Schilders en bedelaars: het verborgen verleden van Irene Moors

5 minuten leestijd

© NTR/VPRO

Schilders en bedelaars: het verborgen verleden van Irene Moors

Kunst

Je leest nu

Schilders en bedelaars: het verborgen verleden van Irene Moors

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 11
  • 6141

Terwijl sommige voorouders van presentatrice Irene Moors hun leven in grauwe armoede slijten, leven anderen in een kleurrijke wereld van kunst en toneel. Via haar moeders stamboom leert Irene de mannen Jan Obbelaar en Pieter Barbiers kennen. De één is een arme Zeeuw die overlijdt in een gesticht en de ander speelt een belangrijke rol in de Amsterdamse theaterwereld.

Samengesteld door Anne Verwaaij - Verborgen verleden

Verplicht naar het gesticht

Als Irene Moors zes generaties teruggaat in haar stamboom, belandt ze bij de Zeeuwse Jan Obbelaar of Hobbelaar - zijn naam staat op verschillende manieren opgeschreven in de archiefstukken.

Jan woont en werkt het grootste deel van zijn leven in Vlissingen. Maar op zijn overlijdensakte staat het gesticht van de Noord-Hollandse stad Hoorn. Hoe is hij daar terechtgekomen?

De hele aflevering zien? Kijk vrijdag 19 januari om 21.10 uur naar NPO 2.

Deel alinea

Verbod op bedelen
De link tussen een gesticht en psychiatrische patiënten is tegenwoordig snel gelegd, maar in het verleden zijn gestichten ook plekken waar arme burgers kunnen wonen en werken. Het zijn een soort liefdadigheidsinstellingen, maar een verblijf in zo’n gesticht is vaak wel onder dwang.

In de loop van de negentiende eeuw verslechtert de economische situatie in Nederland waardoor steeds meer mensen in armoede vervallen. Deze mensen moeten zoveel mogelijk van de straat worden gehouden, is ook in die tijd de gedachte.

Het Bedelaarsgesticht in Hoorn opent in 1818 zijn deuren. Al sinds 1754 geldt in de stad een verbod op bedelen en het tonen van gebreken, zoals een lichamelijke handicap, in het openbaar. Wie zich daar niet aan houdt, wordt opgepakt en vastgezet in het gesticht. Zoiets is ook Jan Obbelaar overkomen.

© Westfries Museum/Publiek Domein

De timmerwerf op het Oostereiland in Hoorn omstreeks 1800.
In hetzelfde gebouw is vanaf 1818 het Bedelaarsgesticht gehuisvest.

Leven in het gesticht
De schrijver en politicus Jacob van Lennep bezoekt in de zomer van 1823 het Bedelaarsgesticht van Hoorn en beschrijft wat hij aantreft: “Dit gesticht ligt afgescheiden van de stad, [...] der mannen, en hun werkplaats, waar zij zich met het maken van karpetten, tafelkleeden, netten, enz. bezig houden: allen zagen er bleek en vervallen uit; eene bovenzaal was voor gebrekkigen bestemd, die lichter werk deden. – De vrouwen waren met breien en spinnen in een ander vertrek bezig.”

De leefomstandigheden die Van Lennep omschrijft, zijn dus niet zo best. Dat blijkt ook uit het aantal sterfgevallen in het gesticht. Alleen al tussen 1819 en 1821 overlijden 209 mensen. In het Bedelaarsgesticht is in totaal plek voor iets meer dan duizend bewoners.

Jacob van Lennep (1802-1868)

Op de snijtafel
Het gesticht in Hoorn werkt in de negentiende eeuw nauw samen met de geneeskundige school van de stad. De heelmeesters en vroedvrouwen in spe mogen oefenen op de invalide en zieke bedelaars die in het gesticht verblijven.

Bovendien krijgen de studenten toegang tot de lichamen van overleden bewoners van het gesticht. Waarschijnlijk is ook Jan Obbelaar na zijn dood op de snijtafel van de school beland voor de lessen over de menselijke anatomieVakgebied waarin mensen onderzoek doen naar de werking en de structuur van het menselijk lichaam. .

Strafkolonie
Het Bedelaarsgesticht in Hoorn bestaat amper twintig jaar als het alweer wordt gesloten. Dit gebeurt kort na de dood van Jan Obbelaar in 1828. Veel bewoners zijn dan allang vertrokken: alle mensen die nog in staat zijn om te werken, worden door het gesticht naar Drenthe gestuurd.

Daar heeft de Nederlandse generaal Johannes van den Bosch een groot stuk woeste grond gekocht waar hij zijn verpauperde landgenoten vanaf 1818 probeert om te vormen tot deugdzame boeren. Hij noemt zijn project de Maatschappij van Weldadigheid.

Vakgebied waarin mensen onderzoek doen naar de werking en de structuur van het menselijk lichaam.

De hele aflevering zien? Kijk op NPO.nl

Failliet
De Nederlandse overheid ziet heil in dit project en dwingt bedelaars, landlopers en andere kansarmen uit het hele land om naar Drenthe te verhuizen. In zogenaamde strafkoloniën moeten ze hard werken en zich aan strikte regels houden.

In 1843 blijkt de financiële toestand van deze strafkoloniën niet houdbaar. Als Van den Bosch ook nog eens overlijdt, ziet de overheid zich genoodzaakt om de koloniën over te nemen en de armenzorg weer uit te besteden aan de ouderwetse gestichten en gevangenissen.

De hele aflevering zien? Kijk vrijdag 19 januari om 21.10 uur naar NPO 2.

De Amsterdamse schouwburg

In mei 1772 voltrekt zich aan de Keizersgracht een ramp voor de theaterwereld in Amsterdam. De schouwburg van de hoofdstad brandt volledig af. Dit maakt waarschijnlijk diepe indruk op de voorouder van Irene Moors, Pieter Barbiers. Hij werkt dan al jaren voor de stadsschouwburg als decorontwerper.

Pieter Barbiers

Deel alinea

De verloren decors van Pieter Barbiers
De schouwburg die in 1772 in brand vliegt, opent voor het eerst haar deuren in 1638. Speciaal voor deze gelegenheid schrijft de dichter en toneelschrijver Joost van den Vondel het toneelstuk Gijsbrecht van AemstelEen treurspel van Joost van den Vondel over de politieke machtsstrijd in Amsterdam in de veertiende eeuw.

Gijsbrecht van Aemstel keert daarna ieder jaar terug naar de schouwburg. Het is altijd de openingsvoorstelling van het nieuwe theaterseizoen. Irenes voorouder Pieter Barbiers is een van de beste decorschilders van zijn tijd en ontwerpt daarom ook voor dit toneelstuk een decor.

© Publiek Domein

Decorontwerp Gijsbrecht van Aemstel door Pieter Barbiers

Niet alleen in Amsterdam is Pieter geliefd om zijn decors. Hij begint zijn carrière als behang- en waaierschilder, maar al snel groeit hij uit tot een van de weinige decorschilders in Nederland. Daarom maakt Pieter Barbiers niet alleen decors voor de schouwburg van Amsterdam, maar ook voor die in Leiden, Rotterdam en Den Haag. Alle kunstwerken die Pieter Barbiers heeft gemaakt voor de Amsterdamse schouwburg gaan bij de brand van 1772 verloren.

De hele aflevering zien? Kijk vrijdag 19 januari om 21.10 uur naar NPO 2.

Oorzaak van de brand
De theatermakers willen meer licht op het toneel, daardoor gaat het in 1772 zo mis. Ze verdubbelen het aantal kaarsen in de zaal, want dat is in die tijd nog de enige bron van licht. Tijdens een voorstelling vatten de gordijnen van het decor vlam.

Bijkomend probleem is het theater zelf, dat helemaal is gemaakt van hout. Er is hierdoor geen houden aan: de schouwburg brandt tot de grond af. Hierbij komen achttien bezoekers en een brandweerman om het leven.

Brand in de Amsterdamse schouwburg, ets van Pieter Barbiers

De houten loods
Snel start Amsterdam de bouw van een nieuwe schouwburg en slechts twee jaar later opent die haar deuren, weliswaar op een andere locatie: het Leidseplein. In eerste instantie is ook het nieuwe pand helemaal van hout gemaakt. In de volksmond krijgt het gebouw als bijnaam ‘de houten loods’.

Pas honderd jaar later, in 1874, krijgt de Amsterdamse schouwburg een stenen buitenmuur. En toch gaat het opnieuw helemaal fout. Wanneer in februari 1890 op het Leidseplein een groot vuurwerkspektakel is te zien, vat de schouwburg vlam.

Rijke Amsterdammers en de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Toneel slaan meteen de handen ineen en financieren een nieuwe schouwburg. Dit keer moet het gebouw helemaal van steen worden gemaakt. In 1894 opent de huidige stadsschouwburg in Amsterdam.

Traditie van 300 jaar
Ondanks de twee branden houdt Amsterdam haar theatertraditie in ere: onafgebroken is Gysbrecht van Aemstel de openingsvoorstelling in de schouwburg. Tot de jaren 60. Dan sneuvelt de traditie na ruim driehonderd jaar.

In het kort

  • In de negentiende eeuw vervallen veel mensen tot armoede door de slechte economische situatie in Nederland.

  • Bedelaars en (lichamelijk) gehandicapten worden in de negentiende eeuw opgesloten in gestichten. Ze krijgen hier onderdak, maar moeten ook werken. Een van de voorouders van Irene Moors belandt door armoede ook in een gesticht.

  • Het Bedelaarsgesticht in Hoorn bestaat van 1818 tot 1828. Er kunnen ongeveer duizend mensen wonen en werken. Na de sluiting krijgt het pand de functie van gevangenis tot 2003.

  • Pieter Barbiers, een voorouder van Irene Moors, is een bekende Nederlandse decorontwerper in de achttiende eeuw. Hij maakt onder andere een decor voor Gijsbrecht van Aemstel, het theaterstuk dat driehonderd jaar lang in de Amsterdamse schouwburg is opgevoerd aan het begin van het theaterseizoen.

  • In 1772 brandt de eerste Amsterdamse schouwburg af, nadat het decor in brand is gevlogen. Het hele gebouw brandt af en negentien mensen komen om het leven.

  • De tweede schouwburg van Amsterdam brandt ook af. De oorzaak is een vuurwerkshow op het Leidseplein.

Deel dit venster

collection

Verborgen verleden

Bekende Nederlanders gaan in het tv-programma Verborgen verleden op zoek naar hun familiegeschiedenis. De voorouders die zij in hun stamboom tegenkomen, hebben ieder een eigen verhaal dat vaak deel uit maakt van de geschiedenis van ons allemaal.