Waarom viel Joegoslavië uit elkaar?

13 minuten leestijd

© ANP

Waarom viel Joegoslavië uit elkaar?

Oorlogen

Je leest nu

Waarom viel Joegoslavië uit elkaar?

    • Deel op

    • Gekopieerd
  • 24
  • 8798

De Balkan, een regio die velen nog steeds associëren met geweld. Nadat Serviërs, Kroaten en andere voormalige vijanden decennialang in relatieve rust samenleefden onder de strenge maar geliefde dictator Tito, sloeg na zijn dood de vlam (weer) in de pan. De turbulente geschiedenis van Joegoslavië, een land dat twee keer ontstond en weer ten onder ging in oorlog.

Samengesteld door Sjoerd Huismans

Hoe ontstond Joegoslavië?

Het Koninkrijk Joegoslavië ontstaat in 1918, direct na de Eerste Wereldoorlog. Die oorlog betekent het einde van veel oude rijken in Europa, zoals het Ottomaanse RijkHet Ottomaanse of Osmaanse Rijk ontstaat rond 1300 in Anatolië, het huidige midden Turkije. Op het hoogtepunt is het rijk ontzettend groot en omvat het de Balkan, delen van het  Midden-Oosten en een deel van Noord-Afrika. Het is een multi-etnisch rijk met een systeem waarbij iedereen officieel zijn eigen taal en religie houdt en de inwoners Ottomanen of Osmanen worden genoemd. Na de Eerste Wereldoorlog valt het rijk uit elkaar en in 1923 wordt de Republiek Turkije uitgeroepen. Het Ottomaanse Rijk houdt officieel op met bestaan.  en tsaristisch Rusland. Een ander land dat na het verliezen van de oorlog uit elkaar valt, is de grote dubbelmonarchieWe spreken van een dubbelmonarchie als twee koninkrijken een gezamenlijk buitenlands beleid voeren, een douane-unie vormen en één krijgsmacht hebben, maar verder los van elkaar bestaan.  Oostenrijk-Hongarije. Daar leven vele volkeren samen: Tsjechen en Slowaken bijvoorbeeld, die na de oorlog samen doorgaan als Tsjecho-Slowakije. Maar ook drie volkeren die samen op het schiereiland de Balkan leven: Slovenen, Kroaten en Serviërs. Direct nadat Oostenrijk-Hongarije ontmanteld wordt, gaan zij verder als de Staat van Slovenen, Kroaten en Serven.

Het blijkt een instabiele staat, die internationaal niet erkend wordt en grote problemen heeft de grenzen met Oostenrijk en Italië te beveiligen. Daarom wordt een gezamenlijke staat gevormd met het Koninkrijk Servië, dat al sinds 1882 bestaat. Het streven van Slavische volkerenDe Slaven vormen al ver voor onze jaartelling een etnische groep. Later worden zij opgedeeld in de Oostelijke Slaven (bijvoorbeeld Russen en Oekraïners), Westelijke Slaven (bijvoorbeeld Polen, Tsjechen en Slowaken) en Zuidelijke Slaven (bijvoorbeeld Slovenen, Kroaten, Macedoniërs, Serviërs en Bosniakken).  naar één gedeelde staat wordt pan-Slavisme genoemd. De nieuwe staat heet het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen.

Een historisch overzicht van Joegoslavië in de twintigste eeuw. 

Deel alinea

Een tijd lang is het nieuwe land een democratie, maar heel parlementair gaat het er niet aan toe. Evenmin vormen de verschillende volkeren een eenheid. Zo schiet een afgevaardigde uit Montenegro in 1928 twee leden van de Kroatische Boerenpartij dood in het parlement. Om de situatie niet verder uit de hand te laten lopen, grijpt de koning Alexander I de absolute macht. Hij noemt het koninkrijk voortaan Joegoslavië (ook bekend als Zuid-Slavisch Koninkrijk, wat het letterlijk betekent) om te benadrukken dat het één land is. Maar de spanningen nemen alleen maar toe: vooral de Kroaten moeten niets hebben van het dictatoriale regime van de uit Servië afkomstige koning.

Koning Alexander I van Joegoslavië. 

Het probleem ligt dan al dieper. Ook voordat Alexander de macht grijpt, zijn de Serviërs al het dominante volk. Waarom kunnen zij de leidersrol claimen? Peter Michielsen, voormalig buitenlandredacteur en Oost-Europakenner van NRC schrijft: “Zij hadden in die Eerste Wereldoorlog het meest geleden. Zij waren het talrijkst. Zij hadden decennialang het vuile werk opgeknapt. Terwijl die Kroaten en Slovenen zich vreedzaam en welvarend onder Habsburgse heerschappij konden ontwikkelen.”

Waarom ging het Koninkrijk Joegoslavië ten onder?

Op 9 oktober 1934 wordt de koning vermoord door de Bulgaarse revolutionair Vlado TsjernozemskiTsjernozemski, zoon van Macedonische ouders, is lid van een Macedonische revolutionaire organisatie en de chauffeur van de Bulgaars-Macedonische nationalist en terrorist Ivan Mihailov. De moord is beraamd samen met de fascistische Kroatische Ustašabeweging die in de Tweede Wereldoorlog aan de macht komt.  , tijdens een bezoek aan Marseille. Het is de eerste moordaanslag ter wereld die op film is vastgelegd

De kroon gaat over naar zijn zoon Peter, maar omdat die pas elf jaar oud is wordt Prins Paul, een neef van zijn vader, als regentEen lokale Indonesische bestuurder in het koloniale Nederlands-Indië. aangewezen. Paul sluit tot woede van het volk een pact met nazi-Duitsland in 1941, waarna hij met hulp van de Engelsen wordt afgezet en Peter (dan net 18) alsnog gekroond wordt. Even later trekken Duitse, Italiaanse, Hongaarse en Bulgaarse troepen Joegoslavië binnen en valt het land uit elkaar. Dan krijgen Kroatische extremisten de kans zich op een verschrikkelijke manier op de Serviërs te wreken. De fascistische Ustašabeweging, ook betrokken bij de moord op koning Alexander I, komt aan de macht en leider Ante Pavelić wordt dictator van de nieuwe Onafhankelijke Staat Kroatië. Dat is een zogeheten vazalstaatEen vazalstaat of marionettenregering is een staat die sterk of zelfs geheel afhankelijk is van een andere staat.  van nazi-Duitsland. 

Servische propagandafilms wijzen in de jaren negentig op de Serviërs die tijdens de Tweede Wereldoorlog de dood vonden in Kroatische concentratiekampen. (LET OP: beelden kunnen schokkend zijn). 

Hoewel de nazi’s alle Slavische volkeren als inferieur (Untermenschen) zien, weet Pavelić de nazi-top ervan te overtuigen dat de katholieke, westerse Kroaten in feite Ariërs zijn, net als de Duitsers. De Serviërs daarentegen hangen het orthodoxe geloof aan en zijn échte Slaven. Net als andere Untermenschen (Joden, zigeuners, Bosnische moslims) worden zij tijdens de oorlog in groten getale gemarteld en vermoord in concentratiekampen als Jasenovac, het ‘Auschwitz van Kroatië’.

Deel alinea

Dit alles onder leiding van kampcommandant Miroslav Filipović, een franciscaanse priester. Ook andere katholieke geestelijken steunen de Ustašabeweging en sommigen doen mee aan de gewelddadigheden. Paus Pius XII is op de hoogte van de massamoorden, maar verleent dictator Pavelić desondanks audiëntieEen officiële, persoonlijke ontmoeting die aan weinigen gegeven wordt en dus een grote eer betekent.  .

Een andere kampcommandant van Jasenovac, Dinko Šakić, wordt eind jaren negentig gevonden in Argentinië. In Kroatië wordt hij uiteindelijk veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.  

Een voormalig kampgevangene tijdens een herdenkingsbijeenkomst in Jasenovac. 

Wie was Josip Broz alias Tito?

Het is tijdens de Tweede Wereldoorlog moeilijk denkbaar dat de volkeren op de Balkan ooit weer in vrede samen zouden leven, maar toch slaagt een man daarin: Josip Broz, bijgenaamd Tito. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leidt hij de partizanenbeweging: de belangrijkste verzetsgroep tegen de fascisten en de nazi’s. Jarenlang voeren de partizanen een guerillastrijd en Tito ontsnapt een aantal keer aan de dood. Al tijdens de oorlog legt het partizanenleger, dat zelf uit verschillende bevolkingsgroepen bestaat, de basis voor het Joegoslavië van na de oorlog: een federatie moet het worden, waarin alle volkeren samen leven.

Oorlogsmisdaden door partizanen

Na de oorlog blijkt dat ook de partizanen zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden: zo wordt er in 1999 een massagraf ontdekt in Slovenië met meer dan 15.000 lijken. Dat zijn vooral lichamen van Kroatische Ustaša-soldaten die net na de oorlog geëxecuteerd zijn door de winnende partizanen. Inmiddels zijn er duizenden van dergelijke massagraven aangetroffen.

Deel alinea

Tito tekent de verklaring waarmee het nieuwe Joegoslavië (de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië) gesticht wordt. 

Tito, zoon van een Kroatische vader en een Sloveense moeder, wordt na de oorlog leider van het verenigde Joegoslavië. Hij is voor verschillende etnische groepen een acceptabele leider, zeker omdat hij ze veel autonomie belooft. Bovenal is Tito een overtuigd communist: het gaat hem om het bevrijden van de arbeidersklasse, wat voor afkomst die arbeiders ook hebben. Alle uitingen van nationalisme worden dus al snel verboden onder zijn leiding. Degene die toch zijn liefde uit voor zijn Kroatische, Servische, Bosnische, Sloveense, Macedonische of Montenegrijnse identiteit, wordt hard bestraft. Toch is Tito zeker niet alleen een dictator die met harde hand regeert: hij blijft zorgvuldig opletten of de ene deelrepubliek niet wordt achtergesteld ten opzichte van de andere. 

De verschillende deelrepublieken en provincies in voormalig Joegoslavië. 

Ook internationaal is Tito een gerespecteerd figuur. Hoewel het aanvankelijk lijkt alsof Joegoslavië de Sovjet-Unie zal steunen tijdens de Koude Oorlog, blijkt al snel dat het communisme van Stalin en dat van Tito mijlenver uit elkaar liggen. In de Oost-Europese landen die binnen de invloedsfeer van de Sovjet-Unie liggen, wordt de bevolking genadeloos onderdrukt. In het Joegoslavië van Tito is het veel beter toeven, behalve als je een politiek tegenstander (bijvoorbeeld een stalinist) van de dictator bent: dan is de kans groot dat je op een van de gevangeniseilanden voor de kust van Kroatië terechtkomt. In 1948 komt het tot een breuk met Stalin, waarna Tito de ‘niet-gebonden’ landen (onder andere Egypte, India en Indonesië) wil verenigen. Dit zijn landen die zich niet aangesloten hebben bij de Verenigde Staten of de Sovjet-Unie. Ook internationaal blijkt hij iemand die boven de partijen staat en de overeenkomsten tussen hen zoekt, hoewel de samenwerking tot Tito’s frustratie toch vaak stukloopt op onderlinge verschillen. 

"Tito's Joegoslavië is een oorlogskind aan wiens wieg het bloed van velen kleeft."

De Beweging van Niet-Gebonden Landen, met de actieve leden in donkerblauw en de observerende leden in lichtblauw. 

Hoe kwam het nationalisme terug in Joegoslavië?

In de jaren zeventig krijgt Tito, ondanks zijn voorzichtige beleid iedereen gelijk te stellen, toch te maken met etnische spanningen. Met name de Kroaten vinden dat de Serviërs te dominant zijn binnen Joegoslavië. Tito reageert daarop met een nieuwe federale grondwet, die ervoor zorgt dat de dominante positie van Servië wordt ingeperkt door de provincies Kosovo en Vojvodina meer autonomie te geven. Ook de positie van de deelrepublieken ten opzichte van het centrale bewind wordt versterkt.  

Na de dood van Tito in 1980 lijkt het hek van de dam. Kosovo, een provincie waarvan de bevolking voor bijna 85 procent uit etnische Albanezen bestaat, wil onafhankelijk worden van Joegoslavië. De economie gaat in de jaren tachtig hard achteruit, wat leidt tot stakingen. De nationalist Slobodan Milošević grijpt de macht in Servië. Hij maakt zich populair door te wijzen op het onrecht dat de Serviërs is aangedaan, en wil de dominantie van Servië binnen Joegoslavië herstellen.

Hoewel Milošević later een stuk minder populair wordt, slaat zijn nationalistische boodschap aanvankelijk aan onder zijn eigen volk. 

“Op de Balkan is het eigen gelijk altijd het ongelijk van de buurman,” schrijft Peter Michielsen in NRC. “Het eigen leed is altijd de misdaad van die buurman. Zo ging Joegoslavië ten onder: Slobodan Milošević speelde vanaf 1987 in op het gevoel onder Serviërs dat ze tekortgedaan zijn, door Tito. Die had de Kroaten bevoordeeld. Die had de Macedoniërs ('Zuid-Serviërs') een eigen deelrepubliek gegeven. Die had de Albanezen van Kosovo autonomie verleend.”

Deel alinea
"Op de Balkan is het eigen gelijk altijd het ongelijk van de buurman."

De Serviërs krijgen de overhand in de centrale regering van Joegoslavië en willen de autonomie van Kosovo weer afschaffen. Dat leidt tot stakingen en protesten onder de Albanese Kosovaren die onafhankelijkheid willen. Ook komt er steun voor de provincie vanuit andere delen van Joegoslavië. Zo worden in Slovenië in één dag 450.000 handtekeningen opgehaald als steunbetuiging aan de Albanese Kosovaren. Dan omsingelen Servische tanks het Kosovaarse parlement, dat gedwongen wordt in te stemmen met afschaffing van de autonomie.

Albanezen en Serviërs in Kosovo die vriendschappelijk met elkaar blijven omgaan en zich niet achter het nationalisme van hun leiders scharen, betalen een hoge prijs. 

De andere deelrepublieken accepteren dit niet. In Slovenië en Kroatië stemt het volk voor onafhankelijkheid. In 1991 verklaren zij zich daadwerkelijk onafhankelijk, waarna het federale leger van Joegoslavië – dat nu vooral de Servische belangen verdedigt – ingrijpt. Slovenië wordt al na tien dagen opgegeven, waardoor de bloedige burgeroorlog die ontstaat aan de Slovenen voorbijgaat. Ook de Macedonische onafhankelijkheid wordt noodgedwongen gerespecteerd. Het federale leger heeft al zijn krachten nodig voor de oorlog tegen Kroatië – de prioriteit van Milošević, aangezien daar 650.000 Serviërs wonen – die een jaar later alsnog verloren wordt. 

Het uitroepen van de onafhankelijkheid in Slovenië betekende het begin van de oorlog in Joegoslavië. 2Vandaag blikt tien jaar later terug met ex-minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek.

Doordat de oude spanningen tussen de etnische groepen begin jaren negentig weer volop aangewakkerd worden, ontaarden de conflicten in Joegoslavië tot een bloedige burgeroorlog. Het ergst wordt het in de deelrepubliek Bosnië-Herzegovina, een gebied waar Bosniakken, Kroaten en Serviërs door elkaar leven. Er zijn talloze verhalen van goede buren die elkaar plots naar het leven gaan staan en de wapens oppakken. Servische orthodoxe christenen, Bosnische moslims en katholieke Kroaten vechten bikkelhard om territorium en macht en er komen enorme vluchtelingenstromen op gang, onder meer naar Nederland. Lees en kijk meer over de Joegoslavische burgeroorlog in ons venster over de gebeurtenissen in Srebrenica.

Het communistische Joegoslavië is vanaf de jaren zeventig een populair vakantieland onder Nederlanders, tot de burgeroorlog uitbreekt in 1991. Lees meer op de site van Andere Tijden.

Vluchtelingen verlaten het land per boot. 

Hoe werd Kosovo onafhankelijk?

In 1995 wordt de angel uit de Bosnische burgeroorlog gehaald met de zogenoemde Dayton-akkoorden. Die betekenen een voorlopig einde van de gewapende conflicten en het begin van de wederopbouw van Bosnië-Herzegovina. Joegoslavië bestaat op dat moment alleen nog uit Servië en Montenegro. In 1997 wordt Slobodan Milošević president van Joegoslavië.

In Kosovo is het al jaren ogenschijnlijk stil, terwijl de ogen van de wereld op Bosnië-Herzegovina gericht zijn. Onder de oppervlakte borrelt al jaren het verzet tegen Servië, en 1998 begint het Bevrijdingsleger van Kosovo, een guerrillaorganisatie die bestaat uit etnische Albanezen, zich te roeren. Onder zijn eigen volk is Milošević intussen steeds minder populair. De economie staat er beroerd voor en door een grondwetswijziging trekt de president steeds meer macht naar zich toe. De strijd om Kosovo te behouden is voor hem een ideaal middel de aandacht van zijn eigen positie af te leiden en weer de oorlogsheld te zijn.

© ANP

De Joegoslavische president Slobodan Milošević. 

Deel alinea

Het conflict in Kosovo is tekenend voor de manier waarop etnische groepen op de Balkan het verleden naar eigen inzicht inzetten. Terwijl de Albanese Kosovaren de provincie claimen omdat ze in de meerderheid zijn, wijzen de Serviërs op een veldslag tegen de Turken in 1389 om aanspraak te maken op het gebied. Het Servische bloed dat verloren ging op het Merelveld (net buiten de Kosovaarse hoofdstad Pristina), zou het gebied tot heilige grond maken voor de Serviërs.

De oorlog in Joegoslavië speelt zich ook op het televisiescherm af. "Kinderen leren op dit moment door die televisiestations dat ze de kinderen van de andere kant moeten haten."  

Hij stuurt troepen om het Kosovaars Bevrijdingsleger te bestrijden – officieel om de Servische minderheid in het gebied te beschermen, maar Milošević past net als eerder in Bosnië-Herzegovina ook etnische zuiveringen toe. Duizenden doden vallen, een kwart van de bevolking is weldra dakloos en tienduizenden etnische Albanezen vluchten vanuit Kosovo naar het veilige en verwante Albanië.

Het kost Milošević zijn laatste beetje krediet van de internationale gemeenschap, die de president lange tijd het hand boven het hoofd heeft gehouden. Nadat Milošević een vredesplan weigert begint de NAVO in 1999 met bombardementen op militaire doelen in Kosovo en Servië. ‘Militair doel’ wordt daarbij nogal ruim geïnterpreteerd. Met name het bombardement van de Servische staatszender RTS in de hoofdstad Belgrado, waarbij zestien doden vallen, is omstreden. Natuurlijk functioneert de zender als propagandamachine van Milošević, maar kun je bijvoorbeeld een technicus die er gewoon zijn werk doet als militair doelwit beschouwen? In totaal vallen er 500 tot 570 burgerslachtoffers en het Servische volk kiest massaal de kant van de voorheen impopulaire president tegen de aanvallers. Bovendien gaan de etnische zuiveringen onverminderd door.

Toch geeft Milošević zich uiteindelijk wel over na de aanhoudende bombardementen. Hij wordt uitgeleverd aan het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag op verdenking van oorlogsmisdaden. In 2006 overlijdt hij aan een hartaanval in zijn cel in Scheveningen. Kosovo komt onder beheer van de VN en wordt in 2008 onafhankelijk (hoewel die onafhankelijkheid maar door 108 van de 193 leden van de VN erkend wordt). Uiteraard zijn er ook hier weer twee kanten aan het verhaal en maakt het Bevrijdingsleger van Kosovo zich na de overgave van Milošević schuldig aan moord, ontvoering en marteling van vooral Serviërs. Zo zou een deel van het leger zelfs gevangenen beroven van hun organen en die vervolgens illegaal verhandelen.

In 2003 houdt Joegoslavië in naam definitief op te bestaan: de overgebleven deelrepublieken Servië en Montenegro gaan samen door als lossere unie onder de naam ‘Servië en Montenegro’. In 2006 gaan ook deze staten alleen door, nadat het Montenegrijnse volk zich in een referendum voor onafhankelijkheid uitspreekt. Hoewel de huidige situatie op de Balkan relatief stabiel is, lijken de etnische spanningen niet ver weg. Verschillende vertegenwoordigers van de huidige regeringen speelden een kwalijke rol in de oorlogen van de jaren negentig.

© ANP

Een man rouwt bij het graf van zijn vrouw op een begraafplaats nabij Sarajevo. 

In het kort:

  • Het Koninkrijk Joegoslavië ontstaat in 1918, direct na de Eerste Wereldoorlog. Na de moord op koning Alexander I en het beginnen van de Tweede Wereldoorlog valt dit land uiteen.

  • Na de Tweede Wereldoorlog gaat de communist Tito het nieuwe Joegoslavië leiden. Onder zijn bewind leven voormalige vijanden decennialang in relatieve rust samen.

  • In de jaren zeventig krijgt Tito te maken met etnische spanningen, na zijn dood in 1980 slaat de vlam helemaal in de pan. De Serviërs krijgen de overhand, onder leiding van de nationalistische leider Milošević.

  • Nadat andere deelrepublieken zich onafhankelijk verklaren, ontstaat er oorlog. Voorheen goede buren pakken de wapens tegen elkaar op, vooral in Bosnië-Herzegovina.

  • Milošević is definitief uitgespeeld als hij ook gewelddadig ingrijpt in de provincie Kosovo. De NAVO grijpt in met bombardementen.

  • Alleen de deelrepublieken Servië en Montenegro gaan tot 2006 nog gezamenlijk door, totdat ook het Montenegrijnse volk zich in een referendum voor onafhankelijkheid uitspreekt.

Deel dit venster