Hoe ontwikkelt de landbouw zich?

9 minuten leestijd

Hoe ontwikkelt de landbouw zich?

Dna

Je leest nu

Hoe ontwikkelt de landbouw zich?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 11
  • 1252
Bekijk de collectie Aardrijkskunde32 verhalen
Bekijk de collectie Bètacanon30 verhalen

In de loop der eeuwen ontdekken we nieuwe en betere gewassen en teelmethoden, maar het groeiende landbouwgebied gaat wel ten koste van de natuur. Hoe ontwikkelt de landbouw zich?

Samengesteld door Willemien Groot

Waaraan hebben we landbouw te danken?

Tot zo'n 12.000 jaar geleden leven de jagers/verzamelaars op aarde. Ze blijven maar korte tijd op een vaste plek. Als het voedsel op is, trekken ze verder. Op plaatsen waar de bodem vruchtbaar is, blijkt een permanente vestigingsplaats efficiënter. In het Midden-Oosten, in delen van Azië en Midden-Amerika ontstaan de eerste landbouwgemeenschappen. Boeren bedenken gereedschappen om de grond te bewerken en leren voorraden aan te leggen voor de winter. Al snel ontstaat de eerste lokale en regionale handel in producten.

Louise Fresco bezoekt in de vlakte tussen de Eufraat en de Tigris een gebied waar de allereerste landbouw is ontstaan.

Deel alinea

Gewassen verspreiden zich door de eeuwen heen over de wereld door ontdekkingsreizen en handelsroutes. Denk maar aan de aardappel. De Inca's in Peru kennen het gewas al duizenden jaren. In de zestiende eeuw nemen Spaanse veroveraars de plant mee naar Europa, waar lokale boeren aardappels gaan verbouwen. Het gewas groeit op arme gronden en verbruikt weinig water. In nieuw ontdekte gebieden leggen de Europeanen ook de eerste plantages aan met handelsgewassen als suiker, tabak, cacao en katoen. De industriële revolutie in de negentiende eeuw vervangt de handarbeid en het gebruik van trekdieren als paarden, ossen en ezels. Stoommachines en een eeuw later de uitvinding van de dieselmotor maken de landbouw vele malen efficiënter. In de jaren zestig van de vorige eeuw krijgt de Nederlandse glastuinbouw een flinke duw in de rug door goedkoop gas uit Groningen. Tuinders verwarmen hun kassen en kunnen hierdoor in de winter nog zomergewassen op de markt brengen.

Wat is veredeling?

De allereerste boeren leren al snel de beste zaden en jonge planten als zaai- en pootgoed te bewaren. Die selecteren ze op basis van een hoge opbrengst en omdat ze goed zijn aangepast aan hun omgeving. Dit vergroot de kans op een goede oogst in het volgende seizoen. Zo ontstaan zogenoemde ‘gedomesticeerde’ varianten van wilde granen, vruchten en bonen. Instinctief zijn deze boeren al bezig met gewasveredeling.

Boeren zijn altijd al bezig met veredeling, het selecteren van de beste zaden om zo efficiënt mogelijk te produceren.

De Oostenrijkse monnik Gregor Mendel experimenteert halverwege de negentiende eeuw met erwtenplanten. Jarenlang kruist hij planten met verschillende kenmerken, zoals de vorm van de erwt en de peul. Hij houdt heel precies bij welke eigenschappen aan de volgende generaties worden doorgegeven. Uiteindelijk kan Mendel precies voorspellen hoe de nakomelingen van een bepaalde kruising eruit zien. Daarom staat Mendel ook wel bekend als de vader van de geneticaGenetica heet ook wel erfelijkheidsonderzoek. Genen bepalen de kenmerken van een mens, een dier of plant, zoals de kleur van je ogen of de vorm van een boomblad. Daarom heten deze kenmerken erfelijke eigenschappen. Ze zijn voor de helft afkomstig van de moeder en voor de helft afkomstig van de vader. Ook andere eigenschappen zoals lengte of bepaalde ziekten zijn erfelijk. Maar het hangt van verschillende factoren af of je erfelijke aanleg (genotype) ook echt tot uiting komt (fenotype). Chronische ondervoeding zorgt er bijvoorbeeld voor dat de erfelijke aanleg voor een lichaamslengte van 1.98 meter niet of minder tot uiting komt.
. Tijdens zijn leven is niemand erg onder de indruk van het onderzoek. Pas rond 1900 beseft de wetenschap hoe baanbrekend het onderzoek van de monnik is. Zijn ontdekking heeft grote gevolgen voor de variëteit van landbouwgewassen. Doelbewuste veredeling, om een vrucht lekkerder of aantrekkelijker te maken, is dan een kleine stap. Bijvoorbeeld een zoetere sinaasappel of cherrytomaatjes. Of, door onze groeiende kennis van de genetische kaart van producten, groenten en fruit die langer houdbaar zijn, of bestand tegen ziekten. De ontwikkeling van zo'n nieuw product gaat stapje voor stapje. Gemiddeld duurt het zo'n tien jaar voordat het op de markt komt.

De Oostenrijkse Gregor Mendel is pionier in de plantengenetica. Hij experimenteert met planten om genetische kenmerken te kunnen voorspellen.

Wat is de Groene Revolutie?

Boeren willen zo efficiënt mogelijk werken met de hoogst mogelijke opbrengst. Al in de negentiende eeuw beperken boerenbedrijven zich tot de teelt van één bepaald gewas. Dit heet monocultuur. Monocultuur levert in goede tijden een hoge opbrengst op en daarmee veel inkomsten. Maar die werkwijze brengt ook risico's met zich mee. De bodem raakt sneller uitgeput en een boerenbedrijf is gevoelig voor plantenziekten en plaagdieren. Een schimmel of een slakkeninvasie kan de hele oogst verwoesten. Daarom breekt monocultuur pas echt door na de introductie van kunstmest en pesticiden in de jaren zestig van de vorige eeuw. De opbrengsten per hectare schieten omhoog.

Deel alinea

Pesticiden, kunstmest en de professionalisering van gewasveredeling zorgen voor een ommekeer die bekend staat als De Groene Revolutie. Aan de wieg hiervan staat de Amerikaanse wetenschapper Norman Borlaug. Borlaug is gespecialiseerd in gewasveredeling en richt zijn onderzoek op hogere opbrengsten van tarwe en rijst. Die kennis brengt hij samen met efficiënt gebruik van kunstmest en pesticiden naar onder meer Mexico, India en China. Aziatische landen, waar regelmatig hongersnoden zijn als gevolg van voedseltekorten, worden zelfvoorzienend. Zij kunnen hun eigen bevolking voeden en houden zelfs voldoende opbrengsten over voor de export. Voor zijn inspanningen krijgt Norman Borlaug in 1970 de Nobelprijs voor de Vrede.

Het werk van Norman Borlaug stond aan de basis van de Groene Revolutie. Volgens sommigen zou er nu opnieuw een tweede Groene Revolutie nodig zijn om iedereen te voorzien van genoeg voedsel.

Wat zijn de voordelen van intensieve landbouw?

Voor Nederland geldt dat intensieve landbouw en internationale handel ervoor zorgen dat we een grote voedselzekerheid hebben. Er zijn geen voedseltekorten meer. Zelfs in de winter liggen de supermarkten vol groenten en fruit. Een schrijnend contrast met de negentiende eeuw (1845-1850) als in een aantal Europese landen, waaronder Nederland en Ierland, in opeenvolgende jaren de aardappeloogst mislukt. In verschillende Nederlandse steden breekt oproer uit. In Ierland sterven ruim een miljoen mensen als gevolg van de hongersnood.

Ierland wordt in de negentiende eeuw getroffen door een ernstige hongersnood. Veel Ieren overlijden en diegenen die blijven leven, overwegen om te emigreren naar Canada en Amerika.

Deel alinea

De helft van het oppervlak van Nederland is tegenwoordig in gebruik als landbouwgrond. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld. Als je landbouwmachines en meststoffen meetelt, bedraagt de export 90 miljard euro. Dit is 21 procent van de totale Nederlandse goederenexport, blijkt uit cijfers van het CBS. Hoewel het aantal boerenbedrijven afneemt, stijgt de productiviteit. Dit komt door schaalvergroting en  mechanisering van de landbouw. In de jaren vijftig draait de Nederlandse landbouw op landarbeiders in dienst bij kleine boerenbedrijven van zo'n zes hectare. Moderne agrarische bedrijven zijn vrijwel volledig gemechaniseerd en zo'n 30 hectare groot.

Goedkoop eten

Ondanks de prijsstijgingen van de afgelopen jaren is voedsel in Nederland relatief goedkoop. Volgens het Nibud besteedt een gezin van vier personen gemiddeld 450 euro per maand aan voedingsmiddelen.

Wat zijn de nadelen van intensieve landbouw?

In Nederland heeft de intensieve landbouw gevolgen voor de bodemkwaliteit en de natuur. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) becijfert ieder jaar de milieudruk. In 2017 schrijft het PBL in haar verslag dat die milieudruk groot blijft. De landbouw is verantwoordelijk voor 85 procent van de ammoniakuitstootAmmoniak is een belangrijke voedingsstof voor planten. Het zit in gewone dierlijke mest en kunstmest. Een te veel aan ammoniak leidt tot bodemverzuring en aantasting van het grondwater. Ongeveer 90 procent van de ammoniak in het milieu is afkomstig van de veehouderij. Om dit te voorkomen injecteren boeren de mest in de bodem. In 2030 moet de ammoniakuitstoot in de veehouderij met bijna 10 procent zijn gedaald.
 in Nederland. De glastuinbouw verbruikt veel stroom en gas, voor verlichting en verwarming van de kassen. Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot in de landbouw komt voor rekening van de glastuinders. Het oppervlaktewater raakt vervuild door kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Volgens hoogleraar natuurbeheer Frank Berendse is het boerenland eigenlijk een dood landschap, waar talloze insecten- en vogelsoorten zijn verdwenen. In 2017 presenteerden Nederlandse en Duitse onderzoekers een rapport waaruit bleek dat driekwart van de insecten in beschermde Duitse natuurgebieden is verdwenen. 

75% van de insecten in Duitse natuurgebieden is verdwenen, blijkt uit onderzoek uit 2017.

“Sommige mensen zeggen al jaren dat er minder insecten op hun voorruit zitten, of dat ze er minder zien vliegen in het licht van lantarenpalen,” zegt projectleider Hans de Kroon, hoogleraar plantenecologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, in een interview met NRC. De oorzaak van de spectaculaire afname is nog onduidelijk. Maar De Kroon sluit niet uit dat insecticiden tot de boosdoeners behoren. 

Deel alinea
"Sommige mensen zeggen al jaren dat er minder insecten op hun voorruit zitten"

De focus op efficiëntie en opbrengst leidt tot ook tot soortenverlies. Tuinders kweken liever een appelras dat veel opbrengt dan zestien verschillende soorten die de diversiteit waarborgen. Kwekerijen zijn daardoor kwetsbaarder voor insectenplagen of ziekten. Om hier iets aan te doen, hebben verschillende kwekerijen zich gespecialiseerd in die vergeten groenten en fruit. De bijzondere appel- en pruimenrassen, of alternatieven voor de aardappel vind je tegenwoordig weer in luxere restaurants.

Biologische landbouw, zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen, geldt als een duurzaam alternatief. Maar ook dieren in die sector produceren mest. Bovendien blijkt uit onderzoek dat het huidige landoppervlak biologische landbouw onvoldoende oplevert om de groeiende wereldbevolking te voeden. Daarvoor is tot ruim 30 procent meer landoppervlak nodig voor landbouw.

Wat is genetische modificatie?

Genetische modificatie of gmo wordt gezien als een van de oplossingen om de opbrengst per hectare te verhogen, omdat planten hiermee bijvoorbeeld weerbaar kunnen worden gemaakt tegen ziektes. Genetische modificatie is een verandering van de genetische structuur van een organisme die in de natuur niet mogelijk is. Wetenschappers kunnen een gen van een organisme 'uitzetten', of een gen toevoegen dat afkomstig is van een hele andere soort (transgenese). Gmo kan ook betekenen dat er bepaalde genen worden toegevoegd die van nature wel in de soort voorkomen (cisgenese). In dit geval versnelt genetische modificatie een procesDe universiteit van Wageningen (WUR) gebruikt gmo (cisgenese, in dit geval) bijvoorbeeld om genen uit wilde aardappelen te halen en toe te voegen aan consumptieaardappelen. Hierdoor kunnen die weerbaar gemaakt worden tegen de aardappelziekte phytophthora. Dit is efficiënter dan veredeling, omdat alleen het gewilde gen wordt toegevoegd, legt de WUR uit op haar site. Bij veredeling komen ook allerlei ongewenste eigenschappen van wilde aardappelen mee. “Het proces om via kruisingen die ongewilde eigenschappen weer kwijt te raken kost tientallen jaren.”
dat met veredeling generaties lang zou duren. Gmo is dus iets anders dan de zaadveredeling waarmee Gregor Mendel al in de negentiende eeuw experimenteerde, omdat het dna van een plant of dier direct wordt aangepast.

Moleculair bioloog Hidde Boersma legt uit wat het verschil is tussen genetische modificatie (gentech) en ‘reguliere veredeling’.

Deel alinea

In de Europese Unie zijn alle typen genetische modificatie nog vrij zeldzaam en aan strenge regels gebonden. In de Verenigde Staten is de methode algemeen geaccepteerd. Vrijwel alle Amerikaanse katoen, maïs en soja is genetisch gemodificeerd. Voornamelijk om ze resistent te maken tegen bestrijdingsmiddelen en insecten. Genetische modificatie wordt ook gebruikt om de voedingswaarde van een gewas te verhogen. Golden Rice, een gmo-variant van gewone rijst, bevat veel vitamine A. In de jaren negentig is het gewas ontwikkeld om vitamine A-tekortEen tekort aan vitamine A veroorzaakt op den duur blindheid. Ieder jaar worden miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden blind door ondervoeding. Golden Rice is ontwikkeld om dit tekort te voorkomen.
 bij kinderen in ontwikkelingslanden te voorkomen. Sinds dit jaar ligt in de VS voor het eerst een genetisch gemodificeerde appel in de schappen. De Arctic Apple van het Amerikaanse bedrijf Okanagan Specialty Fruit heeft vruchtvlees dat niet verkleurt. Volgens het bedrijf draagt de aanpassing bij aan vermindering van voedselverspilling. Consumenten gooien appels met een bruin plekje namelijk vaak weg.

Genetische modificatie is omstreden. Milieu-organisaties zeggen dat gmo-gewassen zich ongewenst vermengen met niet-gemodificeerde gewassen. Bovendien is volgens hen het effect op de gezondheid onduidelijk. In onderzoek van de Amerikaanse National Academy of Sciences is voor die claims geen sluitend bewijs gevonden. Aan de andere kant is gmo ook nog niet de ideale oplossing.

Een nieuwe vorm van gentechnologie is CRISPR-Cas. De technologie is pas enkele jaren oud, maar zorgt nu al voor een enorme doorbraak. Net als bij gmo-technologie kunnen wetenschappers een gen toevoegen of weghalen. Maar de techniek is veel preciezer en sneller dan de traditionele gentechnologie. In hoog tempo ontstaan gewassen met een combinatie van nieuwe eigenschappen: maïs die tegen droogte kan, of gewassen die bestand zijn tegen veelvoorkomende ziekten.

Genetisch gemodificeerd voedsel zou ook in Nederland gangbaar moeten worden

43%
57%

Kunnen we de landbouw nog efficiënter maken?

Gmo, schaalvergroting en monocultuur zijn manieren om de opbrengst van het land te verhogen. Maar er zijn meer manieren. Sleutelwoorden in de moderne landbouw zijn big data en smart farming. Het boerenland staat vol sensoren die informatie verzamelen over bodemgesteldheid, de eerste tekenen van droogte, of de komst van een schimmel of plaagdier. Die informatie gebruikt een boer om precies de juiste hoeveelheden mest, water of insecticide te gebruiken. Dit voorkomt overvloedig gebruik van die middelen terwijl het niet nodig is. En het verlaagt de kosten. Het landbouwareaal is nauwelijks nog uit te breiden zonder grote gevolgen voor de natuur.

Een mogelijke oplossing is verticale landbouw. Enorme flats herbergen kwekerijen voor kruiden, sla, champignons en andere kleinere gewassen. De teelt zonder daglicht is mogelijk door led-licht te gebruiken met een golflengte die lijkt op daglicht. Die verticale kwekerijen kunnen overal staan, ook in een leeg kantoor in het centrum van de stad. Bijkomend voordeel is dat stadsbewoners deels zelf in hun voedsel voorzien. In Dronten moet begin 2018 de eerste grootschalige verticale sla-flat de deuren openen. Het bedrijf Staay Food Group wil 30.000 kroppen sla per week uit de flat laten komen. Op de Amsterdamse Zuidas loopt ook een dergelijk project: GROWx, de eerste op commercie gerichte vertical farm.

Het Amerikaanse bedrijf Aerofarms vult leegstaande loodsen in Newark met ‘vertical farms’; voedselflats.

Deel alinea

In het kort:

  • Landbouw ontstaat als jagers/verzamelaars zo'n 12.000 jaar geleden ontdekken dat het makkelijker is lange tijd op dezelfde plek te blijven als de grond vruchtbaar is.

  • De ontdekking van veredeling draagt bij aan de ontwikkeling van sterke rassen, waardoor de oogsten hoger uitvallen.

  • De Groene Revolutie is de combinatie van veredeling, en het gebruik van kunstmest en pesticiden. Daardoor worden in de jaren zestig veel Aziatische landen zelfvoorzienend.

  • Door intensieve landbouw en internationale handel is de voedselzekerheid toegenomen, Nederlanders betalen relatief weinig voor hun voedsel.

  • Intensieve landbouw heeft een prijs. De milieudruk op de natuur en biodiversiteit is groot. Boeren moeten maatregelen nemen om die milieudruk te verlagen.

  • Genetische modificatie kan de productiviteit in de landbouw te verhogen. De techniek is omstreden. In de Europese Unie mogen bedrijven de technologie mondjesmaat toepassen.

Deel dit venster

collection

Bètacanon

Bètaonderwerpen waar elke Nederlander iets van af zou moeten weten, met onder meer de oerknal, het periodiek systeem en de kwijlende honden van Pavlov.