Hoe komen we aan hoofdluis?

9 minuten leestijd

Hoe komen we aan hoofdluis?

Kinderen

Je leest nu

Hoe komen we aan hoofdluis?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 10
  • 2636

Luizen en neten zijn al jaren een groot probleem. Ieder jaar hebben een kwart miljoen kinderen in Nederland last van de kriebelige beestjes. En ondanks alle tips en waarschuwingen om besmetting te voorkomen, lijkt de strijd tegen deze parasieten nog lang niet gestreden. Is hoofdluis een probleem van alle tijden? Zit hoofdluis alleen op vies haar? En wat is de beste behandelmethode?

Samengesteld door Saskia Wayenberg

Op de hele wereld bestaan er wel vierhonderd verschillende soorten luizen. Slechts drie daarvan leven op mensen, waaronder de kleerluis en de schaamluis. En misschien wel de allerbekendste: de hoofdluis. Hoofdluizen zijn insecten van ongeveer twee tot vier millimeter groot en leven als parasieten op het behaarde hoofd van mensen. Ze planten zich voort door eitjes (neten) te leggen die stevig vastplakken aan de haren. Hoofdluis vormt een groot probleem en vooral op basisscholen zijn de beestjes soms maar moeilijk uit te roeien.

"Als het nou oude neten waren, maar dit zijn echt hele verse, dikke neten!"

Is hoofdluis een probleem van alle tijden?

Hoofdluizen zijn al duizenden jaren op de aarde aanwezig. Zo zijn er bij zowel de mummies in Egypte als bij opgravingen in duizend jaar oude Vikingnederzettingen in Groenland restjes van hoofdluizen gevonden. En de bestrijdingsmiddelen van die tijd lijken verdacht veel op die van nu. In een onlangs verschenen studie over in Nederland opgegraven Romeins toiletgerei stellen archeologen dat militairen toen, bij gebrek aan shampoos, de hoofdhuid en het haar met een fijne kam reinigden. Op die kammen vonden ze namelijk resten van luizen.

Een luizenkam uit de Romeinse tijd.

Ook concluderen de onderzoekers dat het goed mogelijk is dat in de soldatenbarakken van Romeinse legers luizenplagen (en ander ongedierte) minstens net zo vaak voorkomen als in een moderne basisschoolklas. De manschappen zitten dicht op elkaar; de ideale omgeving voor een parasiet om van het ene haar naar het andere haar te klimmen.

Deel alinea

Ook tijdens de pruikentijd in de achttiende eeuw is hoofdluis een bekend verschijnsel. Op sommige prenten is te zien hoe de elite in die tijd met kleine krabbertjes of kammetjes onder de pruiken de jeuk probeert te verminderen. Maar de sierpruik dankt zijn bestaan zelfs aan de hoofdluis. Om de slapeloze nachten tegen te gaan, laten de rijkelui zichzelf namelijk kaal knippen en een uitbundige pruik aanmeten: weg luis!

© Rijksstudio, Rijksmuseum.

'De pruikenmaker' door Jacob Ernst Marcus (1800).

Minder welgestelde mannen en vrouwen laten zichzelf kortknippen en bestrijden de kleine plaaggeesten met alcohol of petroleum. Die zeer agressieve middelen zorgen ervoor dat de luizen de hoofden onaantrekkelijk vinden. Daarmee blijft het beestje enigszins op afstand. Af en toe wordt als behandeling ook een petroleumkap over het hoofd geplaatst. De haren worden dan eerst bevochtigd met een mix van petroleum, olijfolie en citronella. Die behandelingen moeten regelmatig worden toegepast en zijn heel bewerkelijk.

Hoofdluis is een probleem van alle tijden, tot vlak na de Tweede Wereldoorlog. In 1940 ontdekt de Zwitserse chemicus Paul Hermann Müller de werkzaamheid van  het verdelgingsmiddel DDTDDT is een bestrijdingsmiddel om insecten mee te verdelgen. Ons milieu kan de twee chemische stoffen waaruit DDT bestaat maar moeilijk afbreken en het hoopt zich op in de voedselketen. Sinds 1973 is het middel verboden in Nederland. In sommige andere landen wordt het nog wel gebruikt. . In eerste instantie wordt DDT gebruikt om de coloradokever uit te roeien en op die manier de oogst van aardappelen, tomaten en aubergines te beschermen. Al snel wordt duidelijk dat het verdelgingsmiddel niet alleen effectief is tegen de coloradokever, maar ook tegen andere insecten zoals bedwantsen, vlooien en muggen. In korte tijd kunnen zo insecten gedood worden die besmettelijke ziektes als malaria of knokkelkoorts verspreiden. De successen leiden tot buitensporig gebruik van het middel. De ontdekker van de werkzame stof in het wonderpoeder, Müller, ontvangt hiervoor in 1948 de Nobelprijs. Ook (hoofd)luizen zijn niet bestand tegen het verdelgingsmiddel en worden op die manier langzaam uitgeroeid.

Audiofragment

DDT: een gouden greep in de naoorlogse tijd
AVROTROS - De Hormoonfabriek, 14 feb 2015


Na het jarenlange gebruik van DDT lijkt het aanvankelijk dat de luizen volledig zijn uitgeroeid. Maar niets is minder waar: na een verbod op het middel waarvan de schadelijke effecten inmiddels duidelijk zijn, neemt vanaf 1970 het aantal besmettingen weer toe en niet alleen in Nederland. In ’78 is het aantal mensen met hoofdluis in Berlijn en Hamburg maar liefst 25 keer groter dan tien jaar daarvoor. De reden voor de groeiende luizenaantallen is vermoedelijk toe te schrijven aan de resistentie van de hoofdluizen tegen de meest gebruikte antiluismiddelen zoals lotions, shampoos en poeders.

Hoe vaak komt hoofdluis tegenwoordig voor?

In september 2017 voert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een groot luizenonderzoek uit: een steekproef onder 655 Nederlandse gezinnen. Daaruit blijkt dat 3% van de 0-18 jarigen op dat moment last heeft van hoofdluis. 

Per leeftijdscategorie zijn er grote verschillen te zien. Zo komt hoofdluis bij basisschoolkinderen het meest voor: zo’n 5% van deze groep rapporteert hoofdluis tijdens de steekproef. De meiden in deze categorie hebben drie keer vaker last van hoofdluis dan jongens. De haarlengte lijkt een belangrijke rol te spelen. Zo krijgen meiden met halflang of lang haar ruim twee keer vaker te maken met hoofdluis dan meiden met kort haar. Maar ook het gedrag van meisjes zou een rol kunnen spelen. Zo knuffelen ze vaker en houden ze logeerpartijtjes. Ideale situaties voor de kleine insecten om over te klimmen van het ene haar naar de andere. Daarnaast lijkt het gebruiken van haargel een belangrijk preventiemiddel te zijn: jongens die gel gebruiken hebben mogelijk minder vaak last van de parasieten dan jongens die geen haarproducten gebruiken.

Na de schoolvakanties lijkt het vaak alsof er een zogenaamde hoofdluisepidemie uitbreekt. Maar, dat líjkt slechts zo. Hoofdluis komt dan niet per se méér voor maar luizenmoeders en vaders ontdekken ze op school simpelweg vaker door de grondige controle. De controles worden voornamelijk uitgevoerd na de schoolvakanties om op die manier een frisse start te maken met een schone klas.

De Luizenkliniek Amsterdam Zuid ziet de laatste jaren een enorme stijging in het aantal jongeren met hoofdluis. De grootste groep klanten zijn meiden tussen de twaalf en achttien jaar met lang haar dat zij graag los dragen. Met name deze groep meiden schaamt zich erg voor het beestje dat in hun haren vertoeft. Ze zien de luizen het liefst per direct verdwijnen in plaats van wekenlang te moeten kammen. Volgens Morena Prasing van de Luizenkliniek Amsterdam Zuid komt de stijging van hoofdluis op middelbare scholen met name door het maken van de selfie. Tegen de Amsterdamse zender AT5 zegt ze daarover het volgende:

"Selfies zijn tegenwoordig zo dat je met je hoofden naast elkaar gaat om er leuk op te staan. Dat is genoeg tijd voor een luis om over te lopen."

Morena Prasing, Luizenkliniek Amsterdam Zuid.

Hoe verspreidt de hoofdluis zich?

De hoofdluis verspreidt zich uitsluitend door haar-op-haar contact. De beestjes kunnen niet springen, vliegen of zwemmen. Slechts héél snel klimmen. De hoofdluis voedt zich met menselijk bloed. Dat doet de luis zo’n drie tot zes maal per dag. Zonder zichzelf te voeden met ons bloed kunnen ze maar 8 tot 24 uur overleven. Daarna drogen ze uit en sterven ze.

"Een hoofdluis heeft je bloed nodig."

Wanneer een eitje (de neet) van de luis uitkomt, duurt het ongeveer zeven tot tien dagen tot het een volwassen hoofdluis is geworden. Dan begint de voortplanting. Gedurende haar hele luizenleven kan het vrouwtje zo’n tachtig tot honderd neten produceren. Niet alle neten die zij produceert zijn ook levensvatbaar. Die dode neten blijven halverwege het haar hangen. De neten die wel levensvatbaar zijn bevinden zich altijd dicht op de hoofdhuid. Dat is meestal achter de oren, onder de pony of in de nek, waar het klimaat voor de ontwikkeling van de neet optimaal is: warm en niet te droog.

Deel alinea

Zit de hoofdluis alleen op vies haar?

Vroeger werd gedacht dat kinderen met luizen vies waren. Gelukkig is dat idee en het taboe rond hoofdluis grotendeels verdwenen, want met persoonlijke hygiëne heeft het niets te maken. Sommige mensen zijn tegenwoordig zelfs van mening dat hoofdluizen juist heel schoon haar prefereren. Maar ook dat is niet helemaal juist. De parasiet heeft géén voorkeur voor vieze of schone haren. Dus of je haar nu enorm vettig is of brandschoon, de hoofdluis kan in ieder haar prima vertoeven.

De gedachte dat alleen onverzorgde mensen luizen zouden krijgen, is waarschijnlijk ontstaan door de verwarring over verschillende soorten luizen. In tegenstelling tot hoofdluizen, hebben kleerluizen namelijk wél alles te maken met (slechte) hygiëne. Deze Pediculus humanus corporis krijgt in vroeger tijden alle ruimte om eitjes te leggen in de naden van kleding of beddengoed vanwege het gebrek aan goede sanitaire voorzieningen. De parasiet is niet alleen hinderlijk, maar kan ook ernstige en besmettelijke ziektes overbrengen. Zo sterven tijdens de oorlog veel soldaten in loopgraven aan vlektyfusAlle ziekten die worden veroorzaakt door de bacterie Rickettsia vallen onder de noemer ‘vlektyfus’. De bacterie wordt verspreid door rattenvlooien en kleerluizen en heerst met name in gebieden waar mensen in onhygiënische omstandigheden leven. Er is geen vaccin tegen vlektyfus. , een ernstige ziekte die de luis overbrengt. Ook Anne Frank is hieraan waarschijnlijk overleden. 

Overlevenden van concentratiekamp Bergen-Belsen vertellen over de treintocht en de vreselijke ziektes die er heersen, waaronder vlektyfus.

Maar door de komst van de wasmachine en betere lichamelijke verzorging is de kleerluis zo goed als verdwenen. Slechts af en toe wordt bij daklozen de parasiet nog aangetroffen. In tegenstelling tot kleerluis, was je hoofdluis niet zomaar weg. Meerdere malen per dag verkleden of douchen heeft dus ook geen zin want de neten en luizen blijven muurvast in je haar zitten.

Deel alinea

Wat is de beste behandelmethode?

Hoofdluis zorgt meestal voor veel jeuk, maar niet altijd. Daarom is het aan te raden om eens per week je haar te controleren. Hoofdluizen hebben de grootte van een sesamzaadje en zijn normaliter lichtbruin tot grijsblauw van kleur en dit hangt af van het ontwikkelingsstadium waarin de luis zich bevindt. Als ze bloed hebben gezogen worden ze roodbruin. De neten lijken op roos. Het grote verschil is dat roos los in het haar zit en neten vast aan de haren blijven kleven.

Deel alinea


Wanneer er sprake is van hoofdluis is de beste aanpak het haar gedurende twee weken, iedere dag zorgvuldig door te kammen met een fijntandige kam. Daarbij kun je eerst een conditioner in het haar aanbrengen zodat het kammen wat makkelijker gaat maar dit hoeft niet. De neten zijn lastig te verwijderen omdat ze zo klein zijn maar de volwassen luizen blijven in de kam achter.

Het duurt zeven tot tien dagen voor het eitje uitkomt. Door twee weken te blijven kammen kun je alle hoofdluis verwijderen.

Volg daarbij het kamprotocol zoals hiernaast of hieronder beschreven.

1. Kam het haar goed uit met een gewone kam of borstel.

2. Kam scheidingen in het haar en verdeel het haar in strengen.

3. Gebruik een luizenkam/ netenkam. Begin dicht bij het hoofd en kam in één keer door tot aan het einde. Kam boven wit papier of de wasbak. Luizen zijn grijsblauw of roodbruin gekleurde spikkels en neten zijn grijs-wit. Inspecteer het haar achter de oren en in de nek extra goed.

Daarnaast kun je ook een anti-hoofdluismiddel gebruiken. Belangrijk is dat het middel de stof dimeticon (bijvoorbeeld de lotion XTLuis) bevat omdat de hoofdluis door de jaren heen ongevoelig is geworden voor de stoffen permitrine en malathion. Nóg belangrijker is dat je het anti-hoofdluismiddel gebruikt in combinatie met de dagelijkse, grondige kambeurten. Alleen een anti middel is niet voldoende voor de uitroeiing van hoofdluis.

Omdat de overdracht van hoofdluizen via kammen, mutsen, jassen, petten, sjaals, koptelefoons, knuffels en beddengoed eigenlijk nooit wetenschappelijk is aangetoond, worden geen omgevingsmaatregelen geadviseerd door het RIVM. Er is onvoldoende bewijs en om die reden worden ook luizencapes- en zakken niet aangeraden. 
Wat veel ouders wel doen is alle beddengoed wassen en de knuffels in de vriezer gooien. Desiree Beaujean, voormalig onderzoeker bij het RIVM zegt daarover in een interview met RTL het volgende: "De luis is een parasiet, die heeft bloed nodig. De luizen die op je dekbed gaan zitten, zijn een beetje de losers. Ze verplaatsen zich bijna nooit terug naar het hoofd en veroorzaken dan dus geen infestatie meer." Toch begrijpt Beaujean dat mensen alles wassen en bevriezen.  Ze hebben het gevoel dat alles vies is. Maar door al dat wassen denken mensen dat ze al enorm veel doen tegen de luizen, terwijl ze die tijd beter kunnen besteden aan wat echt helpt. En dat is:

"Kammen, kammen en nog eens kammen. Twee weken lang elke dag."

Desiree Beaujean, onderzoeker Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Feiten

Luizen kunnen zich ook verspreiden via haarborstels en elastieken waar nog haar in zit.

Luizen kunnen niet springen of vliegen (slechts heel snel bewegen).

Hoofdluis veroorzaakt lang niet altijd jeuk.

Volwassenen kunnen ook luizen krijgen.

Fabels

Luizen kun je krijgen van je huisdier.

Een luizencape werkt tegen de verspreiding.

Beddengoed heet wassen en knuffels invriezen is essentieel voor bestrijden van hoofdluis.

In een zwembad zwemmen luizen van hoofd naar hoofd.

In het kort

  • Hoofdluizen zijn al duizenden jaren op aarde aanwezig. Zo zijn restjes van hoofdluis gevonden in graftombes in Egypte en beschermt de elite zich in de 18e eeuw met de bekende 'sierpruik' tegen de kriebelige beestjes. 

  • In 1940 ontdekt de Zwitserse chemicus en Nobelprijs-winnaar Paul Hermann Müller de werkzaamheid van het verdelgingsmiddel DDT. Er wordt mee gestrooid als talkpoeder en even lijkt de bevolking (hoofd)luisvrij te zijn. 

  • Hoofdluis komt het vaakst voor bij basisschoolkinderen en voornamelijk bij meiden met halflang en lang haar die het graag los dragen. Tegenwoordig heeft zo’n 3% van de 0-18 jarigen op een gegeven moment te maken met hoofdluis. 

  • De hoofdluis verspreidt zich uitsluitend door haar-op-haar contact. De parasiet kan niet springen, vliegen of zwemmen. Slechts héél snel klimmen. Daarnaast heeft het beestje géén voorkeur voor vieze of schone haren en kan het in iedere haarsoort prima vertoeven.

  • De beste behandelmethode is het haar gedurende twee weken iedere dag zorgvuldig door te kammen met een fijntandige kam. Doe dit aan de hand van het kamprotocol. Daarnaast kun je een anti-hoofdluismiddel met de stof 'demiticon' gebruiken.

Deel dit venster