Waarom negen Molukkers een trein kaapten

9 minuten leestijd

© ANP

Waarom negen Molukkers een trein kaapten

Binnenland

Je leest nu

Waarom negen Molukkers een trein kaapten

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 21
  • 7624

Negen gewapende Molukkers vallen op 23 mei 1977 een trein binnen en beginnen een kaping die bijna drie weken duurt. Tegelijkertijd worden 105 kinderen en vijf docenten in een basisschool gegijzeld. Hun motivatie is de strijd voor RMS: een onafhankelijk Molukse republiek. Maar wat heeft Nederland met de Molukken te maken? Waarom gaan de Molukkers over tot geweld? En waarom is de bevrijding van de gegijzelden zo omstreden?

Samengesteld door Niek van Lent

Wat heeft Nederland met de Ambonezen (zo worden Molukkers lang genoemd) te maken? 

Wat heeft Nederland met de Molukken te maken?

Vanaf de zeventiende eeuw veroveren lieden van de VOCDe Verenigde Oostindische Compagnie was een Nederlandse handelsonderneming die van 1602 tot 1799 bestaan heeft en met zijn schepen veel nieuwe specerijen uit het Verre Oosten naar Nederland bracht. Lees meer in het venster Hoe werd de VOC oppermachtig?  eilanden in ‘de Oost’ omdat zij de handel in kruidnagel en nootmuskaat willen domineren. Deze specerijen komen oorspronkelijk alleen in de Molukken voor, een eilandengroep in het oosten van Indonesië. De Nederlandse kolonisten nemen de macht over in de hele Indonesische archipelEen eilandengroep of een gebied met veel eilanden.  en noemen het vanaf 1816 officieel Nederlands-Indië. 

Dit gebied kent een enorme diversiteit: bevolkingsgroepen met verschillende etniciteiten en culturen wonen verspreid over de archipel. De Molukken zijn een eilandengroep binnen de Indonesische archipel. Ook de Molukkers leven volgens diverse culturen en spreken meer dan honderd verschillende talen. 

Indonesië in kaart. Het groen gemarkeerde gedeelte omvat zowel de Noord-Molukken als Zuid-Molukken. 

Deel alinea

Eind negentiende eeuw, na het terugvallen van de specerijenprijzen, gaan veel Molukkers in dienst van het Nederlandse gouvernementHet bestuur in Nederlands-Indië wordt uitgeoefend door het gouvernement, met als hoogste gezaghebbende een gouverneur-generaal. . AmbonezenBewoners van het Molukse eiland Ambon. komen overal in Nederlands-Indië te werken als ambtenaar, onderwijzer, hulppredikantOok wel vicaris genoemd. Dit is de plaatsvervanger van een geestelijke, zoals een bisschop of pastoor in de katholieke kerk. In het protestantisme is het vaak de plaatsvervanger van een dominee. Daarnaast staat de hulppredikant vaak de geestelijke bij in het bestuur. of als militair van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Binnen het KNIL hebben Molukkers lange tijd een bevoorrechte positie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vechten zij mee tegen de Japanners. Ook tijdens de dekolonisatiestrijd daarna, de zogenaamde politionele acties, melden veel jonge Molukkers zich aan bij het KNIL.

Onder druk van de wereldopinie draagt Nederland op 27 december 1949 de soevereiniteit van Nederlands-Indië over aan Indonesië, uitgezonderd van Nederlands Nieuw-Guinea. Indonesië wordt een deelstatenrepubliek. In een Rondetafelconferentie (RTC) probeert Nederland een speciale status te bedingen voor de Zuid-Molukken, als autonome deelstaat, maar dat mislukt. De Molukken moeten zich voegen bij de deelstaat Oost-Indonesië.

"De verenigde staten maakten spoedig plaats voor een eenheidsstaat, waartegen Ambon in opstand kwam."

Vlak na de overdracht van de soevereiniteit maakt president Soekarno, ondanks protesten, van de deelstatenrepubliek een eenheidsstaat. Een aantal Molukkers gaat hier niet mee akkoord. Zij verklaren zich in 1950 onafhankelijk en roepen op het eiland Ambon de Republik Maluku Selatan (RMS, Republiek der Zuid-Molukken) uit. Soekarno begint daarop aan een invasie van Ambon. Het Indonesische leger verovert de gelijknamige hoofdstad en de RMS-regering wijkt uit naar het nabijgelegen eiland Ceram. Vanuit daar start de RMS-regering een guerrillaoorlogTactieken om oorlog te voeren waarbij een klein ongeregeld leger, specifiek gerichte aanslagen pleegt, vaak omdat zij niet voldoende middelen hebben om directe oorlogen te voeren.  onder leiding van Chris SoumokilChris Soumokil is in eerste instantie minister van Buitenlandse Zaken van de RMS en vanaf 3 mei 1950 tot 12 april 1966 president. . Eind 1963 neemt het Indonesische leger Soumokil gevangen, wat het einde betekent van de oorlog. Maar de RMS krijgt een nieuwe president in ballingschap: de in Nederland wonende Johan Manusama.

President Soekarno spreekt het volk toe (1950). 

Hoe komen de Molukkers in Nederland terecht?

De meeste Molukse KNIL-militairen zijn tijdens de proclamatie van RMS nog in andere delen van Indonesië. Zij worden geconcentreerd op Java. Omdat het KNIL wordt opgeheven, krijgen zij de keuze tussen demobilisatiedemobilisatie is het ontwapenen van militairen, totdat het leger weer op vredessterkte is.  of opgaan in het nieuwe Indonesische leger. Sommigen kiezen voor het laatste, anderen willen geen keuze maken. Door de proclamatie van RMS en de daaropvolgende strijd om Ambon en Ceram kunnen de militairen niet meer terug naar de Molukken. Ze willen naar RMS-gebied om mee te vechten of – als dat niet kan – naar Nederlands Nieuw-Guinea. Omdat beide plaatsen voor de Indonesische regering onaanvaardbaar zijn, besluit de Nederlandse regering begin 1951 om de militairen en hun gezinnen met een dienstbevel tijdelijk naar Nederland over te brengen.

Getraumatiseerde Molukkers komen in een getraumatiseerd Nederland terecht. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Twaalf transporten brengen ongeveer 12.500 mensen naar het naoorlogse Nederland. Daar worden de militairen gestript van hun status, wat voor velen een schok is. “Voor mijn vader was dat ook een stukje pijn”, vertelt Frits Sahertian in Andere Tijden. “Wie je bent, je identiteit, is eigenlijk ineens weggenomen.” 

Als 'gewone' burgers worden de Molukkers gehuisvest in kampen, kazernes, kloosters en zelfs de oude concentratiekampen Westerbork en Vught – wederopbouwend Nederland zit na de oorlog met een huisvestingstekort. De regering voorziet de Molukkers van voedsel, kledingbonnen en wat zakgeld (3 gulden per week). De overheid beweert dat het verblijf tijdelijk is. Tegelijkertijd hopen de Molukkers binnen afzienbare tijd terug te kunnen keren naar een onafhankelijke staat.

Deel alinea

Een impressie van woonoord Lunetten in Vught (1989). 

Hoe beginnen de Molukse protesten in Nederland?

Door het ontslag uit militaire dienst en de uitzichtloze situatie in de woonoorden ontstaat er onvrede onder de Molukkers. Na jaren trouwe dienst voelen zij zich als grof vuil aan de kant gezet. Zij worden in hun woonoorden geïsoleerd en niet gestimuleerd te integreren, omdat de Nederlandse overheid erbij blijft dat de Molukkers terug kunnen keren. Werk zoeken wordt ook niet aangemoedigd, hoewel velen toch seizoenswerk verrichten. Met het zakgeld en het aangeleverde eten moeten ze het verder doen. Tegelijkertijd mengt Nederland zich niet in de kwestie tussen Indonesië en de RMS. De onrust op de eilanden woedt voort en de Molukkers kunnen niet terug.

Opstootjes in de kampen
In 1956 escaleert de situatie voor het eerst in Westkapelle. Langzaam dringt het besef door dat terugkeer niet mogelijk is. De overheidszorg verandert daarom in zelfzorg: Molukkers moeten voortaan zelf voor hun eten zorgen en gaan werken. Uit protest stelen de Molukse bewoners gewassen en kippen bij de omliggende boeren. Even later doen ze bij een aantal winkels boodschappen ‘op kosten van de staat’: ze laten een briefje achter waarop staat dat de regering wel even betaalt. De burgemeester antwoordt met harde hand. Het kamp wordt omsingeld en de situatie escaleert snel: er worden schoten gelost en negen inwoners raken gewond.

Als de overheidszorg stopt, gaan veel Molukkers in protest. Zo ook Charles Leatemia, die over de protesten vertelt. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Deel alinea

Vanuit het nieuwe integratiebeleid besluit de regering de woonoorden op te heffen. Voor Molukkers worden speciale woonwijken gebouwd, met de gedachte dat groepsgewijs integreren beter zal werken. Het opheffen van de woonoorden gaat niet zonder slag of stoot. Voor veel Molukkers voelt het als een definitieve breuk met het vaderland en achtergebleven familie, terugkeren is nu uitgesloten. De Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Marechaussee ontruimen de kampen en stuiten op verzet. Er raken aan beide zijdes mensen gewond en er worden veel kampbewoners gearresteerd. Dit zet kwaad bloed bij de Molukkers.

Een heel woonoord wordt in een dag afgebroken. Veel bewoners zitten ineens zonder onderdak. 

De RMS-president Chris Soumokil wordt in 1966 in Indonesië geëxecuteerd. Als reactie hierop gaan Molukkers in Nederland de straat op en stichten zij brand in de Indonesische ambassade in Den Haag.

De gijzeling in Wassenaar
In de jaren zestig volgen protesten elkaar op. Deze verlopen vaak nog vreedzaam, maar als Nederland in 1970 de komst van de Indonesische president Soeharto aankondigt, leidt dat tot onrust. Deze president heeft Soumokil, de president van de RMS en leider van de guerillaoorlog, laten executeren in 1966.

De tweede generatie Molukkers in Nederland breekt met het relatief vreedzame protest van hun ouders: drieëndertig Molukse jongeren bezetten de woning van de Indonesische ambassadeur. Zij schieten een patrouillerende agent dood en gijzelen de mensen in het gebouw. Na ongeveer twaalf uur geven de gijzelnemers zich over, zij hebben een uitstel van Soeharto’s staatsbezoek en publiciteit bewerkstelligd.

De radicalisering begint in Wassenaar. Frits Sahertian, een van de actievoerders die de woning bezet, vertelt over de bezetting. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Met een gebalde vuist in de lucht wordt een gijzelnemer gearresteerd. 

De treinkaping bij Wijster
De radicalisering van de tweede generatie Molukkers zet door. In 1975 komt een trein die door Drenthe rijdt door een ruk aan de noodrem plots tot stilstand bij het dorpje Wijster. De kapers schieten de machinist direct dood en gijzelen de passagiers. Tegelijkertijd bezetten zeven anderen het Indonesische consulaat in Amsterdam. Naast de eis dat Nederland de Zuid-Molukse onafhankelijkheid zal steunen, willen de zeven treinkapers onder meer een reisbus en een geprepareerd vliegtuig om mee te kunnen vluchten.

"Wij [...] verklaren deze actie pas te zullen beëindigen, als wij overtuigd zijn, dat de Nederlandse regering het recht zal doen geschieden."

Gijzelnemers treinkaping bij Wijster

Als de Nederlandse regering niet instemt met deze eisen nemen zij het besluit een passagier te vermoorden. In een moment van onoplettendheid springt deze uit de trein waarna er op hem wordt geschoten. Hij blijft, alsof hij dood is, in een greppel liggen en sprint na een tijdje succesvol weg. Ook in het achterste treinstel weten de passagiers en een conducteur te ontsnappen. Voor twee inzittenden loopt het niet goed af. Zij worden geëxecuteerd en hun lichaam wordt uit de trein gegooid. Ook bij het consulaat valt een dode: een medewerker probeert te vluchten maar wordt neergeschoten, hij overlijdt daarna aan zijn verwondingen. Omdat de regering met onderhandelingen de problemen op wil lossen mogen de mariniers niet ingrijpen. Na onderhandelingen met de RMS-president in ballingschap Johannes Alvarez Manusama en de weduwe van oud-RMS-president Soumokil stoppen de gijzelnemers in de trein de actie na twaalf dagen. De bezetting van het consulaat gaat nog vijf dagen verder. Alle gijzelnemers belanden uiteindelijk in de gevangenis.

Gijzelingspoging van de koningin

In 1975 pogen Molukkers een gijzeling van Koningin Juliana. Het plan is om met een vrachtwagen door de poort van Paleis Soestdijk te rammen om haar vervolgens met bijna veertig man te gijzelen.

Door een tip worden de bestuurders, in een auto met wapens en munitie, eerder al aangehouden. Bovendien was Koningin Juliana op vakantie in Italië.

Wat gebeurt er bij De Punt en in de basisschool Bovensmilde?

Op de maandagmorgen van 23 mei 1977 wordt een intercity nabij spoorwegovergang De Punt gekaapt door negen Molukkers. Zij vallen gewapend de trein binnen en gijzelen de passagiers. Veertig inzittenden, de hoofdconducteur en de machinist mogen de trein nog verlaten. Vierenvijftig mensen zitten in de trein gevangen.

Diezelfde morgen vallen vier gewapende Zuid-Molukse jongeren een basisschool in Bovensmilde binnen. Zij gijzelen 105 kinderen en vijf leraren. Wederom eisen de kapers en gijzelnemers steun en publiciteit voor RMS. Deze keer eisen zij ook dat de ‘politieke gevangenen’, van vorige acties, vrij worden gelaten. Zij dreigen zelfs de basisschool op te blazen als er niet aan de eisen wordt voldaan. 

Deel alinea

Een luchtfoto van de trein op de eerste dag van de kaping. 

Het demissionaire kabinet-den Uyl vormt een crisisteam, met onder meer premier Den Uyl, minister van Justitie Van Agt en minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman. Dries van Agt is vanaf het begin voor hard ingrijpen, de anderen willen onderhandelen. Het bevrijden van de kinderen heeft duidelijk de prioriteit, daarna richt de regering zich intensiever op de treinkaping. Beelden op televisie van kinderen die uit hem raam hangen en “Van Agt, wij willen leven” roepen, bevestigen nogmaals de ernst van de zaak.

Na een aantal dagen worden een hoop kinderen ziek. Een van de gegijzelde docenten vertelt de gijzelnemers dat het om een besmettelijke hersenvliesontsteking gaat – wetende dat dit onzin is. Daarop besluiten de gijzelnemers de kinderen en een zieke docent te laten gaan, de andere docenten worden wel nog vastgehouden. Als de kinderen eenmaal onderzocht zijn, blijkt het ‘slechts’ de bof. Ook bij De Punt mogen twee zwangere vrouwen en een zieke gegijzelde de trein tussendoor verlaten.

Een van de kinderen vertelt hoe de gijzeling is verlopen. 

In totaal wordt er bijna drie weken onderhandeld met de Molukkers. Dan besluit de regering toch hardhandig in te grijpen. Op de morgen van 11 juni beuken pantserwagens op drie punten de school binnen, waarna de gijzelnemers zich zonder verzet overgeven.

De school in puin na de bevrijding met pantserwagens. 

Bij De Punt gaat dat heel anders. Met afluisterapparatuur en warmtebeelden zijn de locaties van de gijzelnemers in de trein, die een strak patroon blijken te volgen, zo goed mogelijk bepaald. Zes Starfighter-gevechtsvliegtuigen vliegen laag over de trein met een oorverdovend kabaal om verwarring te zaaien. Naast de trein wordt met explosieven het inslaan van vliegtuigbommen gesimuleerd om dit te versterken. Bijgestaan door precisieschutters naderen mariniers de trein. Specifieke plekken, zoals de kop van de trein, worden van buitenaf doorzeefd. De mariniers vallen de trein binnen en schakelen de kapers uit. De hele actie duurt iets meer dan tien minuten. Zes van de kapers en twee passagiers komen daarbij om het leven.

Beelden van de beëindiging van de kaping tonen de overvliegende Starfighters en het zware geschut van de mariniers. De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Treinkaping De Punt, gewelddadige bevrijding of executie?

Het is nog altijd onduidelijk wat zich precies in die trein heeft afgespeeld. Reacties heen en weer spreken elkaar tegen. Meerdere oud-mariniers stellen dat iemand van de Nederlandse regering tijdens de briefing de wens uit heeft gesproken dat geen van de kapers de bevrijding mag overleven. Maar er zijn ook mariniers die dit tegen spreken, een van hen doet dit af als “absolute onzin”. In juli 2018 presenteert oud-marinier Ingo Piepers op eigen initiatief een onderzoek waarmee hij onderschrijft dat de mariniers de opdracht hebben gekregen om de kapers te doden.

Van Agt heeft altijd ontkend dat de mariniers aan de bevrijding zijn begonnen met de opdracht de kapers te doden. Hij stelt dat het de opdracht was de kapers "uit te schakelen". Oud-premier Den Uyl spreekt tien jaar na de gebeurtenis van een executie: “Het was een executie, van mensen in overtreding, maar het blijft een executie.” Ministers Opstelten en Hennis concluderen in 2014, na nader archiefonderzoek, dat het ingrijpen niet “onzorgvuldig, onvolledig of onjuist is geweest”. Wel stellen zij dat een mededeling uit het rapport uit 1977 onjuist is: “De mededeling dat er in de trein niet is geschoten op gijzelnemers die zich niet met een vuurwapen verzetten.”

Volgens een marinier zou het de wens van de regering zijn, dat de kapers de bevrijding van de trein niet zouden overleven. 

Deel alinea

Rechtszaak
Nabestaanden van kapers Max Papilaja en Hansina Uktolseja klagen in 2015 de Nederlandse Staat aan (de mariniers kunnen wegens verjaring niet aangeklaagd worden) omdat er ook volgens hen voldoende bewijs is dat sommige kapers, terwijl zij al zwaargewond en weerloos zijn, van dichtbij zijn geëxecuteerd. Meerdere onthullingen ondersteunen dit idee. Een onthulde geheime nota toont in 2013 aan dat er in totaal 140 verwondingen zijn bij de kapers, terwijl Van Agt na de bevrijding stelt dat de kapers niet zijn omgekomen door “een regen van kogels”. Autopsierapporten tonen aan dat sommige kapers van dichtbij zijn doodgeschoten, bij de vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja zijn bovendien geen wapens in de buurt gevonden. Ook is er gebruik gemaakt van officieel verboden hollow-point munitie.Een kogel die meer schade toedoet doordat die fragmenteert of uitzet bij het raken van een lichaam.

Van Agt stelt dat er geen sprake is van wens voor executie: "Het kan niet waar zijn". De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl.

Tijdens het proces worden de geheim gebleven transcripties van een geluidsband van de bevrijding beluisterd. De woorden van sommige mariniers zijn confronterend. Zo spreken zij van twee kapers die zijn "kapotgeschoten" en daarnaast valt het woord "genadeschot". Volgens een woordvoerder van het ministerie van Defensie blijkt uit deze opnames niet dat er onrechtmatig is opgetreden. Omdat de transcripties wegens slechte kwaliteit onvolledig zijn en de uitspraken tijdens een levensbedreigende situatie zijn gemaakt is het moeilijk er conclusies uit te trekken. De advocaat van de nabestaanden claimt dat "de stelling dat er sprake is geweest van executies dicht bij de waarheid zit".  

De mariniers die zijn verhoord geven ook geen uitsluitsel. Hun verklaringen zijn soms ook tegenstrijdig: meerdere mariniers stellen bijvoorbeeld als eerste de trein binnen te zijn gegaan. De ene marinier claimt niks meer te herinneren, en de ander stelt weer dat de geweldsinstructie duidelijk was: “Ik had ook liever gehad dat ze allemaal geboeid op de rails lagen.”

In december 2017 krijgt de rechtszaak een nieuwe strafrechtelijke wending. De advocate van de nabestaanden doet aangifte tegen het ministerie van Defensie. Ze beweert dat verschillende ambtenaren hebben geprobeerd om de getuigenissen van de mariniers te beïnvloeden. 

Ik denk dat de mariniers in opdracht van de regering de kapers hebben geëxecuteerd.

75%
25%

Onvoldoende bewijs
De uitspraak volgt in juli 2018: de Nederlandse Staat is niet aansprakelijk voor de dood van de Molukse treinkapers, omdat er volgens de rechter onvoldoende bewijs is dat de mariniers de instructie hebben gekregen om de kapers te doden tijdens het beëindigen van de treinkaping bij De Punt. De rechter vindt het achteraf onjuist dat de mariniers geweld hebben gebruikt, maar wijst erop dat ze hebben gehandeld "in the heat of the moment" en ziet hun keuze als "oprecht" en daarom "verschoonbaar". 

Twee Molukkers voor het Paleis van Justitie tijdens de rechtszaak over treinkaping De Punt. 

In het kort

  • De Molukken zijn een eilandengroep in Indonesië. Veel Molukkers vechten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Nederland verliest die onafhankelijkheidsstrijd en draagt de soevereiniteit van de Molukken aan Indonesië over.

  • De Zuid-Molukken proclameren een onafhankelijke staat, waar Indonesië het niet mee eens is. Door die politieke situatie kan een aantal Molukse militairen niet terug naar huis. 12.500 militairen en hun gezinnen worden met een dienstbevel naar Nederland gebracht en gehuisvest in kampen.

  • De bedoeling is dat het verblijf in Nederland tijdelijk is, maar als dit niet mogelijk blijkt, wordt overheidssteun aan de Molukse ex-militairen geleidelijk stopgezet en moeten zij integreren. Veel Molukkers zijn kwaad dat zij niet terug kunnen keren.

  • Terwijl de eerste generatie nog relatief vreedzaam demonstreert, protesteren hun kinderen gewapenderhand. Voor het incident bij De Punt worden al een ambassade en een consulaat bezet. Ook wordt er al eerder een trein gekaapt. Hierbij vallen doden.

  • De treinkaping bij de Punt in 1977 wordt door de overheid hardhandig beëindigd. De trein wordt doorzeefd met kogels en zes kapers en twee passagiers komen om het leven.

  • Nabestaanden klagen in 2015 de Nederlandse Staat aan vanwege aansprakelijkheid voor de dood van de kapers. De rechter oordeelt in juli 2018 dat er onvoldoende bewijs is dat de staat expliciet de opdracht heeft gegeven om de kapers te doden en dat het geweld van de mariniers achteraf gezien onjuist is, maar verschoonbaar omdat ze oprecht hebben gehandeld "in the heat of the moment"

Deel dit venster