Wat maakt de Gouden Eeuw zo bijzonder?

9 minuten leestijd

© Rijksmuseum

Wat maakt de Gouden Eeuw zo bijzonder?

Familiegeschiedenis

Je leest nu

Wat maakt de Gouden Eeuw zo bijzonder?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 7
  • 2333

In de zeventiende eeuw blaakt de Republiek van ondernemingszin, durf en creativiteit. De welvaart groeit, wetenschap en kunst bloeien, en er wordt de basis gelegd voor de overlegcultuur en tolerantie waar Nederland zich nog steeds op beroemt. Hoe ontstaat deze eeuw, en is alles wel goud wat er blinkt?

Samengesteld door Marchien den Hertog - Verborgen verleden

Waar komt de welvaart in de Gouden Eeuw vandaan?

Een Gouden Eeuw? Johan Huizinga vindt het niet direct een adequate beschrijving. Woorden als pek, teer, hout en staal geven de tijd beter weer, meent hij. En de beroemde historicus heeft gelijk; de basis voor de Gouden Eeuw wordt gelegd vóórdat kunst en wetenschap gaan bloeien en de schatten uit Azië binnenstromen.

© Museum Boijmans Van Beuningen via Wikimedia

Op de beurs in Amsterdam komen handelaren van alle nationaliteiten bij elkaar.

Dat gebeurt niet zozeer in Indië of Brazilië, maar met de handel op de Oostzee – in graan en in…  wapens. Want de spectaculaire economische bloei in de zeventiende eeuw komt voort uit een oorlog die tachtig jaar duurt. Uit de opstand van een verzameling losse gewesten tegen Spanje ontstaat bijna tegen wil en dank een nieuw land: de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Deel alinea

In de tweede helft van het conflict wordt in het westen nauwelijks meer gevochten, maar vooral geld verdiend. Veel geld. In de zogeheten moedernegotieDe ‘moeder van de handel’ is de handel met het Oostzeegebied. De Nederlandse kooplieden halen er hout, graan en andere bulkgoederen die ze weer verkopen in Zuid-Europa. Hierdoor wordt Amsterdam de belangrijkste stapelmarkt ter wereld. ontwikkelen Hollandse kooplieden efficiënte schepen om graan, zout, hout en huiden uit het Oostzeegebied te halen en verhandelen die weer naar het zuiden. Nog in 1630 is meer dan de helft van de Amsterdamse handel afkomstig uit Polen, Zweden en het Baltische gebied.

"Het is of de opstand ons vleugels geeft."

Onder het motto ‘Uit oorlog komt vrede voort’ maken en verkopen de broers Louys en Elias Trip er kanonnen en geweren. Ook de vader van Rembrandts Oopjen wordt steenrijk van de handel in buskruit en graan. Durf en ondernemerszin, dat kenmerkt de kooplieden van deze tijd.

Ze hebben geleerd hun risico’s te spreiden over verschillende ondernemingen en ze te delen door voor het eerst aandelen uit te geven. Om al het handelsgeweld in goede banen te leiden wordt een internationale financiële infrastructuur opgetuigd. Met zijn koopmansbeurs, wisselbank en bank van lening wordt Amsterdam het centrum van de wereld. De stad bloeit en groeit.  In de straten klinkt Duits, Pools, Zweeds, maar ook Frans, Portugees, Italiaans en Arabisch.

De geschutgieterij van Hendrik Trip in Zweden. Hij verdient een fortuin met de handel in wapens.

Hoe komt Nederland aan zijn overlegcultuur?

De zwakte én kracht van de Republiek is haar diversiteit – in alles: godsdienst, politiek, samenstelling van de bevolking, gewesten. Staatsgezinden staan tegenover aanhangers van de Oranjes, stad tegenover platteland. In dit middelpuntvliedende bestel ontstaat de befaamde Nederlandse tolerantie; niet zozeer een ideaal, maar praktische noodzaak.

De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start

De publieke kerk is die van de protestanten, maar artikel 13 uit de Unie van Utrecht geldt nog steeds. Andere religies mogen hun geloof belijden – alleen niet openlijk. Verschuilen de katholieken hun kerken nog achter de gevel van een woonhuis; de Portugese synagoge staat monumentaal en fier midden in de stad.

Deel alinea
In de staten Generaal nemen vertegenwoordigers van alle gewesten gezamenlijk besluiten.

Vanwege de sociale orde wordt saamhorigheid gekoesterd. Uniek voor het jonge land is de omgangsoecumene. Partijen kunnen van mening verschillen, maar toch prima met elkaar omgaan. Uit eigenbelang worden problemen samen opgelost. Maar onderhandeld en gedebatteerd wordt er wel degelijk.

In de Staten-Generaal nemen vertegenwoordigers van alle gewesten gezamenlijk besluiten. Er heerst een ware discussiecultuur; iedereen praat overal over mee.  Ook de burgers twisten over politiek, in felle pamflettenpolemieken. Ze richten zich met verzoekschriften tot de regenten: over afval op straat, met klachten over de buren.

Antonius Wiericx, voorvader van Astrid Kersseboom, sluit in 1623 een weddenschap af over het einde van de Tachtigjarige Oorlog.

Het is de reden dat men grote waarde hecht aan huiselijkheid. Elk gezin is een microstaat, waar orde en netheid horen te heersen. De staat functioneert alleen naar behoren als elk van haar delen dat doet.

Waarom brengt deze tijd zoveel prachtige kunst voort?

Geen wonder dat die huishoudens verheerlijkt worden door schilders als Jan Steen, Vermeer en Rembrandt, in een explosie van creativiteit die de Nederlandse kunst uit deze tijd wereldberoemd maakt. Wat daar nu nog van over is, is slechts het topje van een ijsberg  aan zilverwerk, schilderijen, architectuur en boeken die de Gouden Eeuw voortbrengt.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

De bevolkingsgroei, commercialisering, steeds meer mensen die kunnen lezen en een groeiende koopkracht brengen iets op gang wat we nu een creatieve industrie zouden noemen. Grote voorwaarde: de verstedelijking. Nergens in Holland hoef je verder dan dertig kilometer te reizen naar een volgende stad. In het dichtbevolkte westen van de Republiek zijn collega’s, klanten en leveranciers altijd in de buurt.

Zo worden kennis en vaardigheden makkelijk overgedragen. Wonen er in 1570 nog 39 schilders in de grote steden, in 1650 zijn dat er maar liefst 506. Kunstenaars en wetenschappers profiteren van de economische voorspoed, maar zijn – net als nu – tegelijkertijd aanjagers van groei en vooruitgang. Handig spelen ze in op de markt door zich te specialiseren in een genre of snelschildertechnieken te introduceren.

Deel alinea
Een minder gefortuneerde schilder in zijn atelier. Ook de gewone burger kon zich zijn werk veroorloven.

De nieuwe rijken, maar ook stadhouder Frederik Hendrik die een hofcultuur ontwikkelt, willen hun welvaart aan de hele wereld tonen. Zelfs de gewone burger hangt kunst aan zijn muur: geen beroemde meesters, maar kopieën, prenten of werk van mindere schilders. Voor anderhalve gulden kun je een heel aardig werkje kopen. Buitenlandse bezoekers kijken hun ogen uit in de Hollandse huiskamers.

Hoe hebben migranten bijgedragen aan de Gouden Eeuw?

Handel en kunst krijgen een grote impuls door de instroom van met name Vlaamse vluchtelingen, op de vlucht voor economische malaise na het sluiten van de Schelde, of vervolgd vanwege hun calvinistische geloof. Rond 1650 is veertig procent van de bevolking in de westelijke steden geboren in het buitenland. 

© Museum de Lakenhal

Veel Vlaamse migranten gaan aan het werk in de lakenindustrie, die bijvoorbeeld in Leiden tot stormachtige bloei komt.

De migranten wekken weerzin op en worden bespot vanwege hun flamboyante kleding en manieren. Maar in de Republiek weet men maar al te goed hoe het is om vervolgd te worden om het geloof: veel protestanten én katholieken hebben enige tijd in ballingschap moeten doorbrengen.

Deel alinea

Bovendien nemen de vluchtelingen hun contacten en kennis mee. Dus worden ze welkom geheten, zelfs gelokt met woningen en gratis burgerschap. Zo dragen de Vlamingen, en later Duitsers op de vlucht voor de Dertigjarige Oorlog, Portugese joden en Franse hugenoten, bij aan de welvaart in dit pluriforme, kosmopolitische land.

De omhoog geklommen kooplieden krijgen adellijke pretenties en bouwen weelderige buiten de stad.

Maar zoals de Gouden Eeuw-generaties van Astrids Kerssebooms voorvaderen Leermans laten zien: ook andere inwoners van de Republiek zijn veel in beweging. Ze wisselen net zo makkelijk van beroep als van sociale klasse of woonplaats. Ze vestigen zich in een andere stad, reizen naar Azië, Afrika en Amerika, en de rijken maken een grand tour door Europa.

In de maatschappij van de Gouden Eeuw is het makkelijk klimmen – en dalen. Binnen enkele generaties zijn de kooplieden in de Republiek uitgegroeid tot uitbuikende regenten, die het breed laten hangen: ze kopen buitenpaleizen aan de Vecht en investeren in het droogleggen van de polders.

Maar de in zijn tijd al gelauwerde dichter Joost van den Vondel, kind van doopsgezinde vluchtelingen uit Antwerpen, moet een baantje bij de Stadsbank van Lening nemen om rond te komen na het faillissement van zijn kousenzaak. Kleinzoon Justus is niet meer dan een arme schoenlapper.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO Start.

Waar komt de kennishonger in de Gouden Eeuw vandaan?

De open debatcultuur in de Republiek bevordert kritisch denken. Over heel veel mag worden gesproken, het verguisde Copernicaanse stelsel bijvoorbeeld, dat de zon in het midden van ons planetenstelsel plaatst. De discussies brengen de wetenschap tot grote bloei. Buitenlandse filosofen als John Locke en René Descartes trekken naar de Republiek.

Nieuwsgierigheid is niet meer in toom te houden in een ware wetenschappelijke revolutie. Het menselijk lichaam wordt ontleed, insecten en sperma onder de microscoop gelegd en de wereld in kaart gebracht.

Deel alinea

De microscoop, een uitvinding van Nederlandse bodem? De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start.

Neem Jan Huygen van Linschoten. Hij vaart met een Portugees schip naar Indië. Onderweg geeft hij zijn ogen goed de kost en maakt aantekeningen van alles wat hij ziet. In 1596 publiceert hij met hulp van anderen een Itinerario: een gedetailleerd reisverslag – met zeilinstructies. Deze ‘Sleutel tot de Oost’ is een sensatie en een bestseller die generaties kooplieden de weg wijst naar Indië.

© Rijksmuseum

De Republiek is in de zeventiende eeuw het meest geletterde land ter wereld.

Het is niet het enige boek dat goed verkoopt. Nergens is de algemene ontwikkeling zo hoog als in de Republiek. Kijk naar de vlotte mooie handtekening die Hendrick Leermans in 1669 onder een volmacht zet om zijn zaken te behartigen als hij naar het noorden vertrekt. Het is duidelijk dat hij een goede opleiding heeft genoten.

Rond 1585 kan 55 procent van de mannen en 32 procent van de vrouwen hun naam schrijven. In 1700 is dit zelfs 70 en 51 procent. Dit menselijke kapitaal komt economie, kunst en wetenschap ten goede, maar ook het publieke debat. Boeken, prenten en pamfletten vormen de openbare mening over macht, kerk en politiek.

In de zeventiende eeuw is de Republiek dan ook het best geïnformeerde land ter wereld. In 1618 verschijnt in Amsterdam de allereerste gedrukte krant. Het aantal drukkers in de hoofdstad groeit explosief: van 20 in 1600 naar 107 in 1675. Omdat al die drukkers werk willen, is iedereen die iets te drukken heeft welkom. En men komt, in grote getale, want de vrijheid om te drukken is groot.

De bocht van de Herengracht bij de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam, in 1672, door Gerrit Berckheyde.

Had de Gouden Eeuw een zwart randje?

Maar zelfs in de Republiek heeft de vrijheid van denken een ondergrens. In 1669 sterft Adriaen Koerbach in het rasphuis. De kritiek die Koerbach, één van de radicaalste verlichters van zijn tijd, levert op de kerk gaat de autoriteiten te ver. Koerbach wordt nota bene verraden door zijn drukker. Het manifest van filosoof Baruch Spinoza waarin hij pleit voor de vrijheid van filosoferen zonder inmenging van theologie wordt verboden.  

De machthebbers laten de teugels vieren, maar niet te ver. En ook al praat iedereen mee, regeren is een aangelegenheid voor de elite: de 2 miljoen inwoners van de Republiek worden geregeerd door naar schatting 2000 bestuurders: 1 promille van de bevolking.

Die zelfgenoegzame regenten krijgen aristocratische pretenties, hun tafels buigen door onder de pasteien en het gebak. Rechtzinnige kooplieden reageren met spreekwoordelijk onbehagen en introduceren de Amsterdamse Weeldewet van 1655: een bruiloft mag niet langer dan twee dagen duren, met maximaal vijftig gasten, zes muzikanten en twee gangen per maaltijd.

Een bedelaar vraagt een rijke koopman om een aalmoes. Er is een groot verschil tussen arm en rijk.
Deel alinea

Maar ook aan de spreekwoordelijke rijkdom van de Gouden Eeuw zit een grens. Weliswaar worden de gefortuneerden steeds rijker en machtiger, de levensstandaard van twee derde van de bevolking gaat achteruit. Zijn de nominale lonen relatief hoog, de belastingdruk is zwaar: belasting wordt geheven op zo’n beetje alles, van bier en tabak tot fruit, vlees en turf.

De Nederlander krimpt dan ook, van 1 meter 70 in de late Middeleeuwen tot 1.66 in de zeventiende en achttiende eeuw. En zijn gemiddelde levensverwachting is bescheiden. Wie oud is of ziek wordt, is afhankelijk van familie. De onderste laag van de bevolking moet zich in bochten wringen om de eindjes aan elkaar te knopen. De hierboven geprezen mobiliteit is vaak bittere noodzaak.

Want de arbeidsvoorwaarden bij de geroemde VOC zijn zo slecht dat alleen de volstrekt hopelozen zich aanmelden. Eilanden worden uitgemoord om een specerij te bemachtigen. Na enige aarzeling storten de Nederlanders zich op de slavenhandel. Uiteindelijk is de mentaliteit van de Nederlandse koopman hard en amoreel en is hij volstrekt niet in staat zich te verplaatsen in de mensen die hij op zijn tochten ontmoet.

"Ooit waren de Nederlanders de dappere opstandelingen tegen de brute wereldmacht Spanje. Nu zijn ze zelf een wereldmacht." 

Hoe mensen door de eeuwen heen het heft in eigen handen hebben genomen, dat is Astrid Kersseboom het meest bijgebleven van de zoektocht naar haar verborgen verleden. De Republiek in de Gouden Eeuw is misschien wel de eerste plaats en tijd waarin dat in zekere mate mogelijk is, om te beginnen met de individuele vrijheid van godsdienst. Maar voor een groot deel van de bevolking zullen materiële factoren deze vrijheid nog eeuwenlang  beperken.

De schepen van de VOC.

Het verborgen verleden van Astrid Kersseboom

Kuiper Maerten Leermans, voorvader van nieuwslezeres Astrid Kersseboom, trekt in de zestiende eeuw van het Vlaamse Retie naar Antwerpen om daar een bestaan op te bouwen. Zijn zoon Hans verhuist in 1644 naar Brussel en wordt er handelaar in zijden lakens. En diens zoon Hendrick vertrekt op zijn beurt in 1669 naar Amsterdam, waar waar hij als wijnverlater en huisjesmelker zijn geld belegt in tientallen huizen.

De hele uitzending zien? Kijk op NPO Start

De Gouden Eeuw: een tijd van ongekende mogelijkheden. Waarom is deze tijd zo uniek?

Deel alinea

In het kort

  • De Republiek en met name Holland wordt rijk van de handel met het Oostzeegebied, waardoor Amsterdam de belangrijkste haven ter wereld wordt. Dit geld wordt geïnvesteerd in de handel overzee.

  • De Republiek bestaat uit zeven gewesten en andere godsdiensten worden er getolereerd. In debatten en discussies probeert iedereen met elkaar tot consensus te komen.

  • De kennis en contacten van migranten uit het zuiden geven de cruciale impuls aan de vernieuwing in handel en nijverheid die de basis vormen voor de Gouden Eeuw.

  • Het publieke debat en de hoge geletterdheid in de republiek stimuleren wetenschap en media, in de vorm van een stroom boeken en de eerste gedrukte kranten.

  • Maar niet alles blonk in de Gouden Eeuw. Het grootste deel van de bevolking kan nauwelijks rondkomen, en in de koloniën wordt de bevolking uitgebuit, gedood of tot slaaf gemaakt.

Deel dit venster