Sparen we wel genoeg voor ons pensioen?

7 minuten leestijd

© ANP/Roos Koole

Sparen we wel genoeg voor ons pensioen?

Binnenland

Je leest nu

Sparen we wel genoeg voor ons pensioen?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 23
  • 17669

Wie kent ze nog, die mooie reclames van het Zwitserleven Gevoel met de boodschap: na je pensioen ga je pas echt leven. Een cabrio! Een cruise! Een tropisch eiland! Maar sinds de crisis van 2008 is de realiteit harder. Hoe ziet ons pensioen er tegenwoordig uit?

Samengesteld door Rob Bruins Slot - Kasboekje van Nederland

Waarom krijgen we AOW?

In het Duits is het eigenlijk veel duidelijker dan in het Nederlands. In Ruhestand gaan, in de ruststand gaan en genieten van je ‘rente’, de opbrengst van wat je altijd opzij hebt gezet.

Voordat de Nederlandse overheid in 1956 de regie over een oudedagsvoorziening neemt, zorgen we vooral zelf voor de oude dag. Oud worden betekent voor veel mensen dan ook arm worden, of doorwerken tot het niet meer gaat. De ouderenzorg is vooral een zorg van de familie. Opa en oma wonen bij een van de kinderen in huis, de kosten van de inwoning worden door de kinderen gedragen, of betaald uit spaargeld.

“Ja dan werd er minutieus berekend, bij wijze van spreke, hoeveel boterhammen hij per week at”, vertelt Riek Lem in Kasboekje van Nederland. Haar moeder, ooms en tantes betalen voor het levensonderhoud van haar opa.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Deel alinea

Het welvaartsniveau van de ouderen verschilt enorm. Immers: sommige families kunnen iets opzij leggen voor later, andere niet. Het derde kabinet-Drees besluit iets te doen aan de inkomensongelijkheid van de ouderen door iedere oudere -man en vrouw- boven de 65 jaar een gelijk basisinkomen te geven: de AOW. Die Algemene Ouderdomswet zal onderdeel worden van de verzorgingsstaat. “Mijn opa kon ineens cadeautjes voor ons kopen”, vertelt Riek Lem.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Met ingang van 1957 krijgt iedere oudere dezelfde toelage die bovendien bestand is tegen inflatie. Als het geld minder waard wordt, stijgt de AOW. En juist dat was bij welke eerdere regeling dan ook nooit het geval geweest.

De dekking van de AOW wordt betaald uit de inkomstenbelasting, op te brengen door alle werkenden van de volgende generatie: het solidariteitsbeginsel. Voor wie in 1957 65 jaar is en een jaar of 90 oud zal worden, geldt: nooit betaald, maximaal geprofiteerd!

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Hoe de AOW in het hele pensioenstelsel past

Het pensioenstelsel in Nederland bestaat uit een aantal ‘pijlers’. De AOW is de eerste pijler en voor iedereen een zelfde vast bedrag. De tweede pijler is het aanvullend pensioen, vaak verplicht voor mensen die in loondienst zijn. Die reserveren, samen met hun werkgever, elke maand een deel van het brutoloonHet loon voordat de premies en belastingen er vanaf zijn getrokken. en brengen dit onder bij een pensioenfonds.

Dat pensioenfonds belegt die stortingen en vult met het resultaat de AOW aan, tot pensioen en AOW samen 70 procent van het gemiddelde van het salaris dat de werknemer tijdens zijn werkende leven heeft verdiend. Die aanvulling is dus voor ieder verschillend en verrast nog wel eens de pensioengerechtigde op het moment van uitkeren. Veel mensen denken nog dat ze 70 procent van het laatstverdiende salaris krijgen, of dat die 70 procent nog bovenop de AOW komt.

Paul Ulenbelt (SP) versus minister Gerd Leers (CDA) over de korting op pensioenen.

Deel alinea

Tot de bankencrisis van 2008 lijkt het pensioen waardevast en gegarandeerd. Maar in het laatste decennium is voor veel mensen duidelijk geworden dat de beleggingen van een pensioenfonds ook onder druk staan. De opbrengst van de beleggingen kunnen goed renderen, maar wanneer de langjarige rente laag staat, moet het pensioenfonds steeds meer geld reserveren om op termijn iedereen te kunnen uitkeren. Want op die manier wordt de dekking van het fonds berekend, de mate waarin het geld van het fonds de aanspraken van de deelnemers dekt.

Nieuwsuur verzamelde gegevens over de financiële situatie van bijna 150 pensioenfondsen in Nederland. Bekijk hier hoe jouw pensioenfonds het in de afgelopen jaren heeft gedaan. 

Dekkingsgraad onder de 100 procent? Dan geen indexatie, of zelfs korting op je pensioen. En daardoor hobbelt het pensioenbedrag dus achteruit, ondanks dat het leven duurder wordt. Tien jaar geleden had niemand van die zogenoemde dekkingsgraad gehoord, nu wordt iedereen die pensioen spaart er maandelijks van op de hoogte gehouden.



Dan zijn er nog een derde, vierde en vijfde pijler. De eerste pijler, AOW, krijgt uiteindelijk iedereen. Deelname aan de tweede is voor veel mensen in loondienst verplicht en automatisch. Maar omdat er steeds meer Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP’ers) zijn in Nederland die niet verplicht meeverzekerd zijn, wordt het steeds belangrijker dat we zelf iets gaan doen. Immers: zij betalen wel mee voor AOW en zullen dat uiteindelijk ook krijgen, maar nemen vaak niet deel aan een pensioenfonds dat die AOW aanvult tot 70 procent van hun gemiddelde salaris.

De derde pijler bestaat uit financiële producten, zoals lijfrentes en bankspaarproducten die we zelf kunnen afsluiten. In totaal maken die producten in Nederland slechts zo’n 6 procent van het totale pensioenvermogen uit, juist omdat AOW en aanvullend pensioen respectievelijk 54 procent en 40 procent bedragen (getallen 2016). In veel Europese landen zijn die verhoudingen juist omgekeerd, omdat die landen veel minder verplichte deelname aan een bedrijfspensioenfonds in de tweede pijler kennen.

Kasboekje van Nederland

Hoe regelen Nederlanders hun geldzaken en hoe is dat in de afgelopen eeuw veranderd? Dat onderzoeken de wetenschappers van het Kasboekje van Nederland

De meeste Nederlanders proberen geld opzij te zetten voor later. Vaak doen ze dat door een huis te kopen of door te sparen. Maar ook door hun geld te beleggen in aandelen, obligaties, beleggingsfondsen of in pensioenspaarfondsen. De wetenschappers hebben onderzocht of vroeger dit financiële systeem wel voor iedereen toegankelijk was, onafhankelijk van hun woonplaats en rijkdom. Dit blijkt niet het geval, er zijn grote verschillen tussen de provincies. 

De vierde pijler is langer doorwerken. Want wie langer doorwerkt, betaalt langer aan zijn pensioen en heeft minder jaren pensioen nodig. En dan wordt het hele stelsel afgesloten met de vijfde pijler die bestaat uit het afgeloste koophuis. Wie zijn huis heeft afbetaald, hoeft immers niet meer te betalen voor zijn woonlasten en heeft tegelijk vermogen opgebouwd. Maar, hij of zij woont in zijn pensioenvermogen en zal dus iets moeten doen om aan het geld te komen. Traditioneel was dat het huis verkopen en verhuizen naar een huurwoning, maar tegenwoordig ontstaan langzaam constructies waarmee ouderen de eigen woning weer kunnen ‘opeten’ en zo aan geld kunnen komen.

CV-moneur Ron Veldhuijzen investeert in bitcoins voor zijn pensioen: "Ik wil onafhankelijk zijn van de instituties, ik wil mijn tas kunnen pakken als het kan, en ik let niet op dalende koersen, wat down gaat, gaat ook weer up." De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Waarom moet de AOW-leeftijd omhoog?

Wanneer het kabinet-Drees de AOW in 1957 invoert, is de levensverwachting zo’n 79 jaar. Dat betekent dat de Nederlander gemiddeld zo’n veertien jaar AOW zal krijgen. Maar met de jaren worden we steeds ouder. En krijgen we dus langer AOW. En terwijl de arbeidsdeelname van vrouwen toeneemt, neemt het aantal kinderen af. En dus ook het aantal mensen dat de AOW voor de generatie voor hen betaalt.

Dicht bij huis is van Duitsland bekend dat de bevolking krimpt. Maar verder weg kunnen we de gevolgen al zien. Japan kampt met de sterkste vergrijzing ter wereld en keert dus in rap tempo meer geld aan ouderdomsuitkeringen uit dan dat de jongeren binnenbrengen.

Deel alinea

Is de AOW nog te betalen?

In de jaren tachtig verschijnen de eerste stukken in de pers die vraagtekens zetten bij de betaalbaarheid op lange termijn. “Pensioen en AOW - de kosten worden grimmig”, kopt Elsevier Weekblad in 1986, “Hoe Suurhoffs erfgoed verkwanseld wordt”, schrijft Intermediair in 1985, oplopend naar “oude dag moeilijk te betalen”, in NRC in 1991. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) bepleit in 1993 al de pensioenleeftijd te verhogen.

Het CDA kondigt aan dat ze de AOW willen bevriezen tijdens verkiezingscampagne in 1994. Dat valt in slechte aarde bij de ouderen. De hele aflevering zien? Kijk op AndereTijden.nl

Deel alinea

Toch gebeurt dat pas twintig jaar later tijdens het kabinet-Rutte I. Want het is natuurlijk politieke zelfmoord voor een politieke partij om te gaan ‘figuurzagen’ aan de verworvenheden van de verzorgingsstaat. In de loop van de tijd is de AOW wel stilaan versoberd. In 2012 achten verschillende politieke partijen de noodzaak echter zo dringend dat ze samen een meerderheid vormen in het parlement om de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog te brengen.

Sindsdien is de AOW-leeftijd niet meer 65 jaar, maar gaat die leeftijd mee met de gemiddelde levensverwachting. En zo is niet alleen het totale pensioenbedrag dat iemand krijgt onzekerder geworden, maar ook de pensioendatum. Iemand die in 2018 25 jaar is, krijgt naar verwachting AOW als hij of zij 71 jaar oud is.

Ga jij extra sparen voor je pensioen?

65%
35%

In het kort

  • Voor de invoering van de AOW betekent oud worden vaak arm worden.

  • Vanaf 1957 krijgt iedere oudere in Nederland hetzelfde basisinkomen

  • Daar bovenop vult een pensioenfonds de AOW aan tot 70 procent van je gemiddelde verdiende salaris tijdens je hele carrière.

  • Het hele pensioenstelsel bestaat uit een vijftal pijlers, die lopen van algemene wettelijke voorziening, verplichte verzekeringen, tot dingen die je zelf kunt doen, zoals sparen.

  • Nu de AOW-leeftijd omhoog gaat en het aanvullend pensioen onzeker, zouden we ons af moeten vragen of we zelf meer moeten doen.

Deel dit venster

collection

Kasboekje van Nederland

Hoe ziet het financiële huishouden van gewone Nederlanders in de twintigste eeuw eruit? Utrechtse historici onderzoeken de kasboekjes en de NTR brengt de persoonlijke verhalen achter de boekjes in beeld.