Jenever en cabaret: het verborgen verleden van Dieuwertje Blok

5 minuten leestijd

© NTR

Jenever en cabaret: het verborgen verleden van Dieuwertje Blok

Personen

Je leest nu

Jenever en cabaret: het verborgen verleden van Dieuwertje Blok

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 16
  • 3115

De moeder van presentatrice Dieuwertje Blok heeft een Joodse achtergrond. Wat is daarvan nog te achterhalen? Haar oma is de Joodse Saartje Canes, beter bekend als de zangeres en cabaretière Stella Fontaine. Wie was zij? En hoever gaat de Schiedamse tak van haar vader terug? Dieuwertje ontdekt meer over haar stamboom via de grootste industrie van deze stad: de jeneverstokerij.

Samengesteld door Anne Verwaaij - Verborgen verleden

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl


Copyright: NTR

Het cabaret van Stella Fontaine

De oma van Dieuwertje Blok wordt in 1889 geboren in een straatarm gezin. Haar ouders verdienen hun geld met een eigen viswinkel in de Jodenhouttuinen, een straat in een Amsterdamse sloppenwijk.

In de Jodenhouttuinen wonen veel arme Asjkenazische JodenAsjkenazische Joden vormen een groep binnen het jodendom die haar oorsprong vindt in Oost-Europa. Hun tegenhanger zijn de Sefardische Joden, een andere groep binnen het jodendom uit Zuid-Europa.  dicht op elkaar in verkrotte huizen. De bevolkingsdichtheid is zeven keer groter dan in de rest van Amsterdam. Veel arme families hebben vaak niet meer dan één kamer en geen eigen sanitair. Uit een bevolkingsonderzoek in 1896 blijkt dat ongeveer een derde van de bewoners lijdt aan een besmettelijke ziekte.

© Jacob Olie, Publiek Domein

Jodenhouttuinen in 1902

Debuut
De theaterwereld is voor Dieuwertjes oma, vanwege haar achtergrond, helemaal geen logische stap. Ze zingt graag, maar verdient haar geld als kousenbreister. Tijdens feestavonden en bruiloften in de buurt staat de Joodse Saartje Canes wel regelmatig op het podium.

In 1913 hoort een ver familielid, de humorist Louis Contran, Saartje zingen tijdens een van deze feestavonden. Hij spoort haar aan om de Nederlandse theaterwereld in te gaan. Daarvoor moet ze wel eerst haar naam veranderen. Contran bedenkt de naam Stella Fontaine: een verwijzing naar het Latijnse woord voor ‘ster’, sjieker en meer geschikt voor de showwereld dan het Joodse Saartje Canes.

Stella Fontaine maakt vlak voor de Eerste Wereldoorlog haar debuut, in eerste instantie met weinig succes. Wanneer ze meegaat op tournee met de humorist Contran verandert dat. In de kleedkamer blijkt ze bovendien over nog meer talenten te beschikken: ze kan steengoed beroemde collega’s imiteren. Ze is de eerste cabaretière die hiervan haar specialiteit maakt. 

Deel alinea

© Theo Bakker

Eduard Jacobs: de eerste Nederlandse caberatier

Het eerste Nederlandse cabaret
Cabaret staat in de jaren tien nog in de kinderschoenen. In 1895 introduceert de Joodse muzikant Eduard Jacobs deze nieuwe kunstvorm in Amsterdam. Op het podium van een nachtclub in de Pijp vindt hij zijn eerste publiek.

De Rotterdamse tegenhanger van Jacobs is Koos Speenhoff. Vanaf 1902 treedt hij op met Nederlandse liedjes waarin hij sociale en politieke kwesties aankaart op humoristische wijze. Hij begint zijn carrière in het Rotterdamse Circus, het Carré van de Maasstad.

Optreden van Koos en Cees Speenhoff ter ere van hun jubileum.

Dieuwertjes oma onthoudt zich als cabaretière ook niet van politieke uitingen: terwijl de Eerste Wereldoorlog woedt in Frankrijk roept ze na haar optreden “vive la France”. In haar tijd is cabaret bovendien al uitgegroeid tot een populaire vorm van entertainment. Stella treedt op in het Rotterdamse Casino tussen verschillende cabaretgrootheden, waaronder de grondlegger van de Nederlandse kleinkunst: Jean-Louis Pissuise.

Audiofragment

Mensch durf te leven - Jean-Louis Pissuise
1917 (3:20 min)

Antisemitisme
In 1918 trouwt Stella Fontaine met de Amsterdamse vleeshandelaar Salomon Gazan, vijf jaar later wordt hun dochter - de moeder van Dieuwertje Blok - geboren. Haar huwelijk en dochter zijn voor Stella geen reden om te stoppen met optreden. Ze staat in grote zalen als het cabaret La Gaîté en het theater Tuschinski.

"In Nederland roept de pers op tot een boycot van Stella Fontaine, omdat ze in Hitlers Duitsland gaat werken."

In 1934 waagt ze zich aan verschillende voorstellingen in de Duitse stad Dortmund, maar dat blijkt een foute keuze. In Nederland roept de pers op tot een boycot van Stella Fontaine, omdat ze in Hitlers Duitsland gaat werken. Andersom krijgt ze in Duitsland te maken met antisemitisme. De schouwburgdirecteur verwijt haar dat ze te veel Joden heeft meegenomen en ze wordt geschoffeerd.

Eenmaal terug in Nederland treedt Stella veel op voor Joods-Duitse vluchtelingen en Joodse blinden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vindt ze met haar gezin een betrouwbaar onderduikadres, maar haar vader, vier broers en een zus overleven de oorlog niet.

Stella Fontaine tussen andere bekende Nederlandse artiesten in 1962

Cabaret op tv
Na de oorlog treedt Stella Fontaine meteen weer op tijdens de bevrijdingsfeesten, samen met haar dochter. Vier jaar later neemt ze officieel afscheid van het podium. Toch zingt ze nog sporadisch. Cabaret is inmiddels ook prominent aanwezig op het nieuwe medium televisie. Samen met bekende revueartiesten, waaronder Harry Boda, treedt ze in 1962 nog een keer op in dit VPRO-programma.

In het tv-programma is al te zien dat Stella niet meer goed ter been is. Het Vrije Volk meldt in 1965 dat ze nog wel “helder van geest en goed gemutst is.” Een jaar later overlijdt ze op 77-jarige leeftijd.

© Fotocollectie Anefo

Stella Fontaine in 1962

De goudmijn van Schiedam

De Schiedamse Jacob van der Schalk is een directe voorouder van Dieuwertje Blok via haar oma Van der Schalk, de moeder van haar vader. Jacob van der Schalk leeft tussen 1744 en 1808 en verdient zijn geld als geneesheer, daarnaast bezit hij meerdere jeneverbranderijen.

De jenevergeschiedenis van Schiedam gaat nog verder terug dan het einde van de achttiende eeuw. Al in de Gouden Eeuw komen Hollandse jeneverstokerijen echt tot bloei. Vooral de in havensteden vinden ze een grote markt waardoor je in steden als Rotterdam en Amsterdam dan al veel branderijen vindt.

Maar aan het stoken van jenever zit ook een groot nadeel: het stinkt. Langzaam maar zeker vertrekken de branderijen daarom weg uit de grote havensteden, naar nabij liggende gemeentes. Zo verhuizen veel jeneverstokers van Rotterdam naar Schiedam. In die stad zijn ze zeer welkom, want het gaat op dat moment slecht met de economie door de teloorgang van de visvangst.

Fragment uit een korte film over Schiedam.


Copyright: Beeld en Geluid

Zwart Nazareth
Na de Gouden Eeuw blijft de jeneverindustrie in Schiedam groeien. Twee eeuwen later staan in de stad ruim vierhonderd stokerijen. Vaak zijn het kleine bedrijfjes met drie werknemers: een meesterknecht, brandersknecht en pomper die zeven dagen in de week het fysiek zware werk verrichten.

De omstandigheden waarin deze jeneverstokers in de negentiende eeuw leven, zijn bar slecht. De meeste van deze mannen in Schiedam zijn arme brandersknechten die met hun gezinnen in verkrotte eenkamerwoningen leven. Alcoholisme, open riolen en epidemieën zijn veelvoorkomende problemen.

In de negentiende eeuw krijgt Schiedam de bijnaam ‘Zwart Nazareth’, te danken aan de enorme roetuitstoot van de stokerijen waardoor permanent donkere wolken boven de stad hangen. Nazareth verwijst vermoedelijk naar de Belgische streek met deze naam, waar destijds ook veel jeneverstokerijen zitten.

Deel alinea

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl


Copyright: NTR

Familiefortuin
De voorouders van Dieuwertje Blok staan aan de andere zijde van de geschiedenis. Zij verdienen in de loop van de negentiende eeuw een familiefortuin met hun jeneverbranderijen. Vanaf 1794 tot 1941 woont de familie Van der Schalk in een riant herenhuis middenin Schiedam.

De twintigste eeuw luidt het einde in voor veel jeneverstokerijen in Schiedam. De traditionele manier van stoken is steeds minder rendabel, waardoor er in al in 1920 nog maar veertien stokerijen over zijn.

In het kort

  • De zangeres en cabaretière Stella Fontaine breekt door in de jaren tien en komt uit een zeer arm Joods milieu. Haar oorspronkelijke naam is Saartje Canes.

  • Omstreeks 1900 wonen veel Askjenasische Joden in erbarmelijke omstandigheden in Amsterdamse sloppenwijken, zoals de Jodenhouttuinen.

  • De eerste Nederlandse cabaretier is de Joodse Eduard Jacob die in 1895 deze kunstvorm introduceert in een nachtclub in de Amsterdamse Pijp.

  • In de Gouden Eeuw komen de Hollandse jeneverstokerijen tot bloei, waaronder in Schiedam.

  • In de negentiende eeuw krijgt Schiedam de bijnaam ‘Zwart Nazareth’ vanwege de grote jeneverindustrie die veel roet uitstoot over de stad, waar het leven voor veel jeneverstokers erg slecht is.

  • De negentiende eeuw is de absolute bloeiperiode van de jeneverstokerijen in Schiedam, daarna neemt het aantal kleine branderijen in rap tempo af, omdat ze niet langer rendabel zijn.

Deel dit venster

collection

Verborgen verleden

Bekende Nederlanders gaan in het tv-programma Verborgen verleden op zoek naar hun familiegeschiedenis. De voorouders die zij in hun stamboom tegenkomen, hebben ieder een eigen verhaal dat vaak deel uit maakt van de geschiedenis van ons allemaal.