Hoe werd Paradiso een poptempel?

11 minuten leestijd

Hoe werd Paradiso een poptempel?

Podium

Je leest nu

Hoe werd Paradiso een poptempel?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 25
  • 3239

Poppodium Paradiso aan de Amsterdamse Weteringschans, vlakbij het Leidseplein, bestaat in 2018 vijftig jaar. Ooit bood de bakstenen kolos onderdak aan de Vrije Gemeente, een religieus-humanistische vereniging. Tegenwoordig is het een concertzaal en spreken bezoekers steevast over een poptempel als ze het over Paradiso hebben. Hoe kreeg het die faam?

Samengesteld door Robert Lagendijk

Audiofragment

Podcast: Hoe werd Paradiso een poptempel?
Focus - 28 maart 2018 (50:08 min)

Waar werden de popconcerten in de jaren vijftig en zestig gehouden?

Nederland staat wereldwijd bekend om een goede infrastructuur als het gaat om door de overheid gesteunde popcultuur. Nergens staan zoveel concertzalen, jeugdhonken en buurthuizen als in Nederland. Dat is niet altijd zo geweest. De eerste - en enige - keer dat The Beatles in Nederland spelen, is in een veilinghal in het Noord-Hollandse Blokker. The Rolling Stones treden op in het Scheveningse Kurhaus, The Doors in het Amsterdamse Concertgebouw en Deep Purple in de Amsterdamse RAI. Vaak zijn deze locaties geen succes.

Deel alinea

De baldadige jeugd rookt en drinkt in het pluche en er wordt nog wel eens gesloopt of gevochten. De wereld van de concertorganisatoren bestaat dan nog voornamelijk uit vrijbuiters die ergens een zaal afhuren en een band bestellen. Voetbalkantines, feesttenten, bollenschuren en rolschaatsbanen; alles doet dienst als concertzaal. Een leegstaande kerk aan de Weteringschans, vlakbij het Leidseplein, is een prima plek om aan de toenemende vraag naar een concertlocatie in de hoofdstad te voldoen.   

Beelden van Paradiso tijdens de opening op 30 maart 1968. 

Is Paradiso een oude kerk?

Ja en nee. Nog altijd staat in het beton rond de voordeur van de popzaal te lezen: De Vrije Gemeente. Het pand oogt ook als een kerk, maar de eerste bewoners spreken in 1880 liever van een verenigingsgebouw. De Vrije Gemeente wordt gesticht door de broers Hugenholtz die eerder uit Nederlandse Hervormde Kerk zijn getreden.

De twee leggen de nadruk op de vrijheid van de geloofsbeleving. Ze lezen niet alleen uit de Bijbel voor, maar ook uit andere geloofsgeschriften. Dat de gebroeders Hugenholtz ook uit de Koran zouden voorlezen is een misverstand. IJslandse veda's, allerlei boeddhistische en andere 'oosterse' teksten, en litteratuur - dat wel. Maar de Islam kwam er niet in, die was minstens zo erg als het katholicisme.

De Vrije Gemeente aan de Weteringschans (1880).
Deel alinea

De Vrije Gemeente is een tijdlang populair geweest. In 1910 spreekt de net afgetreden Amerikaanse president Theodore Roosevelt een uitzinnige gemeente in het verenigingsgebouw toe. In 1965 verhuist de Vrije Gemeente naar Buitenveldert. Het pand aan de Weteringschans wordt tijdelijk een opslagruimte van een tapijthandel. Sloop dreigt en in 1967 kraakt een groep hippies, die in die tijd ook in grote getalen op de Dam en in het Vondelpark slapen, het kolos. Maar de gemeente Amsterdam maakt een eind aan dit feest en als een half jaar later de gemeentelijke stichting Vrijetijdscentra Amsterdam wordt opgericht, verandert al gauw de naam in 'cosmisch ontspanningscentrum’ Paradiso. Op 30 maart 1968 gaan de deuren voor het eerst open.  

© ANP

Paradiso in 1968.

De Vrije Gemeente bestaat nog altijd en heeft nog altijd belangstelling voor de spiritualiteit en de mystiek, en zoekt de inspiratie uitdrukkelijk buiten de christelijke traditie.

Kunstenaars richten speciaal voor de eerste kerstviering een tentoonstelling in Paradiso in.

Had Amsterdam last van de jeugd?

De jaren zestig zijn voordat Paradiso de deuren opent in 1968 al roerig. De luide schreeuw van de jeugd om een eigen plek is niet zo gek. Er speelt in dit decennium namelijk heel wat. Na de oorlog ontstaat er een flinke woningnood en de mores van de jeugd botst in de jaren zestig met die van de oudere generaties.

Deel alinea

De jeugdcultuur van kauwgum en rock ‘n’ roll is inmiddels overgewaaid uit Amerika en hoewel jongeren geld verdienen, is er weinig waar ze het aan uit kunnen geven. Ook de ‘langharige’ boyband The Beatles schudt de wereld, en vooral jongeren, wakker. De vrije rock ‘n’ roll die ze spelen staat haaks op de stijve moraal die heerst. Allerlei subculturen ontstaan: dijkers, pleiners, hippies, mods, rockers, nozems en meer. Ouderen zien in de hanggroepen vooral onruststokers, terwijl de jongeren vaak op ludieke wijze hun plek opeisen.

The Beatles in 1965.

Daar komt nog eens bij dat goedkope drugs langzaamaan de hoofdstad bereiken en de vrije liefde vanaf de Amerikaanse westkust ons land binnenkomt. Er wordt in Amsterdam gesproken van CS-jeugd: jongeren die zich rond het Centraal Station verzamelen op zoek naar vermaak. Ook het Leidseplein is een vermaarde hangplek. Op de Dam en in het Vondelpark slapen de hippies. En al snel weten die hippies en junks ook Paradiso te vinden.

Was Paradiso meteen een poptempel?

Paradiso beleeft een droomstart. Pink Floyd - ook dan al een bekende naam - speelt het eerste jaar in de grote zaal. Een paar keer per week spelen er bands in Paradiso, maar helaas houdt niemand voor de geschiedschrijving bij wie er allemaal langskomen in de beginperiode. 

Deel alinea

Paradiso is in die tijd meer dan alleen een poptempel. Er is een winkeltje, een drugsdealer, een macrobiotisch restaurantje, een pannenkoekenhuis, een theehuis en nog zo wat. Ook kunnen kinderen er terecht tijdens de speciale kindermiddagen. Er wordt geschilderd en gespeeld op de Perzische tapijten in de grote zaal. Verder zijn er manifestaties, politieke bijeenkomsten en discussieavonden. Een grote rol heeft Adri Hazevoet, een elektrotechnicus die met vele projectoren - waarvan sommige zelfgemaakt - films over de spelende bands projecteert. Al snel verdient Paradiso de naam het psychedelische centrum van de wereld te zijn.

© Het Nationaal Archief

De discussie 'Van wie is de kabel?' door Stad Radio Amsterdam in 1969.

Begin jaren zeventig ligt de toekomst voor Paradiso dan ook eigenlijk nog helemaal open. Als de leiding een andere weg zou zijn ingeslagen, was Paradiso wellicht tegenwoordig een kunsttempel geweest. Of zelfs een debattempel.

Impressie van Finders Keepers Losers Weepers, een festival in Paradiso met onder meer Thijs van Leer, Cesar Zuiderwijk, Robert Jan Stips, Bertus Borgers en T. Barlage. 

Overleefde Paradiso de hippietijd?

Midden jaren zeventig is de hippietijd echt voorbij en de hippies die nog rondlopen zijn verkapte junks. De sfeer in Paradiso holt achteruit. Er heerst geregeld een agressieve sfeer en er wordt veel gevochten. De bezoekersaantallen lopen terug en het team dat succesvol zorgt voor de muzikale programmering verdwijnt op de achtergrond. Er moet een nieuwe wind gaan waaien aan de Weteringschans, wil Paradiso overleven.

Deel alinea

Zorgde punk weer voor een volle zaal?

Punks nemen vanaf 1977 de zaal over en de ramen worden meteen eens goed opengezet. Het witte interieur en de gekleurde gevel krijgen binnen de kortste keren te maken met potten zwarte verf. Op het podium staan punkers als The Stranglers, Blondie, The Sex Pistols en Iggy Pop. Punk trekt veel nieuwsgierigen aan en de concerten zijn geregeld uitverkocht. Ook de film Cha-Cha, met in de hoofdrol de Amsterdamse Herman Brood en de Duitse Nina Hagen, wordt in deze tijd in het pand opgenomen.

Deel alinea
Johnny Rotten en Steve Jones van The Sex Pistols.

Met de punk komen ook ineens The Hells Angels in Paradiso. Zij eisen tijdens een concert van The Stranglers zelfs een plek op het podium op. Iggy Pop slaan ze in elkaar en The Golden Earring bekogelen ze met flessen bier. Voor de leiding van Paradiso is het een lastige situatie. Vooral omdat de Angels bij de kassa doorlopen zonder te betalen, hetgeen slecht valt bij het bestuur. The Hells Angels krijgen namelijk, net als Paradiso, subsidie uit de pot van de Amsterdamse Jeugdzorg. Big Willem, leider van de motorclub, wordt bij het bestuur van Paradiso op het matje geroepen. Ze spreken af dat de Angels door mogen lopen bij de kassa als ze daags na het concert een aspirant-lid naar de popzaal sturen om de kaartjes af te rekenen. Zo leidt de stoere club geen gezichtsverlies.

"Met de komst van punk breekt een gouden tijd aan in Paradiso "

Met de komst van de punk breekt een gouden periode aan voor de popzaal, die onderdak gaat bieden aan alle mogelijke subculturen. Paradiso boekt reggaebands, wereldmuziek en buitenbeentjes als de toen nog onbegrepen Amerikaanse funkartiest Prince.

© ANP

Blijft Paradiso toch ook nog politiek?

Hoewel het pad van de popmuziek eind jaren zeventig duidelijk is ingeslagen, valt er in Paradiso nog altijd meer te beleven. Betogingen in de onstuimige jaren tachtig eindigen steevast aan de Weteringschans. Paradiso biedt onderdak aan iedereen en je zou kunnen zeggen dat het een buurthuis voor alle subculturen uit het hele land is.

Deel alinea

Alles kan in Paradiso: punk, new wave, oude en nieuwe rockers, maar ook de Zangeres Zonder Naam keert na ruim tien jaar terug en speelt er haar afscheidsconcert. In de jaren zeventig is zij op verzoek van programmeur Gert-Jan Dröge al een keer vanuit Stramproy naar Amsterdam gekomen om aan de Weteringschans op te treden. Voor die gelegenheid is haar set zo samengesteld dat deze prima bij de belevingswereld van de hippies aansluit: liedjes over oorlog, zeehondenmoord en drugsgebruik passeren de revue. In een klap wordt zij een moeder voor alle jongeren. Ook in de jaren tachtig omarmen de studenten de zangeres. Een nieuwe generatie Paradiso-gangers maakt kennis met het fenomeen campMet camp doelen we op cultuuruitingen die bewust gebruikmaken van kitscherige elementen. Camp omarmt massacultuur met artistieke bijbedoelingen. .

Beelden van de glorieuze terugkeer in de jaren tachtig van de Zangeres Zonder Naam.

Willen uiteindelijk alle groten in Paradiso spelen?

In de jaren tachtig wordt alles ‘bigger and better’. Niet alleen de schoudervullingen, ook de luxe en de algehele levensstandaard. De beurs explodeert en iedereen pikt een graantje mee. Het jongerenwerk verandert en langzaamaan professionaliseert de muziekindustrie. Ook Paradiso: de tourbussen worden groter, de eisen van de bands hoger en de concertkaarten duurder. David Bowie is inmiddels een mega-act geworden en speelt in stadions. Als aftrap van zijn tournee houdt hij een persconferentie in Paradiso.

Bowie staat de pers te woord in Paradiso. Fans begrijpen niet waarom zij niet binnen worden gelaten.

Deel alinea

Speelt aan het begin van de jaren tachtig nog wel eens een obscure act voor honderd man in de grote zaal, langzaamaan zien we de eerste tekenen van het marktgerichte denken in de muziekindustrie. Shows verkopen steevast uit en aan het begin van de jaren negentig ziet het publiek legendarische optredens van onder meer Nirvana, Björk en Underworld - drie acts die als een donderslag bij heldere hemel doorbreken. Ook The Rolling Stones strijken neer in Amsterdam om een ‘intiem’ live-album in Paradiso op te nemen.

De Rolling Stones komen naar Paradiso om een semi-akoestisch album op te nemen.

Het is een tijd dat grote acts besluiten terug te keren naar het clubcircuit. The Velvet Underground treedt op in Paradiso, een unicum. Ticketprijzen rijzen de pan uit. De gekte neemt ook toe als Prince, inmiddels een wereldster die langs stadions trekt, in het land is en aftershows, na zijn reguliere optreden in de Brabanthallen, in Paradiso speelt.

"Wat is een betere plek om je tour te beginnen dan in Paradiso." 

Hoe lang gaat Paradiso nog mee?

De schaalvergroting binnen de muziekindustrie neemt tot de dag van vandaag aan toe. Paradiso krijgt er in 2003 een balkon bij en herbergt nu 1500 mensen in de grote zaal. Daarnaast kunnen zowel in de Kleine Zaal als de kelder zo'n 250 bezoekers terecht. Iedere avond kun je er minimaal vier concerten zien. Maar de popsector is onverzadigbaar. Inmiddels kan de concertganger ook nog naar AFAS Live in Amsterdam-Zuidoost, waar 6000 mensen in gaan. 17.000 bezoekers passen in het nabijgelegen Ziggo Dome, dat in 2012 de deuren opent.

Deel alinea

Het popconcertbezoek is niet alleen meer een bezigheid voor de jeugd. Iedereen koopt kaartjes tegenwoordig. Iemand die de opening van Paradiso in 1968 heeft meegemaakt, is nu ergens rond de zeventig. De poptempel kan nog jaren mee omdat sindsdien hele generaties met de popzaal zijn opgegroeid. Inmiddels programmeert Paradiso zelfs op extra locaties als De Tolhuistuin in Amsterdam-Noord en Bitterzoet aan de Spuistraat.

Een terugblik met zanger Peter te Bos op de eerste veertig jaar Paradiso.

In het kort

  • Het pand van de Amsterdamse poptempel Paradiso wordt in 1880 geopend als het verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente, een spiritueel gezelschap.

  • In de jaren zestig is er weinig voor jongeren te doen. De luide schreeuw van de jeugd om een eigen plek is niet zo gek.

  • In 1968 wordt stichting Vrijetijdscentra Amsterdam opgericht. De stichting wijst het leegstaande pand toe aan het 'cosmisch ontspanningscentrum’ Paradiso.

  • Alle grote muzikanten, van Prince tot de Zangeres Zonder Naam, hebben ooit in Paradiso opgetreden. Voor andere muzikanten is een optreden op dit podium een droom.

Deel dit venster