Waarom lijden de boeren het meest tijdens de Tachtigjarige Oorlog?

10 minuten leestijd

© Publiek Domein

Waarom lijden de boeren het meest tijdens de Tachtigjarige Oorlog?

Oorlogen

Je leest nu

Waarom lijden de boeren het meest tijdens de Tachtigjarige Oorlog?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 13
  • 1781

De basis voor ons land is gelegd in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Aan het einde van dit conflict vormen zeven gewesten een nieuw land: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Maar de oorlog verloopt niet overal hetzelfde. Terwijl het noordwesten van de Republiek veilig genoeg is om zich in een Gouden Eeuw te storten, lijdt en vreest de (boeren)bevolking in het zuiden en oosten. Waarom hebben die gewesten het zo zwaar? En komen ze er ooit bovenop? ​

Samengesteld door Marchien den Hertog - 80 Jaar Oorlog

© Publiek Domein

Het schilderij Soldaat te Paard, gemaakt door de Nederlander Gerard Ter Borch.

Hoe begint de Tachtigjarige Oorlog?

Moedeloos sjokt het paard de horizon tegemoet. Ook zijn berijder straalt verslagenheid uit. Het is 1634, schilder Gerard ter Borch lijkt vast te leggen hoe moe zijn land is van een oorlog die al 66 jaar gaande is. Wie realiseert zich nog dat Nederland ontstaan is in een bloederige oorlog? Een oorlog die bijna vier generaties treft. Een oorlog waaraan niemand in de Nederlanden zich kan onttrekken. Grootste slachtoffer: boeren en burgers.

De Tachtigjarige Oorlog wordt ook wel de Opstand genoemd. Hij begint namelijk in de jaren zestig van de zestiende eeuw met een rebellie van ontevreden edelen tegen de koning van Spanje, op dat moment hun wettige heer. Filips II schendt hun rechten, vinden ze, en zijn onderdrukking van het opkomende protestantisme is te streng.

Deel alinea

80 Jaar Oorlog is vanaf 28 september iedere vrijdag om 21.05 uur te zien op NPO 2 of online op NPO Start.

In 1568 betalen de edelen Egmont en Horne dit protest met hun hoofd. Hun medestander Willem van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht en prins van het kleine vorstendom Orange, vlucht en wordt aanvoerder van de rebellen.

Hoe proberen de Spanjaarden de opstandelingen te onderdrukken?

Na een moeizame start raken de rebellen begin jaren 1570 op stoom. De Opstand bevindt zich nog in de fase van guerrilla. Edelen van lagere komaf hebben zich verenigd onder de naam geuzen. Als ongeleide projectielen trekken ze rovend en verkrachtend door het land. Bij toeval nemen zij in 1572 het plaatsje Den Briel in, waarna verschillende steden in Holland en Zeeland zich bij de prins aansluiten.

Dat laten de Spanjaarden niet over hun kant gaan. Filips heeft de beruchte hertog van Alva gestuurd om de opstandige Nederlanden in het gareel te krijgen. Het Spaanse leger trekt naar het noorden en belegert de afvallige steden. De opgesloten bevolking krijgt honger en eet boomschors, koeienhuiden, katten en karrensmeer. Dagelijks treffen honderden kogels huizen, dieren, mensen: een flirtende soldaat, een baby in de armen van zijn moeder. Na capitulatie van hun stad worden de burgers van Mechelen, Zutphen en Naarden als afschrikwekkend voorbeeld afgeslacht.

Deel alinea
De verdedigingswerken van Naarden zijn anno 2018 nog altijd duidelijk te zien.

De opstandige provincies hebben tevergeefs geprobeerd een nieuwe heer te zoeken en besluiten om dan maar als Republiek verder te gaan. Bijna per ongeluk zijn ze zo een land geworden, aangestuurd door een college waarin ze allen vertegenwoordigd zijn: de Staten-Generaal.

In het stadhuis van Naarden slachten de Spanjaarden op 1 december 1572 honderden mensen af.

Hoe treft de Tachtigjarige Oorlog de boerenbevolking?

Voor het jonge land is bloed vergoten, veel bloed – en niet alleen van soldaten. Nog meer dan de burgers zucht de boerenbevolking onder troepen die tussen de steden trekken: heen, terug en weer heen. Want de soldaten van zowel Spanje als Staten-Generaal hebben onderweg onderdak en eten nodig. Daar moeten de dorpen voor zorgen. Zo vordert een Spaanse commandant in 1572 per twee man een kamer met een bed, wekelijks een schoon tafellaken en twee servetten, elke twee weken schone lakens en verder schotels, zitbanken, een tafel en alles wat nodig is om te koken.

Daar komt bijvoorbeeld nog bij: een pond wittebrood per dag, twee pond roggebrood voor de knecht, twee pond ossenvlees en twee pinten bier. Sommige soldaten zijn nog niet tevreden. In augustus 1598 logeren honderd man in Weert. Ze sturen de zeventigjarige Hanrick Petersen naar Eindhoven om hutspot en wittebrood voor ze te halen – “zorg dat je alles brengt, anders zullen we je zo slaan, dat je het nooit zult vergeten”.

Deel alinea
Boerenverdriet door David Vinckboons, 1619

Als een zwerm sprinkhanen laten de troepen een spoor van vernieling achter. In één overnachting consumeert een compagnie de oogst van een jaar. Voor het maken van een verdedigingsbolwerk worden alle bomen gekapt en het houtwerk uit de huizen gesloopt.

Welke genadeloze tactieken passen beide partijen toe?

In het najaar van 2016 vinden drie ‘detectorarcheologen’ bijna 90 zilveren munten in de grond bij het dorpje Westwoud. “Een vijfsterrenvondst,” glundert de directeur van het West-Fries Museum. Aangenomen wordt dat een West-Friese boer, gevangen tussen twee kwaden, de schat (waarde vertaald naar nu ‘een luxe Duitse auto’) verstopt heeft voor naderende geuzen of Spanjaarden.

Deel alinea

”Als ze beesten waren geweest, hadden ze niet zwaarder belast kunnen zijn. Of het nu de geuzen waren of de soldaten van de koning die hen overweldigden, ze werden door beiden even genadeloos behandeld,” schrijft monnik Wouter Jacobsz in september 1673 over het lot van de boeren in zijn dagboek.

thumbnail

Voor het eerst in 125 jaar wordt er in West-Friesland een grote zilverschat ontdekt. 

Maar niet alleen rovende troepen vormen een bedreiging. Regelmatig zet het Staatse leger land onder water, bijvoorbeeld in 1573 om Alkmaar te bevrijden. Jarenlang kunnen de akkers niet bebouwd worden, de eigenaren mogen blij zijn als de dijkschade vergoed wordt.

Tijdens het Beleg van Alkmaar vernielen overstromingen de oogst van de boeren.

Even erg is de tactiek van de verschroeide aarde, begin jaren tachtig toegepast in het gebied rond Den Bosch door zowel Alva als later Willem van Oranje: in een systematische kaalslag worden oogsten vernietigd, huizen verbrand en het vee meegenomen zodat de vijand geen voedsel heeft.

Hoe krijgt het leger van de Republiek de overhand?

De stadhouders beseffen dat dit niet vol te houden is. Willem van Oranje maakt een begin met het disciplineren van zijn troepen. Zijn zoon en opvolger Maurits hervormt het leger op een manier die nog steeds in de moderne krijgsmacht te herkennen valt. Vanaf 1588 heeft de Republiek een permanent leger en krijgen de manschappen regelmatig loon. Nu kunnen ze voor hun eten en inwoning betalen. Ook komt er een duidelijke militaire hiërarchie en strenge tucht, met straffen voor wangedrag binnen en buiten het kamp.

De legeraanvoerder drilt zijn soldaten tot ze op het slagveld blindelings bevelen kunnen uitvoeren. Een hele middag lang moeten de soldaten “zich opstellen in slagorde, keren, wenden, zwenken, breken en maken, zich aansluiten en weer separeren”, schrijft een ooggetuige. De exercities werpen hun vruchten af.

Deel alinea
Oefenen, oefenen, oefenen. Alle exercities zijn vastgelegd in het handboek de Wapenhandelinge, stap voor stap geïllustreerd door Jacob de Gheyn.

Het Staatse leger wordt een stuk effectiever en handelbaarder. De plunderingen worden minder, muiterijen komen nauwelijks voor. De onderbetaalde troepen van Spanje daarentegen komen tussen 1589 en 1607 wel veertig keer in opstand en roven alles wat los en vast zit. ‘Estamos aqui o en Flandes’ – ‘Zijn we hier of in de Nederlanden?’, wordt in het moederland een gevleugelde uitdrukking voor mensen die zich niet gedragen.

Het afvuren van een musket vereist maar liefst 42 handelingen.

Hoe bloeit het Hollandse gewest na het Twaalfjarig Bestand op?

De legerhervormingen van Maurits zijn succesvol, de Spaanse schatkist is leeg. Maar aan het begin van de zeventiende eeuw boekt geen van beide partijen meer terrein. Als uitgeputte boksers staan ze tegenover elkaar, snakkend naar rust. Er komt een wapenstilstand van twaalf jaar, daarna wordt de oorlog hervat.

Al voor dit Bestand heeft Maurits met de verovering van Geertruidenberg alle vestingsteden langs de grens van Holland in handen gekregen. De ‘Tuin van Holland’ is gesloten, maar voor zijn broer Frederik Hendrik is dat niet genoeg. Als hij Maurits in 1625 opvolgt wil hij de droom van zijn vader waarmaken: de noordelijke én zuidelijke Nederlanden verenigd en onafhankelijk.

Deel alinea
De replica van het VOC-schip Prins Willem symboliseert de economische voorspoed tijdens de Gouden Eeuw.

Zijn vaders droom vervullen lukt hem niet, maar de steden die Frederik Hendrik verovert in de jaren twintig en dertig leggen een buffer om de Hollandse ‘tuin’. En dat gewest komt in de jaren die volgen, met hulp van de protestanten die uit Antwerpen zijn gevlucht, tot grote bloei. In de Gouden Eeuw wordt gehandeld, gereisd, gekocht en ontdekt, geschilderd, gebouwd en gedicht. Een nieuwe elite wentelt zich in luxe. In het westen van de Republiek wordt oorlog een snel vervagende herinnering.

De Gouden Eeuw bracht in Amsterdam veel rijkdom met zich mee.

Profiteert de boerenbevolking ook van de opbloei?

In het zuiden en oosten is de oorlog helaas nog bittere realiteit. Gelderland, Brabant, Limburg vormen het slagveld. Beide partijen gedragen zich weliswaar beschaafder, ze weten het platteland wel uit te knijpen. Door oorlogsbelasting te heffen, plundering af te laten kopen, door gijzelaars mee te nemen en losgeld te vragen. En nog steeds geldt: als je niet krijgt, dan pak je het.

De rijkdom verschuift van het platteland naar de steden. Want rondom steden staan muren die de vijand buiten houden. De boeren zijn overgeleverd aan de grillen van wie er maar langskomt. Toch doen ook zij pogingen om zich te beschermen.

Deel alinea

De Tachtigjarige Oorlog zorgde voor enorme verarming op het Nederlandse platteland.

In Brabant en Limburg bouwen de boeren schuilplaatsen, ook wel boerenschansen genoemd. Een stuk grond ter grootte van een voetbalveld, uit het zicht, met een greppel en een wal eromheen, vol braamstruiken en brandnetels. Zo’n honderd mensen kunnen zich er terugtrekken, met hun schapen, koeien, kippen en waardevolle spullen. Er zijn strenge regels om het compacte samenleven in goede banen te leiden. De boerenschans wordt een icoon van de ellende van de boerenbevolking.

Hoe uiten de verschillen tussen de steden en het platteland zich?

In het zuiden en oosten van de Republiek is er geen sprake van een Gouden, maar van een Zwarte Eeuw. Hele gebieden zijn er ontvolkt geraakt. Ontvoeringen, moorden, verkrachtingen. Branden, diefstal, ontruiming. Kaalslag en onder water gezet land. Armoede, ziekte, dood.

Het brengt de gewesten op een achterstand die er nog steeds bitter herinnerd wordt en beschouwd wordt als een groot gat in de geschiedschrijving van de Gouden Eeuw. Daar in het westen kreeft en oesters, en hier, uit het zicht, dood en verderf. Een vergeten tragedie.

Deel alinea

In het kort

  • De Tachtigjarige Oorlog begint in 1568 als een opstand van edelen tegen de Spaanse koning. Edelen zijn ontevreden over de Spaanse koning Filips II, op dat moment hun wettige heer. 

  • Filips II stuurt de hertog van Alva naar de opstandige Nederlanden. Het Spaanse leger belegert afvallige steden, hongert de bevolking uit en moordt steden als Naarden uit.

  • Niet burgers en soldaten, maar de boeren lijden het meest onder de Spaanse tirannie. De boerendorpen worden gedwongen hun voedsel af te staan aan beide legers en moeten hen ook onderdak bieden.

  • De boerenbevolking wordt niet alleen door het Spaanse leger slecht behandeld. Ze hebben te maken met rovende Spanjaarden, maar het eigen leger zet regelmatig hun land onder water. Zo zijn de akkers na de bevrijding van Alkmaar jarenlang onbruikbaar.

  • De zoon en opvolger van Willem van Oranje, Maurits, maakt zijn leger effectiever en handelbaarder. Er komt een duidelijke militaire hiërarchie en op wangedrag staan strenge straffen. Ondertussen roven de onderbetaalde en opstandige Spaanse troepen nog altijd door.  

  • Na een wapenstilstand van twaalf jaar heeft Maurits het Hollandse gewest volledig in handen. Met hulp van gevluchte protestanten uit Antwerpen bloeit het gewest op. In de Gouden Eeuw die volgt wentelt het westen van de Republiek zich in luxe.

  • Aan de andere kant van het land vervaagt de oorlogsherinnering, maar de boerenbevolking loopt tijdens de Gouden Eeuw een grote achterstand op. De rijkdom is verschoven naar de steden.

  • Het platteland kent geen Gouden Eeuw, maar een Zwarte Eeuw. Er wordt gemoord en gestolen, terwijl het land kaal is en onder water staat. In het westen kreeft en oesters, in het zuiden en het oosten dood en verderf. 

Deel dit venster

collection

80 Jaar Oorlog

80 Jaar Oorlog is een geschiedenisserie die de ontwikkeling schetst van een relatief kleine opstand naar een grootschalige 'professionele' oorlog.