portugal, Frankrijk, Spanje, Engeland en Nederland handelen in de vijftiende eeuw al met West-Afrika in producten als goud en ivoor, voordat zij beginnen met de slavenhandel. De Portugezen bezitten veel grondgebied in Brazilië en de rijkdom die zij daar met de suikerplantages verwerven, willen de Nederlanders ook. De WIC verovert vanaf 1630 een brede strook van zo’n tweeduizend kilometer langs de noordkust van Zuid-Amerika, ten koste van Portugal.

De Portugezen gaan omstreeks 1400 op zoek naar El Dorado (een land vol goud) dus verkennen ze Afrika, India, China, Japan en Amerika. 

De Nederlanders kijken de slavernij af van de Portugezen. In 1637 verdrijft een Nederlandse vloot de Portugezen van het fort Elmina aan de Westkust van Afrika (Ghana). Tot slaaf gemaakten worden vanuit het Afrikaanse binnenland aan de Nederlanders in fort Elmina verkocht en vervolgens naar de suikerplantages in Nederlands-Brazilië verscheept.

"Die slaven zagen eigenlijk voor het eerst blanken en dat ging gelijk gepaard met een traumatische ervaring." De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Fort Elmina, de eerste Europese nederzetting in Afrika. 

Hoe bedrijven Nederlanders slavenhandel?

De verovering van fort Elmina luidt het begin in van de zogenaamde driehoekshandel. Deze Nederlandse handelsstrategie ziet er als volgt uit: vanuit Nederland varen schepen beladen met goederen zoals vuurwapens en alcohol naar de forten aan de West-Afrikaanse kust.

De Nederlanders verruilen hier de handelswaar tegen tot slaaf gemaakte Afrikanen, waarna ze doorvaren naar de kolonies in Amerika. Als de tot slaaf gemaakten de barre tocht overleven, belanden ze op de slavenmarkten en uiteindelijk op de plantages. De schepen van de WIC varen vervolgens terug naar Nederland met aan boord producten als suiker, koffie en tabak.

Portrettering van een Nederlandse plantage in Brazilië door de schilder en tekenaar Frans Post (tussen 1650 en 1675).

Deel alinea

De Nederlandse slavenhandel kan snel groeien vanaf 1634. In dat jaar verovert de WIC Curaçao en Suriname. Door de gunstige ligging van deze gebieden hebben de Nederlanders een veel groter afzetgebied om tot slaaf gemaakten te verkopen. Halverwege de zeventiende eeuw neemt de vraag naar tot slaaf gemaakten snel toe door de groeiende suikerhandel. Op dat moment beschikt de WIC als enige over de juiste infrastructuur voor grootschalige slavenhandel, waardoor de Nederlandse compagnie hier veel geld mee kan verdienen.

De Nederlanders leveren via Curaçao tot slaaf gemaakten aan de koloniën in Spanje. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Deel alinea

Bijna honderd jaar lang verscheept de WIC op deze wijze tot slaaf gemaakte mensen naar Zuid-Amerika, en vele luxe goederen terug naar Nederland. In 1730 krijgt de compagnie voor het eerst concurrentie van andere Nederlanders. De WIC verliest het monopolie op slavenhandel waarna er ruimte ontstaat voor een andere grote Nederlandse speler: de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC). Deze compagnie uit Zeeland moet zich tot 1730 beperken tot andere ‘producten’.

Het eerste slavenschip van de Zeeuwen vertrekt in 1732. Als blijkt dat er grote winsten te behalen vallen met de verkoop van tot slaaf gemaakten specialiseert de compagnie zich vanaf 1756 in deze handel. De MCC heeft snel een groot aandeel: van iedere tien Nederlandse slavenschepen komen er acht uit Middelburg.

"Binnen een mum van tijd groeien de Zeeuwen uit tot de belangrijkste slavenhalers van ons land." De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

In totaal verhandelen de Nederlanders het schrikbarende aantal van 600.000 Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen van de zestiende tot de negentiende eeuw. De WIC verscheept iets meer dan de helft hiervan en de MCC – in een veel kortere periode – een wat kleiner deel. Wereldwijd zijn er in diezelfde periode naar schatting tussen de elf en dertien miljoen tot slaaf gemaakten verhandeld. De slavenhandel kost drie miljoen Afrikanen het leven.

Slavernij in Nederlands Oost-Indië

Tegelijkertijd met de trans-Atlantische slavenhandel draagt de grote broer van de WIC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), ook bij aan de slavernij aan de andere kant van de wereld. Rond 1750 leven naar schatting zo’n 75.500 tot slaaf gemaakten in Aziatische vestigingen van de VOC.

Welk lot wacht mensen in de slavernij?

De Nederlandse slavernij heeft het leven van honderdduizenden mensen bepaald. Zij hebben fysiek en mentaal in extreme mate geleden. De meeste slavenhandelaren en -eigenaren hebben de tot slaaf gemaakten behandeld als vee en de menselijkheid van ‘hun bezit’ ontkend. Olivier Locadia, beter bekend met zijn artiestennaam Willie Wartaal, ontdekt in Verborgen verleden dat hele generaties in zijn stamboom het slachtoffer zijn van de slavernij. Hij gaat op zoek naar verhalen over hun leven op Curaçao.

“Ik blijf proberen om vrij mens te worden.” De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start.

De meeste voorouders van Olivier zijn in slavernij geboren, maar van oorsprong komen ze uit Afrika. Aan de westkust zijn ze net als vele duizenden andere Afrikanen aan boord gebracht van een slavenschip. Daar begint een lange en levensgevaarlijke periode op zee. De tot slaaf gemaakten verblijven de hele reis - die gemiddeld tachtig dagen duurt - onderin het ruim van het schip.

Deel alinea
Indeling van het ruim in een Brits slavenschip rond 1788

Mannen zijn de hele reis geketend, uit angst voor een opstand. De tot slaaf gemaakten kunnen ook zonder de ketenen nauwelijks bewegen, omdat de handelaren zoveel mogelijk mensen meenemen. De hitte benedendeks en het gebrek aan ruimte, voedsel en lucht verwoesten talloze levens. Eén op de acht mensen komt om op de slavenschepen.

Als de tot slaaf gemaakten de reis naar Amerika overleven, belanden zij veelal op de slavenmarkten in Curaçao en Suriname. Daar worden ze doorverkocht aan andere handelaren of direct aan lokale plantage-eigenaren.

De meeste tot slaaf gemaakten eindigen uiteindelijk op een van de vele plantages van Amerika en de Caraïben. Werkweken van zestig tot honderd uur zijn daar normaal. Bovendien is het werk loodzwaar, de tot slaaf gemaakten moeten bijvoorbeeld suikerriet oogsten in de brandende zon. Een kleiner deel belandt als huisslaaf in een gezin, dit zijn vaak kinderen die het zware werk op het land (nog) niet aankunnen. Wie weigert te werken, wacht brute straffen.

Veel tot slaaf gemaakten verkeren in slechte gezondheid en regelmatig overlijden ze door uitbuiting en mishandeling. Ook besmettelijke ziektes, ondervoeding en ongelukken eisen hun tol. Plantage-eigenaren proberen in de loop van de achttiende eeuw het sterftecijfer enigszins terug te dringen, want het kost hen veel geld om de overleden tot slaaf gemaakten te vervangen. De leefomstandigheden van de tot slaaf gemaakten veranderen desondanks niet substantieel.

De weggelopen mensen die in verzet komen en een eigen samenleving stichten, worden 'Marrons' genoemd. De hele aflevering zien? Kijk op Schooltv.nl.

Een deel van de tot slaaf gemaakten probeert onder het brute lot uit te komen, bijvoorbeeld door te vluchten, het werk te saboteren of in opstand te komen. Op Curaçao breekt in de zomer van 1795 een grote slavenopstand uit nadat de tot slaaf gemaakte Tula met 22 anderen zijn vrijheid opeist. Vanuit heel Curaçao sluiten slachtoffers van de slavernij zich aan bij het gewelddadige verzet, maar ze kunnen het systeem niet breken. Uiteindelijk beëindigt het koloniale leger de opstand op het eiland. Tula wordt geëxecuteerd.

De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start.

De tot slaaf gemaakten hebben ook manieren gevonden om het leven draaglijker te maken. Ze ontwikkelen hun eigen cultuur en taal, die gebaseerd is op het Portugees, Engels en verschillende Afrikaanse talen. Belangrijk in het leven van de tot slaaf gemaakten is muziek: daarin kunnen ze toch een klein beetje vrijheid vinden.

“In de muziek kun je een klein beetje vrijheid vinden”, vertelt muziekdeskundige Rendell Rosalia aan Willie Wartaal. De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start

"De Nederlanders verschepen van de 16e tot de 19e eeuw ongeveer zeshonderdduizend mannen, vrouwen en kinderen."

Hoe wordt slavernij afgeschaft?

In de vroege morgen van 1 juli 1863 worden kanonschoten gelost vanaf Fort Zeelandia in het Surinaamse Paramaribo en op de Nederlandse eilanden in het Caribisch gebied. Die dag is het feest: Nederland schaft de slavernij af. Maar de weg naar deze afschaffing is moeizaam en niet zo glorieus als het moet voorkomen. Bovendien is Nederland een van de laatste Europese landen die deze stap zet.

De droevige omstandigheden van de tot slaaf gemaakten beginnen in de negentiende eeuw te knagen. Denemarken schaft in 1803 als eerste Europese land de slavenhandel af. In 1807 is het Verenigd Koninkrijk de eerste Europese grootmacht die ook een einde maakt aan de omstreden handel. Dit is opvallend omdat de Britten – in tegenstelling tot Nederland – nog erg veel winst maken met de verkoop van tot slaaf gemaakten. Doorslag voor het Britse verbod zijn de massale protesten van verschillende protestantse kerkgenootschappen.

Deel alinea

Ook de Fransen schaffen de slavenhandel en slavernij eerder af dan de Nederlanders (1849).

In Nederland nemen in dezelfde periode de ethische bezwaren ook toe. Tegelijkertijd staat de Nederlandse slavenhandel eind achttiende eeuw ook economisch onder druk. De opbrengst vermindert en het aantal Nederlandse slavenschepen vermindert snel. Er is dan ook weinig protest wanneer Nederland – onder druk van de Engelsen – in 1814 de slavenhándel verbiedt.

Slavernij blijft wel nog lang bestaan, de meeste plantage-eigenaren hebben nog tot slaaf gemaakten in het bezit en dat is niet verboden. Het aantal mensen in de slavernij neemt vanaf 1814 wel af doordat de plantage-eigenaren tot slaaf gemaakten niet meer kunnen vervangen als ze overlijden. Alleen via illegale slavenschepen komen nog ongeveer een halve eeuw lang Afrikanen in de Nederlandse slavernij terecht.

"Talloze plantages gaan failliet en economisch is Suriname niet meer rendabel." De hele aflevering zien? Kijk op Schooltv.nl.

Dat de uiteindelijke afschaffing van het houden van tot slaaf gemaakten pas in 1863 een feit zal zijn, heeft veel te maken met economische belangen. Vanaf 1853 onderzoekt een gemengde staatscommissie van voor- en tegenstanders hoe de slavernij moet worden afgeschaft. Vijf verschillende wetsvoorstellen worden van tafel geveegd. De voornaamste reden: er is niet genoeg geld om de slavenhouders te compenseren voor het afnemen van ‘hun eigendom’. Pas wanneer de staatskas op orde is gebracht met inkomsten vanuit Nederlands Oost-Indië is de afschaffing te financieren. Op 1 juli 1863 schaft Nederland als een van de laatste Europese landen de slavernij af.

De ketenen zijn gebroken.

Ruim 33.000 mensen in Suriname en ruim 11.000 op de Antillen verkrijgen hiermee officieel hun vrijheid, maar in werkelijkheid merken veel plantagewerkers hier vrij weinig van. Slavernij zet zich nog zeker tien jaar voort in een andere vorm: de ‘voormalige’ tot slaaf gemaakten moeten nadat zij vrij zijn zogenaamde contractarbeid verrichten, ditmaal wel voor loon, maar dit is zeer gering en ze mogen niet weg voor hun contract afloopt. De Nederlandse regering uit in de periode meer mededogen met de slaveneigenaars, wiens ‘goed’ hun wordt ontnomen dan met de tot slaaf gemaakten die nu ‘vrij’ zijn maar geen schoolopleiding hebben gevolgd en vaak niets anders kunnen dan werken op de plantage. Iedere slaveneigenaar krijgt bovendien per vrijgemaakte slaaf twee- tot driehonderd gulden ‘schadevergoeding’ uit de staatskas.

Wat is Keti Koti?

Op 1 juli herdenken we het slavernijverleden van Nederland. Sinds 2009 wordt deze herdenking gevolgd door Keti Koti - een feest dat in Suriname en op de Nederlandse Antillen al langer bestaat om de afschaffing van de slavernij te vieren. Keti Koti betekent in het Surinaams ‘ketenen gebroken’. Het Amsterdamse Oosterpark is in Nederland de plek waar dit op grootse wijze gebeurt - door velen in feestelijke, kleurrijke kleding. Maar niet alleen nazaten van tot slaaf gemaakten uit Suriname en de Nederlandse Antillen vieren Keti Koti. Het is voor iedereen die begaan is met deze geschiedenis.

© ANP

Een monument in drie delen. Het eerste verbeeldt het tragische slavernijverleden. Het midden representeert het heden: het doorbreken van barrières. Het laatste beeldt de drang uit naar vrijheid, die nog in de toekomst ligt. 

Deel alinea

In het Amsterdamse Oosterpark waar Keti Koti plaatsvindt, staat sinds 2002 een monument ter nagedachtenis aan het Nederlandse slavernijverleden in Suriname en de Nederlandse Antillen. Het slavernijverleden nationaal herdenken, gebeurt ook pas sinds 2002. Tijdens de nationale herdenking zijn veel belangrijke vertegenwoordigers aanwezig uit Nederland, Amsterdam, Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Suriname, Ghana en Zuid-Afrika – allemaal landen die betrokken zijn geweest bij de trans-Atlantische slavenhandel.

Vicepremier Asscher spreekt namens de Nederlandse regering op de viering van 150 jaar Keti Koti in 2013. 

De aanwezigen tijdens de nationale herdenking benadrukken ergens ook een gemis: de slavenhandel die aan de andere kant van de wereld plaatsvond, is onderbelicht. Op 1 juli herdenken we de trans-Atlantische slavenhandel en niet de even omvangrijke slavenhandel door de VOC in Nederlands Oost-Indië – waarvan de afschaffing nog later en per eiland op andere data is geschied.

Slavenregisters van Suriname

Vanaf 26 juni 2018 zijn de Surinaamse slavenregisters voor iedereen toegankelijk. De registers zijn online te vinden en bestaan uit 43 boeken met bijna 30.000 pagina's. De informatie uit deze registers wordt onder andere gebruikt voor onderzoek naar het slavernijverleden of de zoektocht naar Surinaamse voorouders. 

Meer weten over het Nederlandse slavernijverleden? In de documentaire Amsterdam, Sporen van Suiker duiken bekende Nederlanders waaronder Noraly Beyer en Typhoon in hun door slavernij getekende familiegeschiedenis.

In het kort:

  • Nederlanders kijken de slavernij af van de Portugezen. Ze veroveren Portugese gebieden in Zuid-Amerika en het belangrijke steunpunt fort Elmina aan de West-Afrikaanse kust. 

  • Nederlanders varen met Europese goederen naar de Afrikaanse kust, ruilen dit tegen tot slaaf gemaakten, varen vervolgens naar Amerika en verkopen de mensen, vervolgens keren ze met de winst van de slavenhandel en goederen uit Amerika terug naar Nederland. Dit heet de driehoekshandel.

  • Miljoenen mensen lijden fysiek en mentaal in extreme mate door de slavernij. Tot slaaf gemaakten worden behandeld als vee en hun menselijkheid wordt ontkend.

  • Door morele bezwaren en economische tegenslag verbiedt Nederland vanaf 1814 de handel in slaven. Pas in 1863 schaft Nederland ook de slavernij af, als een van de laatste Europese landen. In werkelijkheid moeten de tot slaaf gemaakten nog tien jaar doorwerken als contractarbeider.

  • Keti Koti betekent in het Surinaams ‘ketenen gebroken’ en is een viering van de vrijheid. Het feest vindt op 1 juli plaats, na de herdenking van de trans-Atlantische slavenhandel.

Deel dit venster