Waarom is Rembrandt onze grootste schilder?

8 minuten leestijd

Waarom is Rembrandt onze grootste schilder?

Canon

Je leest nu

Waarom is Rembrandt onze grootste schilder?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 74
  • 27236
Bekijk de collectie Rijksmuseum15 verhalen
Bekijk de collectie Canon van Nederland50 verhalen

Rembrandt van Rijn (1606-1669) probeerde menselijke bewegingen en emoties zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. In zijn tijd werd zijn ruwe manier van schilderen en zijn streven naar de waarheid niet altijd op waarde geschat. Tegenwoordig wordt Rembrandt gezien als de grootste schilder die Nederland ooit gekend heeft. Hoe werd hij dat?

Samengesteld door Sjoerd Huismans

Hoe was de jeugd van Rembrandt?

Op 15 juli 1606Hoewel er ook bronnen zijn die 1607 als geboortejaar vermelden. wordt Rembrandt van Rijn geboren in Leiden. Hij is het negende kind van molenaar Harmen Gerritsz van Rijn en Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck, een welgestelde bakkersdochter. Zijn ouders sturen hem op zijn veertiende naar de universiteit van Leiden, maar Rembrandt wil dan al liever schilder worden. Rond 1620 gaat hij in de leer bij Jacob van Swanenburgh, een Leidse historieschilder die eind zestiende eeuw lang in Italië heeft gewoond en gewerkt. In 1625 gaat Rembrandt naar Amsterdam, om zijn opleiding voort te zetten bij Pieter Lastman.

Rembrandts jeugd en zijn eerste werken. 

Deel alinea

Ook Lastman is een historieschilder die veel Bijbelse en mythische scènes op het doek zet én een navolger van Italiaanse kunst uit het begin van de zeventiende eeuw. Italiaanse schilders als Caravaggio beginnen dan zeer realistisch te schilderen, met gebruik van grote licht-donker-tegenstellingen (clair-obscur) om een dramatisch effect te creëren. Deze nieuwe stijl wordt de barok genoemd. Ook Lastman schildert in navolging van de Italiaanse barok zeer modern: weg zijn de overdreven gespierde lichamen in rare kronkels zoals die in de zestiende eeuw worden geschilderd (maniërisme), nieuw zijn de realistische gezichten en lichaamstaal die veel emotie uitdrukken. Dit alles is van grote invloed op de jonge leerling Rembrandt.

De roeping van Matteüs (ca. 1599-1600) van barokpionier Caravaggio, een beroemd schilderij waarop hij zijn talent voor de clair-obscur-techniek laat zien. Ook Rembrandt zou een meester worden in grote licht-donker-tegenstellingen. 

Wat is de ‘Leidse periode’ van Rembrandt?

Nadat hij een halfjaar bij Lastman heeft doorgebracht, opent Rembrandt een eigen atelier in Leiden, wellicht (de bronnen zijn daarover niet eenduidig) samen met zijn vriend Jan Lievens met wie hij veel samenwerkte. In zijn Leidse periode schildert Rembrandt nog vooral kleine doeken, waaronder een beroemd geworden zelfportret op 22-jarige leeftijd waarin hij al experimenteert met licht, schaduw en materiaal. Zo krast met de achterkant van het penseel in de natte verf, waardoor het effect van een wilde, krullende haardos ontstaat.

Rembrandt - Zelfportret op jeugdige leeftijd (1628)

Ook maakt hij veel Bijbelse taferelen in bonte kleuren. Daarnaast experimenteert Rembrandt met etsenHet maken van prenten door op een koperen plaat eerst een waslaag aan te brengen en dan de tekening in de plaat te krassen. Een zure vloeistof vreet vervolgens het koper weg waar de was eraf gekrast is. Zo ontstaan groeven die ingesmeerd worden met inkt. Daarna kan de ets (meerdere keren) worden afgedrukt. en heeft hij vanaf 1629 de beschikking over een eigen etspers. Al in 1627 neemt Rembrandt zelf zijn eerste leerling aan, Gerard Dou.

Waarom verhuist Rembrandt naar Amsterdam?

In Leiden verkoopt Rembrandt maar weinig werk, waarschijnlijk door de hoge prijs die hij voor zijn schilderijen vraagt. Zoals kunsthistoricus Roelof van Straten in zijn artikel Rembrandts Leidse Tijd, 1606-1632 opmerkt, is er van zijn vriend Lievens veel meer werk terug te vinden in Leidse inventarissen. De burgemeester van Leiden in die tijd, Jan Orlers, heeft wel tien schilderijen van Jan Lievens in bezit maar geen enkele van Rembrandt. Volgens Orlers, die over beide schilders biografische teksten schreef (zijn tekst over Lievens is twee keer zo lang als die over Rembrandt), is er in Amsterdam simpelweg meer werk voor Rembrandt. Hij krijgt veel opdrachten uit Amsterdam, een snelgroeiende stad waar de handel bloeit en een nieuwe klasse ontstaat van rijke kooplieden die zich graag willen laten portretteren. In 1632 vestigt Rembrandt zich daarom definitief in Amsterdam. Hij is de eerste jaren volgens Van Straten “min of meer in loondienst” bij Hendrick van Uylenburgh, een Amsterdamse kunsthandelaar die zijn werk al enige jaren verkoopt en een atelier in de stad heeft. De regels van het schildersgilde in Amsterdam bepalen namelijk dat hij zich niet zomaar als zelfstandig kunstenaar in de stad mag vestigen. 

Kunst in de Gouden Eeuw

In de zeventiende eeuw heeft Amsterdam een omvangrijke kunstmarkt. Omstreeks 1650 zijn zo'n 175 kunstschilders in de stad werkzaam. Eeuwige roem verwerven zij niet, maar hun productie is kenmerkend voor de rijkdom en reikwijdte van de 17e-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Aangespoord door de grote vraag van gewone burgers naar eenvoudige schilderijen voor hun woonhuizen proberen overal in de Republiek kunstschilders een eigen plaats op de markt te verwerven. Er is berekend dat in de zeventiende eeuw ruim vijf miljoen schilderijen moeten zijn vervaardigd.

Deel alinea

Een van de opdrachten die Rembrandt in Amsterdam krijgt, komt van een beroemde arts: Nicolaes Tulp. Rembrandt schildert De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp in 1632 in de Waag op de Nieuwmarkt. Het is zijn eerste groepsportret. 

In 1634 wordt Rembrandt dan toch zelfstandig, als lid van het Lucasgilde. In datzelfde jaar trouwt hij met Saskia van Uylenburgh, een nicht van kunsthandelaar Hendrick. Via zijn vrouw komt Rembrandt al snel met de hogere klassen van de bevolking in aanraking. Het is die elite van welgestelde burgers en kunstkenners die Rembrandt bedient, met zijn dure portretten en grote dramatische schilderijen van Bijbelse en mythologische figuren en geschiedenissen. Bovendien leert Rembrandt op commercieel gebied van Hendrick van Uylenburgh: naar diens voorbeeld richt hij ook een atelier op en laat hij de leerlingen die hij in dienst neemt betalen voor hun opleiding. Onder hen zijn kunstenaars als Ferdinand Bol, Govert Flinck en Carel Fabritius die op hun beurt beroemd worden.

Het eind van Rembrandts Leidse periode en het begin van zijn tijd in Amsterdam, met hoogtepunten uit zijn werk als De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp (1632). 

Wat maakt de kunst van Rembrandt zo bijzonder?

Waarmee Rembrandt zich vooral onderscheidt van andere schilders, is zijn manier van kijken en compositie opbouwen. Hij blijft zich afvragen hoe hij zijn onderwerp het best in beeld kan brengen. Röntgenonderzoek naar bijvoorbeeld De Staalmeesters (1662) laat zien dat hij de vijf afgebeelde waardijnen van het Amsterdamse lakengildeDe keurmeesters die de kwaliteit van het 'laken' (een wollen stof die eerst wordt geweven en vervolgens wordt vervilt) beoordeelden.  meerdere keren van positie heeft laten wisselen, voordat hij tevreden was over de compositie. Bovendien is het schilderij dynamisch: een van de heren kijkt op van zijn boek, een ander staat net op van zijn stoel. Alsof de schilder op dat moment de vergaderzaal binnenkomt en iedereen even afgeleid is van wat ze aan het doen zijn. Een groot verschil met de stijve, saaie groepsportretten die meestal het resultaat zijn als dit soort notabelen de opdracht geeft: iedereen wil er even groot op en iedereen wil op de voorgrond.

Deel alinea

Rembrandt - De Staalmeesters (1662) 

Rembrandt is niet per se op zoek naar schoonheid; zijn doel is het zo natuurlijk mogelijk weergeven van menselijke emoties. Een hoogtepunt binnen zijn oeuvre is wat dat betreft Het Joodse bruidjeDie titel is foutief: een negentiende-eeuwse kunsthandelaar zag er een joodse vader in die zijn trouwende dochter een ketting omhangt. Inmiddels is duidelijk dat het twee Bijbelse personages zijn.  (1665-1669). Niet alleen omdat hij de goudkleurige stof van de mouw virtuoos schildert (waarschijnlijk met paletmes), vooral vanwege de intimiteit die dit portret uitdrukt. Ook in zijn huwelijksportret van de Amsterdamse Marten Soolmans en Oopjen Coppit weet hij subtiel de menselijke emotie weer te geven. 

Rembrandt - Portret van een paar als Isaak en Rebekka, beter bekend als Het Joodse Bruidje (1665-1669)

Twee tijdgenoten (waarvan de man misschien Titus, de zoon van Rembrandt is) laten zich door Rembrandt afbeelden als personages uit de Bijbel: Isaäk en Rebekka. Isaäk doet zich volgens het Bijbelverhaal gedwongen voor als de broer van Rebekka. Met het tedere handgebaar en de peinzende blikken maakt Rembrandt duidelijk dat zij eigenlijk geliefden zijn.

We leren steeds meer over de schilderijen van Rembrandt. Taco Dibbits, tegenwoordig directeur van het Rijksmuseum, legt uit dat Het Joodse Bruidje lange tijd verkeerd geïnterpreteerd is. 

Overigens levert Rembrandts waarheidsgetrouwheid en ruwe manier van schilderen hem in zijn eigen tijd juist kritiek op: de heersende kunstopvatting is in de tweede helft van de zeventiende eeuw nog dat kunstenaars moeten streven naar schoonheid en harmonie. Pas een eeuw later, tijdens de romantiek, worden individualistische kunstenaars als Rembrandt meer gewaardeerd.

Deel alinea

Hoe kwam De Nachtwacht tot stand?

Het beroemdste schilderij van Rembrandt is zonder twijfel De Nachtwacht (1639-1642), voluit getiteld (zet u schrap) De compagnie van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren. Rembrandt schildert het doek rond zijn vijfendertigste, het is zijn enige schuttersstukEen groepsportret van de leden van een schuttersgilde. Schuttersgildes zijn in Rembrandts tijd lokale burgerwachten die hun stad of dorp beschermen tegen aanvallen van buitenaf en ook intern de orde bewaren, een soort combinatie tussen de politie en het leger dus. .

Deel alinea

Rembrandt - De Nachtwacht (1642) 

Meestal zijn schuttersstukken – een genre dat alleen in Nederland in de zestiende en zeventiende eeuw wordt beoefend – statische composities waarin de leden keurig in een of twee rechte rijen naast elkaar staan afgebeeld. Zo niet De Nachtwacht: Rembrandt creëert juist veel diepte door de schutters voor, achter en naast elkaar af te beelden, midden in de actie bovendien. Het hoge contrast zorgt voor nog meer beweging, waardoor het doek een momentopname uit een levendige scène lijkt.

Rembrandt maakte van de Nachtwacht (1642) een uniek schuttersportret, vooral door het doek van achteren naar voren op te schilderen. Hoe deed hij dat? 

Deel alinea

Ooit is De Nachtwacht, toch al geen klein doek, zelfs nog een stukje groter. Als het doek in 1715 naar het Paleis op de Dam (dan het stadhuis) wordt verplaatst, moet het tussen twee deuren komen te hangen maar daarvoor is het te groot. De oplossing is simpelweg om een stuk van de linkerkant van het schilderij af te snijden, waarmee onder meer een brugleuning en twee schutters van het doek verdwijnen. Sindsdien meet het schilderij 363 bij 438 centimeter (82 procent van het oorspronkelijke oppervlakte).

Kunstenaar Alfred Eikelenboom pleit voor volledige restauratie van De Nachtwacht. Hij wil het schilderij terugbrengen naar de oorspronkelijke grootte die het vóór 1715 had. Taco Dibbets van het Rijksmuseum ziet dit niet gebeuren. 

Deel alinea

Meerdere verwarde mannen hebben geprobeerd De Nachtwacht te vernielen. Waarschijnlijk mede doordat het zo’n wereldberoemd doek is en aan het hoofd van de eregalerij van het Rijksmuseum hangt, is het een aantrekkelijk doelwit om als kunstvernieler een statement mee te maken. De eerste keer gebeurt dat in 1911. Een man valt het schilderij aan met een schoenmakersmes. Hij is afgekeurd als matroos en wil zich “wreken op het rijk”, blijkt uit een krantenbericht. Het schilderij komt er met lichte beschadigingen vanaf. In 1975 valt opnieuw iemand het doek aan met een mes. Dit keer zijn de gevolgen wel heel ernstig; de restauratie duurt acht maanden.

Beelden van de restauratie van De Nachtwacht, nadat Rembrandts beroemdste schilderij met een mes is toegetakeld. 

In 1990 wordt het schilderij voor de laatste keer aangevallen, nu met zwavelzuur. Dit keer blijft de schade beperkt, met dank aan voorbereide suppoosten die meteen gedestilleerd water op het doek spuiten.

Deel alinea

Waarom is Rembrandt zo moeilijk te vervalsen?

Aangezien Rembrandt de schilderijen van zijn leerlingen soms zelf ondertekent – als een soort keurmerk, vooral om de prijs op te drijven – is het tegenwoordig moeilijk te bepalen wat een echte Rembrandt is en wat niet. Onderzoekers van het Rembrandt Research Project stellen de echtheid van vermeende Rembrandts vast. In Pauw & Witteman vertelt Ernst van de Wetering, de voorzitter van het project, hoe in sommige gevallen een schilderij dat aan een leerling is toegeschreven tóch een Rembrandt blijkt te zijn. 

Een zelfportret dat in 1968 wordt 'afgepakt' van Rembrandt en toegeschreven aan een van zijn leerlingen, blijkt toch van de grote meester zelf te zijn. Maar hoe weten ze dat? 

Soms worden schilderijen van Rembrandts leerlingen dus met die van zichzelf verward. Dat is bijvoorbeeld ook het geval met zijn Zelfportret met halsberg. Lang wordt aangenomen dat het origineel in het Mauritshuis in Den Haag hangt en een kopie in het Germanisches Nationalmuseum in Neurenberg. In 1991 beweert de Duitse kunsthistoricus Claus Grimm dat het precies andersom ligt: volgens hem komt het doek in Neurenberg wat stijl betreft meer overeen met Rembrandts werk dan het doek in Den Haag. Zijn hypothese wordt later bewezen met infraroodtechnologie: op het doek in Den Haag blijkt onder de verf namelijk een ondertekeningEen tekening of schets die op de grondlaag van het schilderij wordt aangebracht, vóór de schilder met het schilderen van het werk begint.  te zitten. Dat zou ongebruikelijk zijn voor Rembrandt, die liever meteen met de kwast een ruwe opzet maakt. 

Rembrandt is naast een briljant schilder dus blijkbaar ook een uitstekend docent, zeker omdat zijn werk tegenwoordig als notoir moeilijk te vervalsen bekendstaat. Misschien toont zich daarin de ware hand van de meester. Volgens meestervervalser Geert Jan Jansen, die onder meer werk van Matisse en Picasso vervalst, is het haast onmogelijk. “Rembrandt is een schilder die op zoveel verschillende manieren met verf omgaat – hij schuurt, hij schaaft, schraapt, tekent met de achterkant van zijn penseel in de natte verf, maakt reliëf op de doeken – dat het lijkt of je met tien of twaalf verschillende kunstenaars te maken hebt. Verbazingwekkend hoe hij dat doet.”

"Rembrandt gaat op zoveel verschillende manieren met verf om, dat het lijkt of je met twaalf verschillende kunstenaars te maken hebt. "

Geert Jan Jansen (meestervervalser)

In het kort:

  • Al rond zijn veertiende wil Rembrandt van Rijn uit Leiden schilder worden. Hij gaat in de leer bij docenten die veel invloeden halen uit de Italiaanse barok.

  • Rembrandt verhuist in 1632 naar Amsterdam omdat daar meer werk voor hem is. De nieuwe klasse van rijke koophandelaren in de bloeiende stad wil zich graag laten portretteren. 

  • Rembrandt onderscheidt zich vooral van andere schilders door zijn manier van kijken en compositie opbouwen. Zijn doel is het zo natuurlijk mogelijk weergeven van menselijke emoties.

  • Het beroemdste schilderij van Rembrandt is zonder twijfel De Nachtwacht (1639-1642), een groot schuttersstuk waarin de schilder al zijn genialiteit laat zien.

  • Tegenwoordig is het soms moeilijk te bepalen wat een echte Rembrandt is, dankzij de kwaliteit van het werk van zijn leerlingen. Voor andere schilders is het bijna onmogelijk zijn manier van schilderen te benaderen.

Deel dit venster

collection

De Canon van Nederland

Aan de hand van historische personen, gebeurtenissen en onderwerpen belicht NPO Focus de vijftig belangrijkste hoogte- en dieptepunten uit de Nederlandse geschiedenis, van de hunebedden tot Annie M.G. Schmidt.