Tienduizenden seizoensarbeiders uit Duitsland: een vergeten geschiedenis

8 minuten leestijd

Tienduizenden seizoensarbeiders uit Duitsland: een vergeten geschiedenis

Personen

Je leest nu

Tienduizenden seizoensarbeiders uit Duitsland: een vergeten geschiedenis

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 19
  • 4719

Zo’n vierhonderd jaar geleden komen ze voor het eerst naar Nederland, de Hollandgänger of hannekemaaiers. Deze Duitse seizoensarbeiders trekken met tienduizenden tegelijkertijd de grens over op zoek naar werk. Onder hen is een voorouder van Youp van ’t Hek. Dwingt armoede hem tot deze stap of heeft hij een ander motief om te vertrekken? Dat wil Youp graag weten.

Samengesteld door Anne Verwaaij - Verborgen verleden

De moeder van Youp van ’t Hek heet Cornelia Schafstall. Haar familie komt oorspronkelijk uit het Duitse plaatsje Hunteburg, zo’n honderd kilometer verwijderd van de Nederlandse grens. Youp van ’t Hek gaat terug naar deze plek waar in 1809 zijn verre voorouder Johann Henrich Schafstall is geboren.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Waarom komen de hannekemaaiers naar Nederland?

In Hunteburg en andere dorpen en steden in de Duitse grensstreek is het omstreeks 1800 zeer gebruikelijk om als arme, ongeschoolde arbeider werk te zoeken in Nederland. Deze mensen krijgen de bijnaam Hollandgänger en zijn de voorlopers van de moderne seizoensarbeiders.

Ze volgen een traditie die al twee eeuwen oud is. De eerste Duitse seizoensarbeiders steken de grens over in het begin van de 17e eeuw, als honger en geweld de Duitse bevolking dwingen om te vertrekken.

De catastrofe van de Dertigjarige Oorlog
De oorzaak van deze ontberingen is de Dertigjarige Oorlog die van 1618 tot 1648 Centraal-Europa in zijn greep houdt. Het huidige Duitsland bestaat in die tijd nog niet en het gebied bestaat uit zo’n duizend kleine staten waar de bevolking verschillende religies aanhangt. In de ene regio wonen katholieken, terwijl even verderop de bevolking juist gereformeerd is. Deze religieuze verdeeldheid zorgt voor veel spanningen en is een belangrijke aanjager van de strijd die ook wel wordt beschouwd als de eerste wereldoorlog.

Religieuze verdeeldheid aan het begin van de Dertigjarige Oorlog, 1618.
Deel alinea

De vechtende partijen maken tijdens de Dertigjarige Oorlog veelvuldig gebruik van huurlegers die plunderend en moordend door de Duitse staten trekken. Hele dorpen moeten toekijken hoe hun oogst vernietigd wordt en hun huizen in vlammen opgaan.

Daarnaast eisen hongersnoden en besmettelijke ziektes hun tol. Het aantal dodelijke slachtoffers onder de burgerbevolking is enorm, vooral op het platteland. Historici schatten dat maar liefst acht miljoen bewoners van de Duitse staten omkomen tijdens de Dertigjarige Oorlog. Dat is een onvoorstelbaar percentage van 40% van de totale bevolking.

Na het einde van de Dertigjarige Oorlog in 1648 blijft het Duitse grondgebied versplinterd in talloze kleine staten. Grootgrondbezitters zoals hertogen en graven hebben hier de macht in handen. Veel boeren werken als lijfeigenen op hun grond en zijn bitter arm, maar er zijn voor de ongeschoolde arbeiders weinig andere mogelijkheden om rond te komen. Geld verdienen met handwerk of handel is alleen toegestaan als je lid bent van een gilde.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

In het buurland van de Duitsers, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gaat het juist erg goed: de Gouden Eeuw is aangebroken. De economie van de jonge staat zit enorm in de lift, er is werk genoeg en een continu tekort aan arbeidskrachten. Bovendien geniet de bevolking van de republiek - in tegenstelling tot de Duitsers - van grote vrijheden, bijvoorbeeld op het gebied van religie.

Onderzoeker George van der Peet legt uit aan Youp van ’t Hek dat de mensen die na de Dertigjarige Oorlog in Nederland op zoek gaan naar werk volgens hem niet per se vluchtelingen zijn: “Veel mensen denken dat het gaat om het ontsnappen van armoede, maar het is veel meer het grijpen van een kans.”

© Openluchtmuseum, BiDoc

Hollandgänger

Welk werk verrichten de Hollandgänger?

De Duitse seizoensarbeiders vinden vooral werk op grote boerderijen in het noorden van de Nederlanden. Daar moet het gras op de weilanden gemaaid worden. Een loodzwaar karwei dat in die tijd met de hand wordt gedaan. De Hollandgänger herken je als de man met een zeis. De Duitse arbeiders krijgen daarom de Nederlandse bijnaam hannekemaaiers. Hanneke verwijst naar de veelvoorkomende Duitse voornaam Johann.

In het voorjaar trekken de eerste hoopvolle Duitsers naar de Nederlanden. Ze zijn te voet en dragen niet veel meer bij zich dan de kleren die ze aan hebben en zoveel mogelijk eten en drinken. Want niet alleen de lonen liggen hoger in de republiek, ook het eten is duurder. Na gemiddeld drie maanden maaien en hooien, keren de hannekemaaiers weer terug naar hun families aan de andere kant van de grens, om vervolgers het jaar daarop weer terug te keren met hun zeis.

© Ids Wiersma

Hannekemaaiers in Friesland
Deel alinea

Het einde van de Gouden Eeuw weerhoudt de hannekemaaiers niet om naar Nederland te blijven komen. Na 1700 is er nog steeds voldoende werk voor de seizoensarbeiders waarmee ze meer geld kunnen verdienen dan in hun eigen land. In de grensstreek is het normaal dat bijna de hele Duitse mannelijke bevolking in de zomer wegtrekt om geld te verdienen bij de Nederlandse buren. Het aantal Duitse seizoensarbeiders loopt in de 18e eeuw op tot ruim 30.000 per jaar.

Deze Duitse mannen lopen in groepen van honderd of meer naar Nederland en terug. Dat is veiliger met het oog op struikrovers. Vooral tijdens de terugtocht is het risico hierop groot, omdat de seizoensarbeiders de opbrengst van al hun werk bij zich dragen. De tocht, die zo’n tien dagen duurt, loopt eeuwenlang langs dezelfde routes: de hannekemaaierspaden.

De tienduizenden seizoensarbeiders kunnen niet allemaal hun geld verdienen als grasmaaier op de Nederlandse boerderijen. Een deel van de Hollandgänger verdient daarom zijn geld op een andere manier, bijvoorbeeld als veenarbeider, marskramer of aan boord van een schip van de Verenigde Oost-Indische CompagnieDe Verenigde Oostindische Compagnie was een Nederlandse handelsonderneming die van 1602 tot 1799 bestaan heeft en met zijn schepen veel nieuwe specerijen uit het Verre Oosten naar Nederland bracht. Lees meer in het venster Hoe werd de VOC oppermachtig? . De voorouder van Youp van ’t Hek, Johann Henrich Schafstall wijkt ook af van het traditionele grasmaaien. Hij werkt als scheepsbeschuitbakker in de buurt van Zaandijk.

“Het ware hele arme jongens, vaak uit Duitsland.”
De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Hoe reageren Nederlanders op de ‘moffen’?

De Nederlanders accepteren de Duitse arbeidskrachten vanwege hun inzet op de velden, maar als personen kijken de Nederlanders neer op de hannekemaaiers. De grote groepen Duitsers die iedere zomer weer naar Nederland lopen, blijven niet onopgemerkt bij de lokale bevolking. In Nederland zelf wonen in de 18e eeuw zo’n 1,5 tot 2 miljoen mensen. Het aantal seizoensarbeiders op de totale bevolking is in die tijd drie keer hoger dan in het huidige Nederland.

Naast het scheldwoord moffen - dat dus al ver voor de Tweede Wereldoorlog voor het eerst gebruikt wordt -  neemt de Nederlandse bevolking in deze periode ook de spottende bijnamen poepen, mieren en spekvreters in gebruik. In zogenaamde moffenkluchten schilderen Nederlandse schrijvers de hannekemaaiers af als dom, vies, lomp en gierig. Zo schrijft Isaac Vos in zijn Klucht van de mof in 1644: “Ick geloof dat men geen onbeschaemder, ondankberder volck inde hiele werelt sou weten te vinden als sy.” Even negatief is Thomas Asselyn: “Ze stinken of ze in gien zes dagen uit de bolster benne geweest.”

© Stichting Zijper Museum

Hannekemaaiers omstreeks 1800

Een ander vooroordeel over de Duitsers is dat ze opscheppers zijn die zich beter voordoen in de hoop dat ze een Nederlandse vrouw aan de haak slaan. In realiteit valt dit bij de seizoensarbeiders mee. Driekwart van de hannekemaaiers laat zijn vrouw achter in Duitsland en heeft dus een familie om naar terug te keren.

Toch is het zeker niet ongebruikelijk voor de hannekemaaiers om te trouwen met een Nederlandse vrouw. Dat ontdekt ook Youp van ’t Hek in Verborgen verleden. Zijn voorouder heeft een vrouw en kind in Duitsland, maar vertrekt uiteindelijk toch permanent naar Nederland. Tussen 1815 en 1850 hebben ongeveer 140.000 Duitse seizoensarbeiders zich blijvend in Nederland gevestigd.

Deel alinea

Waarom verdwijnen de hannekemaaiers uit Nederland?

De noodzaak om in Nederland te gaan werken neemt in de loop van de 19e eeuw af. Duitsland industrialiseert en er is steeds meer geld te verdienen in eigen land. Een oude Fries kan zich in 1993 de Duitse trekarbeiders nog herinneren: “In mijn jeugd kwamen de hannekemaaiers met hun tent en die kampeerden in het weiland. Het gras werd gemaaid met een zeis. Reken maar dat het goed getrainde mensen waren. Velen hielden het niet vol. Alleen met een sterke rug kon je het hooi sjouwen. ”

"Als de boer een hannekemaaier nodig had, dan ging hij op vrijdag naar de markt in Leeuwarden." 

De maaimachine en hooischudder bieden uitkomst voor het zware werk. Rond 1910 verschijnen de eerste machines op de Friese grasvelden en daarmee slinkt de vraag naar hannekemaaiers razendsnel. De laatste man die als hannekemaaier in Nederland heeft gewerkt sterft in 1963 op hoge leeftijd.

Deel alinea

In het kort

  • In Hunteburg en andere dorpen en steden in de Duitse grensstreek is het omstreeks 1800 zeer gebruikelijk om als arme, ongeschoolde arbeider werk te zoeken in Nederland. Deze mensen krijgen de bijnaam Hollandgänger en zijn de voorlopers van de moderne seizoensarbeiders.

  • De Duitse seizoensarbeiders vinden vooral werk op grote boerderijen in het noorden van de Nederlanden als grasmaaier. Daarnaast werken ze als veenarbeider, marskramer of aan boord van een schip van de VOC.

  • De Nederlanders accepteren de Duitse arbeidskrachten vanwege hun inzet op de velden, maar als personen kijken de Nederlanders neer op de hannekemaaiers. 

  • Duitsland industrialiseert in de 19e eeuw waardoor er steeds meer geld te verdienen is in eigen land. Daarnaast vervangen machines het werk van de hannekemaaiers in Nederland.

Deel dit venster

collection

Verborgen verleden

Bekende Nederlanders gaan in het tv-programma Verborgen verleden op zoek naar hun familiegeschiedenis. De voorouders die zij in hun stamboom tegenkomen, hebben ieder een eigen verhaal dat vaak deel uit maakt van de geschiedenis van ons allemaal.